Ali Şerik

2019

Gluren bij de buren

Één van de vele gedichten die Ali Şerik voordroeg

Vier voorbeelden hoe je iemand kwijtraakt

Voorbeeld 1
Je dochter van vier trekt het laken over je gezicht
rent naar mama en zegt, papa is kwijt.
Ze gaan gillend alle kamers langs op zoek naar jou.
Dan word je gevonden, je dochter omhelst je,
je krijgt een kus van je vrouw.
Gevonden worden is geweldig.

Voorbeeld 2
Je gaat het Saudische consulaat in Istanbul binnen
je aanstaande vrouw wacht op de stoep.
Je komt nooit meer naar buiten.
Veel later word je in tassen naar buiten gedragen.
Iemand pakt een schop,
iemand wil niet dat zijn schoenen vies worden.
Ondanks alles, gevonden worden is geweldig.

Voorbeeld 3
Je vader is dement, eigenwijzer dan daarvoor.
Hij is ontglipt aan je aandacht,
de deur stond open en het regende kou.
Je gaat de weg op kijkt langs alle straten,
er gaan vragen door je hoofd die daar niet horen.
Eindelijk belt iemand dat hij thuis wordt gebracht.
Gevonden worden is geweldig.

Voorbeeld 4
Het is winter en tegen het eind van het nacht,
je bent zo bezopen dat je amper kan nadenken.
Een traditie, pissen in de gracht na elk kroegbezoek
jammer dat er geen dikke ijslaag op ligt.
In de middag kijkt je vriend of je al wakker bent
hij ontdekt de leegte die je hebt achtergelaten.
Mensen moeten nog overtuigd worden,
zodat duikers naar je gaan zoeken.
Ondanks alles, gevonden worden is geweldig.

2e editie Poëzie Festival Laren

Marathon van het Korte gedicht. Op zaterdagavond 2 februari van 18.30- 22.00 uur zal een groot aantal dichters tijdens de ‘Marathon van het Korte Gedicht’ gedichten voordragen uit de bundel ‘Kortweg 3’. Te midden van de boeken van de bibliotheek en de expositie Kunst en Poëzie zal met aandacht geluisterd worden. Tussendoor is er genoeg ruimte om gezellig een drankje te drinken en bij te praten in de foyer van het Brinkhuis. De muzikanten van Babak-O-Doestan zorgen voor een bijzondere muzikale invulling. Ook op deze avond is iedereen van harte welkom! Bibliotheek/Brinkhuis Laren. Brink 29. Vrij entree.

Dichters die meededen. Tsead Bruinja, Minke Maat, Annamamed Myatiev, Antoinetty van de Brink, Willem van Toorn, Ineke Holzhaus, Cora de Vos, Babak Amiri, Nafiss Nia, Victor Vroomkoning, Kelly Breemen, Jos Schellart, Maartje Jaquet, Mimoun Essahraoui, Vicky Breemen, Mare Groen, Jos van Hest, Ali Şerik, Babette van Helsdingen, Ben de Veth, Willem van Spronsen, Gerard Wortel, Gerard Beentjes.

Twee gedichten van Ali Şerik die opgenomen zijn in het mooie boekje “doosje tussentijd”

Wie ben jij, vraagt de duif,
die op de balkonleuning zit.
Het weer is plakkerig,
mijn dorst vraagt bier.
De duif herhaalt zijn vraag,
alsof ik hier net kom wonen.
Ik ben een Turkse tortel, zeg ik.
Hij lacht zich krom. En zegt
spring eens van het balkon.

Ik zoek al dagen naar mij,
weet niet waar ik mij kan vinden
ben ik groot of klein,
woon ik in een kopje
of verberg ik mij in een vaas.
Ben ik een vrouw of een man,
drink ik wijn voor het slapen?
Wat het ook mag zijn, mag ik
even bij jullie op koffiebezoek.

