De Stem Die Baart Lipari 🛒 2018

DE STAD SLAAPT
MET ZIJN PYROMAAN

Slaap zacht alle daken van het noorden,
de pyromaan slaapt. Hij droomt vannacht van de vuurzee
die over de stad wordt gezaaid. Hij is de rijstplanter
die tot zijn knieën in het water staat. Droomt over
Keizer Nero die zijn Rome in brand steekt,
napalmbommen boven de Vietcong, brandpijlen van
DzjGengis Khan die een stad laat knielen voor zijn leger.

Slaap zacht alle daken van het zuiden,
de pyromaan slaapt. Hij speelt niet met een doos vol lucifers
die hij één voor één aansteekt. Rent niet het bos in om daar
het vuur te bewonderen dat als sterretjes opstijgt,
deze nacht houdt hij zijn oerinstinct in bedwang. Hoe graag
laat hij zijn pupillen verdrinken in de warmte van verbazing
bij elke vlam, telkens moet hij naar boven zwemmen om niet
onder te gaan in de gloeiende as.

Slaap zacht alle daken van het oosten,
de pyromaan slaapt. Hij zoekt niet alleen de krotten
waarop de daken staan, steekt niet alleen de roestende auto’s
voor jullie deuren in brand, slaap zacht lekkende plafonds,
verrotte schuttingen, ramen die niet goed sluiten. Slaap zacht
verroeste glijbaan, verwaarloosde toekomst. Slaap zacht
krekels van wanhoop die gehoord willen worden.

Slaap zacht alle daken van het westen,
de pyromaan slaapt. Deze nacht heb je niets te vrezen,
de muren zijn stevig, de knechten dapper, de toekomst lacht
je tegemoet. Slaap zacht wijk van rijkdom, deze pyromaan
hoef je niet te vrezen. Hij wil een vlammenzee waar
geen enkel schip doorheen kan varen, kanonnen en kruitvaten
die vanzelf ontbranden. Slaap zacht beschaving, geweten
met scherpe tanden. Slaap zacht rijkdom van de galg.

GOODBYE

Nu is het zo ver. De slaapzak is ingepakt,
de tassen staan klaar, de hond heeft een slecht
voorgevoel. Voor het laatst een omarming,
een kus op de wang. De fiets volgepakt als een muilezel,
de route uitgestippeld naar het onbekende.
Raadsmannen om raad gevraagd, de goot
van het dak schoongemaakt, hout gehakt
voor de hele winter, iedereen gebeld
die iets voor je betekende. De kamer opgeruimd,
klaar voor verhuur, medicijnen geteld,
de kaart voor de laatste keer dubbelgevouwen.
Twijfelachtige belofte gedaan dat je met zekerheid
terugkomt. Daar ga je dan, je ziet de contouren
van je vertrouwde stad, rookwolken uit schoorstenen
naar de hemel stijgen. Wolken en de hemel die uiteindelijk
de mens zullen overleven. Nu kan je nog aan alles denken,
wat je achterlaat en wat je meeneemt, alles tot nu toe.
Straks als je hongerig en koud bent, geen herberg vindt
om te overnachten, ergens verzwakt in een bos
overnacht in je tent, helemaal alleen, dan zal je wereld
eindelijk klein worden, daar zal alles je loslaten
wat je gevangen had genomen. Je zult jezelf terugvinden.
Wie weet om te sterven, op de juiste manier.

MOSUL 2016

In Mosul hebben ze een schotelkerkhof. Strijders
van de Islamitische Staat hebben in de stad
alle schotelantennes verzameld. Deze nobele daad is
om te voorkomen dat het volk het verderfelijke
westen ontmoet.

In het verderfelijke westen zijn vrouwen
baas over hun lichaam. In het verderfelijke
westen is een kunstenaar schepper van zijn kunst.
In het verderfelijke westen zijn de vragen
bron van het antwoord. In het verderfelijke
westen leren kinderen over Darwin, Tolstoj, Socrates,
Omar Khayyám en vele andere briljante denkers.
In het verderfelijke westen heb je ook onrecht
machtsmisbruiken en moderne slavernij
maar daar zijn ze niet bang voor.

Nu spookt het hier op het kerkhof. Als de nacht
zijn sterrenhemel als een dun laken van Arabische
lofliederen over het schotelkerkhof legt,
waar iedereen in de slaap de vrede probeert te vinden,
zweeft boven het kerkhof Pirates of the Caribbean.
Vliegt Enterprise om de aarde en komt terug.
Kijkt Steve McQueen door open ramen,
hoe mensen in Mosul doodmoe slapen. Zingt John
Lennon voor de doden op de begraafplaats:
All you need is love.

Het spookt in Mosul, vertel het niet aan de kinderen,
ze zijn al bang genoeg.

KLEINE VROUWEN

Ze lijken op kleine appels die hangen
aan hun takken. Kleine vrouwen hebben kleine tranen
maar hun tranen zijn diep. Kleine vrouwen
hebben kleine handen, kleine voeten
die alle last moeten verplaatsen.
Maar hun benen zijn sterk
om hun bezopen mannen naar huis te dragen.
Je weet nooit wanneer kleine vrouwen komen,
wanneer ze vertrekken uit de schoot van het leven.

Ik geef om kleine vrouwen, omdat ze sneller
bang zijn in het donker. Kleine vrouwen
zijn als vlinders, hun haren de zeewind, hun stem
de waterdruppels op de beek. Kleine vrouwen
zijn de paar zinnen van een kort gebed.
Dat je uitspreekt op het mooiste moment.

Ik geef om kleine vrouwen, als ik zie
hoe ze grote vrouwen troosten, hoe ze kinderen baren
die mettertijd als bomen om hen heen staan.
Hoe ze van een huis een nest maken.
Ik geef om kleine vrouwen
als ik zie hoe bedroefd ze kunnen zijn. Hoe verslagen,
hoe in elkaar gezakt, hoe vernederd, hoe teleurgesteld
ze kunnen worden. Hoe ze elke dag opnieuw opstaan,
elke dag sterker, ik hou van ze.

DE MAN DIE
ZIJN BEEN
TROOST

Midden op het plein slaat een man met een steen
op zijn bovenbeen. Voorbijgangers verzamelen zich
om hem heen, om te zien hoe de spijkerbroek
scheurt en de huid openbarst. Een dunne straal bloed
stroomt op de kasseien, daarna zien ze hoe
de spieren scheuren. De man blijft maar slaan,
de steen hakt nu op zijn bot. Sprakeloos, gefascineerd
wordt er gekeken door steeds meer stervelingen.
De man gaat zitten, staan gaat niet meer.
Hij blijft slaan met de steen die nu helemaal bebloed is.
Een dierlijke lust ontstaat door dit schouwspel,
diep in het vlees van de toeschouwers,
bij het zien van een steniging of als iemand
met een hijskraan wordt ophangen. Lachend
en tandenknarsendbijtend van pijn, blijft de man bonken
op het bot. Een toeschouwer krijgt een stijve,
stopt zijn hand in zijn broek en begint te masturberen.
Uiteindelijk verbrijzelt de man zijn bot. Nu slaat hij
op het laatste stuk vlees dat nog vast zit, eindelijk
lukt het de man om zijn been van zijn lichaam
te scheiden. Opgewonden betasten vrouwen
hun borsten en vagina’s, kijkend naar de man
die zijn been in zijn armen neemt en troost.