Tentoonstelling-stil-de-tijd van Krijnie Beyen

27 januari t/m 14 april 2019

Geen tijd hebben – dat is een van de fundamentele ervaringen van onze tijd. Joke J. Hermsen nam dit verschijnsel kritisch onder de loep in haar boek Stil de tijd. Zij bracht een onderscheid aan tussen kloktijd en innerlijke tijd. Zij verkende het belang van rust, verveling, aandacht en wachten; ervaringen die sinds de Oudheid als belangrijke voorwaarden voor het denken en de creativiteit werden beschouwd, maar in het huidige tijdsgewricht minder waardering krijgen.

Stil de tijd – vraagt aandacht voor een moment, een half uur of uur waarin we door meditatie de tijd even stilzetten. Daarmee creëren we ruimte en stilte zodat we ons kunnen verbinden met de eeuwige beweging – de energie die zich steeds weer vernieuwd en ons keer op keer weer nieuw zicht geeft op wie we zijn en waar we staan.

In de tentoonstelling Stil de tijd hebben 3 beeldend kunstenaars, een geluidskunstenaar en 2 dichters zich verdiept in de tijds- en stilte-ervaring en hun werk. Zij ontmoetten elkaar, verbonden zich met hun innerlijke tijd door meditatie en onderzochten door opstellingen hun relatie met tijd, stilte en ruimte.

Deelnemnde kunstnaars en dichters Jolanthe Lalkens, Jan Kees Helms, Ron Jagers, Herko van Eerden, Ger Bos, Ali Şerik en Krijnie Beyen

Gedicht van Ali Şerik met het kunstwerk van Krijnie Beyen

Verpakt in stilte

Haal de storm uit je brein
hoe verborgen ook,
pleeg geen plagiaat van verlangens
open de herhaalde stilte van angst.
Wordt geen vijver die droogvalt,
met vissen in de modder
die naar lucht happen.

Krassen onder het vernis,
gedachten die niet wegspoelen,
zoektochten met splinters.
Elk huis kijkt naar buiten
kijkt naar de straat
naar de hemel boven zijn dak.
In zoekgeraakte cadeaus
verbergen zich kussen van heel vroeger.

Neem plaats op een kruk, stoel, bank
of gewoon op de grond.
Ergens blijft de schemering
de hele dag hangen.
Laat de verroeste
sleutels vallen.
Laat je vinden door iemand,
het leven laat nooit
al zijn vreugde tegelijk zien.

Door het oog van de tijd

Kon ik maar slapen in de tijd
in hem wonen
met mijn katten om mij heen.
Kon ik maar in de tijd slapen
dromen
naar de aarde kijken.
Gewoon kijken
zonder enige ernst.
Kon ik maar kijken
naar de aarde
zonder dat iemand het wist.
Kon ik maar aan niets denken
misschien alleen aan jou
toen wij nog naast elkaar lagen
en in slaap vielen.

De stille tijd

Laat alle glazen staan.
Sluit je ogen, trek de kleren uit
die strak om je lichaam zitten.
Adem diep in, wees een huis
dat door zijn deuren en vensters
naar binnen kijkt.

Voel hoe moe je handen zijn,
lichaam vol geschiedenis.

Je gedachten zijn vogels
die alle kanten opvliegen.
Elke keer vang je ze
de afstand die ze afleggen
wordt korter
tot jaren hun vleugels knotten.

Haal diep adem en ontspan
laat geen antwoord een knaapje vinden.
Waar stilte en tijd in elkaar schuiven
uit verschillende puzzeldozen.

Open dan je ogen
loop naar iemand die je niet kent.
Kijk in zijn ogen om te vinden
wat jij zoekt in de oneindige ruimte van rust
die je weerloos meedraagt
voor al je kleine verdriet.

De tijd nemen

Aan de oostkant van de rivier
stapelt een meisje stenen op elkaar.
De eerste steen begraaft ze deels in de grond.
De tweede steen die zij uitkiest is grijs.
De derde steen zoekt zij zorgvuldig
tussen zwarte stenen met wit pigment
zoektocht naar versluierd afdrukken van lichamen.
De vierde steen is bruin, de kleur van schors
van witte paardenkastanje.
Zij zoekt de vijfde steen,
die wat rond is.
De balans van rond is het moeilijkst te bepalen,
zulke stenen lijken op de ziel.
Je weet zelden aan welke kant die neer valt
hoe diep de barst naar binnen kan zijn.
Ze legt de steen bovenop de vierde steen.
De wind komt aan de westkant op, bladen trillen.
Nu pakt zij een platte witte steen
met de vorm van een wieg
zet die voorzichtig op de bovenste.
De steen wankelt, maar blijft staan.
De bries fluistert langs de stilte.

Lopen door de tijd

Ik sta voor een tuin van een verlaten boerderij.
Er is een zee van onkruid,
geen structuur, geen kleurpatronen, geen houvast,
een ooit zo verzorgde tuin is uit handen gevallen.
Ik klim over het roestige hek, loop de tuin in.
Langzaam ontdek ik kleuren
van muurhavikskruid, akkerdistel, akkerwinde
verborgen in het groen,
zoals het leven zich verbergt tussen het leven.

Voor het eerst zie ik schoonheid
van wat bestempeld was als wild gewas,
gevormd door drie architecten: zon, wind en regen
herkenbare sporen van geur en pollen.
Voor het eerst herken ik orde
die ver van mij staat.
Het fluisteren van planten is hier,
wat mij toegang biedt
de moed laat vinden om iets uit te gummen,
om een lege pagina te openen.
Zelfs het gras van één meter hoog
deelt de innerlijk rust van de Hollandse aarde.

Interview: Nieuwe bundel van betrokken dichter Ali Şerik

(door Leo Mesman)

“We zijn allemaal getuigen. Een dichter is getuige van zijn tijd.”
“Het papier is mijn geheugen. Ik babbel niet veel, ik schrijf liever alles op.”
“Als ik in het Turks dicht, ben ik Turk. Als ik in het Nederlands dicht, ben ik Nederlander.”

Drie karakteristieke uitspraken van dichter Ali Şerik. Ik noteerde ze tijdens het interview dat presentator Jaap Lemereis met hem had op de drukbezochte presentatie van Ali’s nieuwste en derde dichtbundel De stem die baart op 16 december 2018 in de Amersfoortse Bibliotheek Het Eemhuis. Ik heb op mijn poëzieblog al diverse malen aandacht geschonken aan het dichtwerk van Şerik. (Tik zijn naam in het zoekvenster en je vindt de berichten in kwestie.)

Ik beschouw Ali Şerik als een dichter pur sang, zoals je die maar zelden tegenkomt. Ook de nieuwe bundel is weer een rijk gevuld boekwerk van 95 bladzijden, uitgebracht door de Utrechtse uitgeverij Lipari. (Jammer van de kleine imperfecties hier en daar in de verder zo verzorgde tekst.) Vooral in het eerste deel met de cynisch klinkende titel ALLES IS ZO MOOI staan gedichten met heftige beelden, die van de lezer een stevige maag vergen. Maar hierna volgt een overvloed aan tedere en liefdevolle poëzie in deze bundel. Alle, meestal lange, gedichten van Ali worden gekenmerkt door de verrassende, bloemrijke en soms bizarre beeldentaal die deze dichter zo eigen is. In de meeste gedichten laat hij zich kennen als een maatschappelijk betrokken en bevlogen dichter en als een niets verbloemende en alerte ‘getuige van onze tijd’.

Ter illustratie, citeer ik twee mooie korte gedichten uit De stem die baart: een soort ode aan Nederland en een liefdesvers.

EEN WANDELING WACHT

Niet alleen de bomen lijken op dit land,
de bloemen doen dat ook, het gras lijkt op dit land
de dakpannen niet te vergeten.
Vooral het gesprek over kinderen lijkt op dit land
hoe vrouwen gehaast fietsen, mannen mopperen
over politiek. Wat in het bijzonder op dit land lijkt
zijn de warme woonkamers. Door het raam
naar buiten kijken, thuis of in de trein.
Almaar op zoek naar iets nieuws.
Wat eveneens op dit mooie land lijkt
zijn oude mensen die graag door willen gaan,
het moeilijk vinden om te stoppen.
Bang zijn voor een vreemde, ook al komt die
van de andere kant van het land.
Ook de grachten en het water dat golft
in de wind. Maar het meest lijkt dit land op
de duinen waar een wandeling wacht
op een wandelaar.

WATERLELIE

Vanmorgen liep ik langs het water,
het was stil, in de verte gezang van vogels.
Op het water weerkaatsten lichte wolken.
Nadat ik wat treurwilgen had gepasseerd door het gras,
zag ik tientallen waterlelies nog in hun knoppen.
Slechts één had haar witte bloem geopend,
ik moest zo aan jou denken.

Wil je meer weten wat deze bijzondere dichter bezielt en hoe je aan zijn nieuwste bundel kunt komen? Lees dan het verhelderende interview dat redacteur Peter le Nobel van Nationale Boekenblog.nl met hem had.

2018

Interview: Ali Şerik vertraagt de waarneming in een op hol geslagen wereld.

(door Peter le Nobel)

Ali Şerik wil als dichter vooral het waarnemen vertragen, zo blijkt na lezing van zijn nieuwe bundel ‘De stem die baart.’ Deze begint met bloederige, wrede gedichten, maar gaandeweg komt ook de typische, vertellende lyriek van Şerik terug, waarbij de observator de lezer vooral wil laten ervaren.

“We kunnen uiteindelijk altijd de mooie kant van ons laten zien”, zegt Şerik, “maar we hebben ook een donkere zijde. We gaan soms slecht met elkaar om, zoals door te pesten op de werkvloer, door elkaar welbewust pijn te doen. Zo laat ik in een gedicht een man en een vrouw elkaar opeten. De donkere kant van de mens zie je niet alleen in de wereldpolitiek terug, maar ook in de relatie tussen mensen. Dat wilde ik gruwelijk en nauwkeurig weergeven, omdat we continu in die situatie geraken. Dit verschijnsel is van alle tijden. We proberen steeds nieuwe manieren uit te vinden om het uit te leggen, weer te geven.”

“Ik heb ook een gedicht geschreven waarin iemand zichzelf opereert. Ik kwam erop toen ik 30 jaar was getrouwd en de tijd overzag. Drie decennia terug haalde mijn vrouw de recepten bij vrienden op, en nu bekijkt ze die via YouTube. Dat is natuurlijk een gigantische vooruitgang: de hele wereldkeuken heb je tot je beschikking, maar het menselijk contact, de menselijke waarden, heb je buitengesloten. In dat gedicht heb ik geprobeerd dat over te brengen.”

‘Het gedicht brengt innerlijke rust terwijl de kaders in je hersens losbarsten’

“Wreedheid is van alle tijden, maar de moderne mens, door de kunstmatige intelligentie, zijn we op dit moment bezig om een nieuwe weg in te slaan. Door het onderwijs, door de structuur van onze samenleving, kunnen we heel veel informatie verwerken, terwijl we tegelijkertijd onszelf proberen te begrijpen in de wereld om ons heen. We zijn zo bezig om de toekomst te veranderen, dat we een nieuwe psyché moeten hebben en de innerlijke rust moeten vinden. Uiteindelijk is dat de kracht van het gedicht: je krijgt innerlijke rust terwijl kaders in je hersens losbarsten.”

‘Ik probeer de dingen een nieuw leven te geven’

“Ik probeer te schrijven wat mij dagelijks bezighoudt. Ik ben niet iemand die graag praat over problemen, maar die liever van zich afschrijft. Ik ben een waarnemer. Het persoonlijke probeer ik daarom altijd te vermijden, maar uiteindelijk kom je daar niet onderuit.”

Op het blauwe water

Op het blauwe water van de zee drijft
een meisje van vier. Haar gezicht naar de vissen.
Armen uit elkaar, benen gespreid,
om haar evenwicht niet te verliezen.

Ze herinnert mij aan mijn dochters,
aan de Egeïsche Zee. Ik moet dichtbij
onder een parasol zitten,
lees een boek of geniet van het uitzicht.

De tekst onder de foto haalt me uit mijn droom.
Het bericht gaat over bootvluchtelingen.
De donkerbruine huid van het meisje
is gebleekt door zeewater.
Gebleekt door de zee is ze zo lichtbruin geworden
als mijn dochters toen zij op die leeftijd
zomers lang op het strand met schelpen speelden.

Nu zijn mijn dochters jonge vrouwen geworden.
Dit meisje zal geen jonge vrouw worden.
Dode kinderen groeien immers niet.
Dit meisje dobbert al tweeëntwintig uur in de stroming.
Het wrak dat ze een boot noemden ligt op de bodem.
De Italiaanse vissers eten geen vis meer, als ze een vis
opensnijden, horen ze de hulpkreten
van de verdronken vluchtelingen.

“Het beeld van het meisje heb ik van een foto in de krant. Maar ik herinner me ook van de zomerse beelden van mijn dochters, die op hun buik in het water naar de vissen keken. Dat beeld van dat verdronken meisje heeft mij zo diep geraakt! De Italiaanse vissers wilden geen vis meer eten, omdat die de lichamen hebben aangevreten. Ik had het gevoel dat ik er iets mee moest doen. Wat ben ik blij dat we in een veilig land wonen. Mijn kinderen zal zoiets niet overkomen.”

“Ik probeer altijd die dingen weer te geven die we niet mogen vergeten. Ik vind dat we die een nieuw leven moeten geven.”

In 2012 en 2013 heeft hij ruim een jaar lang op vrijdag het wekelijkse gedicht voor de Nationale Boekenblog geschreven. Wekelijks een gedicht schrijven bleek een goede leerschool voor hem. “Door die deadline werd ik scherper in het zoeken van onderwerpen en werd ik gedwongen om nauwkeuriger te kijken in een kortere tijd.” Niet snel daarna kwam zijn Nederlandstalig debuut ‘Doorbloeiend heimwee’ uit, vervolgens ‘Hartslagen van de mus’. ‘De stem die baart’ is zijn derde Nederlandstalige bundel.

21ste Poëzieslag Festina Lente Amsterdam

Ali Şerik windt de 2de voorronde van de 21ste editie van Poëzieslag Festina Lente Amsterdam.

Één van de gedichten wat Ali Şerik voordroeg.

DE STAD SLAAPT
MET ZIJN PYROMAAN

Slaap zacht alle daken van het noorden,
de pyromaan slaapt. Hij droomt vannacht van de vuurzee
die over de stad wordt gezaaid. Hij is de rijstplanter
die tot zijn knieën in het water staat. Droomt over
Keizer Nero die zijn Rome in brand steekt,
napalmbommen boven de Vietcong, brandpijlen van
Gengis Khan die een stad laat knielen voor zijn leger.

Slaap zacht alle daken van het zuiden,
de pyromaan slaapt. Hij speelt niet met een doos vol lucifers
die hij één voor één aansteekt. Rent niet het bos in om daar
het vuur te bewonderen dat als sterretjes opstijgt,
deze nacht houdt hij zijn oerinstinct in bedwang. Hoe graag
laat hij zijn pupillen verdrinken in de warmte van verbazing
bij elke vlam, telkens moet hij naar boven zwemmen om niet
onder te gaan in de gloeiende as

Slaap zacht alle daken van het oosten,
de pyromaan slaapt. Hij zoekt niet alleen de krotten
waarop de daken staan, steekt niet alleen de roestende auto’s
voor jullie deuren in brand, slaap zacht lekkende plafonds,
verrotte schuttingen, ramen die niet goed sluiten. Slaap zacht
verroeste glijbaan, verwaarloosde toekomst. Slaap zacht
krekels van wanhoop die gehoord willen worden.

Slaap zacht alle daken van het westen,
de pyromaan slaapt. Deze nacht heb je niets te vrezen,
de muren zijn stevig, de knechten dapper, de toekomst lacht
je tegemoet. Slaap zacht wijk van rijkdom, deze pyromaan
hoef je niet te vrezen. Hij wil een vlammenzee waar
geen enkel schip doorheen kan varen, kanonnen en kruitvaten
die vanzelf ontbranden. Slaap zacht beschaving, geweten
met scherpe tanden. Slaap zacht rijkdom van de galg.

Tekening gemaakt door Gemma Oosterhof op een gedicht van Ali Şerik

Door: De PodiumPrent van de maand mei 2018 is gemaakt bij het prachtige gedicht 'Bruggen' van Door: Gemma Oosterhof. De PodiumPrent van de maand mei 2018 is gemaakt bij het prachtige gedicht 'Bruggen' van Ali Şerik. Wat een schrijf talent hebben wij toch in omstreken Amersfoort. (Tekst uit de facebook van Gemma Oosterhof)

BRUGGEN

Men kan niet tweemaal in
dezelfde rivier stappen,
Heraclitus

Wat op rivieren niet past, zijn bruggen
hoe goed ze ook opgaan in het landschap
hoe mooi ze ook gekleurd zijn
door roest.

Ook al raast de trein naar Parijs
met geliefden die niet kunnen wachten
om daar te vrijen
bruggen horen niet over rivieren.

Rivieren houden niet van bruggen
ze houden van mannen die zonder vrees
het water doorwaden
om naar de overkant te komen.

Mannen zijn moedig en zo onwetend
ze denken dat ze maar één keer
in hetzelfde water kunnen stappen.

Ze weten niet dat een rivier
met steeds hetzelfde water
vrouwen laat verdrinken.

Wat op rivieren niet past, zijn bruggen
hoe goed ze ook opgaan in het landschap
hoe mooi ze ook gekleurd zijn
door roest.

Gedicht van Ali Şerik is opgenomen op de CD van Johan Meijer

Geïnspireerd door het schilderij van zijn broer met allerlei vormen van vervoer en een leeg bord, het lied van de Belgische zanger Willem Vermandere over De Snelweg van de Vlaamse kust naar het meer van Asow op de grens van de Oekraïne en Rusland, milieuproblemen en de individualisering van onze maatschappij en geraakt door het leed van vluchtelingen – zo is er een cd ontstaan die deze op het eerste gezicht onsamenhangende aspecten van ons dagelijks leven bij elkaar brengt. Ook een gedicht van Ali Şerik is opgenomen op de CD…

Gedichten van Ali Şerik zijn vertaald in het Duits en Engels

DIE FEHLER, DIE ICH GEERBT HABE

Auch du wirst Fehler erben, mein Sohn:
meine Fehler
und die Fehler deiner Vorfahren
An dem Tag, an dem du geboren worden bist
als du einen Namen bekommen hast
hast du eine Geschichte geerbt
wie ein Fluss so klar, dass du darin die Kiesel sehen kannst
manchmal so trübe, dass du dich nicht traust, ihn zu überqueren
Bei deiner Geburt hat die Wahrheit
Fesseln um deine dünne, zarte Handgelenke gelegt
Fehler werden über Grasflächen wehen
mit den Wellen des Meeres anschwemmen
wo du auch bist, fliehen ist unmöglich
auch wenn dutzende Jahre vergehen
auch wenn der Fluss sein Flussbett
schon dutzende Male verlegt
Auch du wirst Fehler erben, mein Sohn
so erbte ich einen Genozid auf die Armenier
so erbte ich ein Blutbad auf Intellektuelle
so erbte ich Unwissenheit
so erbte ich Verachtung für die Zigeuner
So erbte ich auch eine Zukunft
auch die gehört zum Erbe
eine Zukunft mit Sonne, mit Freude, mit Liebe
und all diese tollen Menschen um mich herum.

(vertaalt door Diete Oudesluijs)

From Ali Şerik
THE VOICE THAT GIVES BIRTH

THE MAN WHO IS COMFORTING HIS LEG

In the middle of the marketplace a man hits
with a stone his upper leg. Passengers gather
around him, to see how his jeans
split and the skin bursts open. A thin jet of blood
runs into the cobblestones, next they see how
the muscles are torn. The man goes on hitting,
the stone now minces his bone. Speechless, fascinated ever more mortals keep on looking.
The man sits down, to stand is no more possible.
He goes on hitting with the stone which now is completely blood stained. An animal lust arises by this stone, deep into the flesh of the onlookers,
at the sight of a lapidation or when someone
is hung from a crane. Laughing and
gnashing-biting from the pain, the man keeps on banging the bone. An onlooker gets a hard-on,
puts his hand in his trousers and begins to masturbate.
Finally, the man pulverizes his bone. Now he hits
the last bit of flesh that is still attached, in the end
the man succeeds in separating his leg
from his body. Excited the women fondle
their breasts and vaginas, looking at the man
who takes the leg in his arms and comforts it.

(English translation by Paul Mercken)

FISH FLY OVER THE DAM

The river steams to where it must
Seagulls are flying through the air
Fish fly over the dam
Deserts float under the clouds.

Silence is only present when perceived
if someone lets it stagger from sound.
Sound is silence as well
the silence the storm before the sound.

Finally nothing remains.
Ash becomes ash,
dust becomes dust.
The frogs disappear into the bill of the heron.

Finally the mountain dies.
Grass sings the seamen’s song.
In the dawn of dryness a praying falcon.
A child draws on the wall of the city.

Nothing remains
Even the sun will perish,
if it gets dark
I shall kiss you.

(English translation by Paul Mercken)

THE CONFUSED NEIGHBOUR

The neighbour is a confused man. He puts his finger
on the sore spot. Sells all his belongings,
to help refugees.
Finds himself again in the street, does not know to
where he must go. Tells everybody
that he has been kidnapped by aliens.
He torches himself or wants to blow himself up,
in dark days of unhappiness.
Smirches the curb with pig’s blood.
When the icebox is empty runs to the shop
eats his groceries in front of the shelves,
stands in front of the till without money. He thinks
he will get visitors from the hereafter,
speaks with the dead who come to tea.
When he wakes up at night he goes naked
to the neighbours, asks them whether they have one Hhavanna for him. He is not bothered by his psychoses, he says. The neighbour is a confused man.
Tells me whether I could act a bit normal.

(English translation by Paul Mercken)

Hollanda'da yaşayan türkiyeli şairler Şiir Antolojisinde Ali Şerik’in şiirler

YORGUN SULAR

Kuşların ve çiçeklerin adlarını teker teker unuturum
artık kesik bacağı taşıyan bir vücut gibi büyüyor kent ve hasta kalbim
dolaşmak istiyor ağustos ortasında bozkırda savrulan kuru bir ot gibi
Betona, taşa, asfalta hapis ediyorum duygularımın yeşilliğini
kurtulmak sanki mümkün değil bu gelişen cilt yarasından
Büyüyen bir dünyaya, küçülen sevgime
kına yakıyorum, zehirliyorum her akşam vakti
gözlerime damlayan samansarsını

Cep telefonlarıyla ziyaret ediyorum
hastanın ziyaretçi bekleyen acılarını
Adlarını ayıklayamıyorum patikaların
vazgeçiyorum koşmaktan, uzaklaşan
dostlukları kuru bir gül gibi asıyorum güneşin altına
Her sabah unutulmak üzere olan
yaşanmamış bir gün intihar eder etimde
kuşların gri kanatlarının altında
Çiçekler kırmızı rengini yitirir
öfkenin karamsarlığında
çoğalan yalnızlığım, tespih ipini koparır kardeşliğin
Unutmak için meydanlarda haykıran sessizliği
hayvanat bahçesindeki hayvanları salarım
kentin içine, ölümlerinden kaçsın diye, benden önce

Günlerdir yürüyorum hiçbir yere varmamak için
uçuruma yuvarlanan bir yolcu aracın sürücüsüyüm sanki
acılar içinde bakıyorum damarımdan damlayana
Orman yangının ilk kıvılcımlarını sarmış
arkadaşlığın külleşen duygularını, şu an
söyleyecek hiçbir anlamlı sözcük yok
olmaz da zaten, artık hep kendim için konuşuyorum
Yakılacak hesaplarım var, duvak duvak tutuşturmak
istiyorum elbisemin içinde unutulan bedenimin zaman dilimini

Duygularım sanki dağdan yuvarlanan koca bir kaya
aşındırıyor kemiklerimi; köle olduğumu
düşünmeye çalışıyorum, emeğinden, böbreğinden başka
pazarlayacak hiçbir şeyi olmayan
Fakat emeğin rengini unuttum, kokusunu da, tadını da
içindeki işçiliğin tasasını da, öfkesini de
Göle yüzme bilmeyen biri gibi atıyorum kendimi
yatağın üstüne, bitkinim; boğulurum diye bir irkilme
yorganın altında, nefes almak için çırpınmaktayım
avucumun içinde pelte gibi gökyüzü
Vücudumu sıtmalara bırakan, katılaşan, yoğunlaşan cinayetler
geri dönmek için kırar grevlerdeki halay zincirini
Gün hasret, kanadını açan kuşların kente yapacağı saldırıya

DÖNÜP BAKTIM DIŞARI

Aynanın karşısına geçip
üstümdeki yeleği çıkartır gibi
öfkeyi çıkardım yüreğimden
Pencereye yaklaşıp baktım dünyaya
dünya hiç değişmemişti
Tekrar yaklaştım aynaya
yüreğimdeki acıyı çıkardım
üstümden kazak çıkartır gibi
Dönüp baktım dışarı
her şey yerli yerinde duruyordu
Bu sever yüreğimdeki sevgiyi çıkartım
merakla koştum aynı pencereye
güneş her zaman ki gibi
aynı görkemiyle orada duruyordu
ısıtıyordu yeryüzünü
Düşüncemi şapkamı çıkartır gibi
çıkardım beynimden
Aynanın karşısından ayrılmadan
başımı çevirip baktım dışarı
Uzaklarda bir şahin uçuyordu
her zaman ki gibi muhteşem ve tek başına
Sonra kapı açıldı
aynanın önünde kalırken
rüzgâr ilk adımın attı içeri
sesin pencereden esip uzaklaştı

İNSAN YÜREĞİ

Engin bir deniz yüreği insan, alabildiğine berrak
içinde levrek, denizkızı, kaplumbağalar yüzer
dalgası can verir otlara, yıldızlara; güneşle beslenir maviliği
soframıza sunar bereketini, fırtına sırtlarken tekneleri
denizatları kıyıdan kıyıya köpüklerinde koşturur
ara sıra uçan balık uzanır denize dokunan gökyüzüne
yüzünü vurur derya perçinleşmiş sahile
işte insan yüreği böyle, karanlık yanı başka şiire

Engin bir orman yüreği insan, kuşanmış yeşilleri
el elde, tohum tohumda döllenir
bir pençe uzanır böğürtlene, geyik izine
bilemem kaç yıldan beri ismini duymadığım çiçek
bey çiçeğini açar, ölümsüzlüğe meydan okurcasına
ormanın gizli yerinde, tenha yerinde yaşamın
işte insan yüreği böyle, karanlık yanı başka şiire

Berrak bir dağ yüreği insan, tanrıların koltuğu oraya kurulur
soğuk suyunda yıkanır efsun
sütunundan kartal uçar, dağ keçileri yerleşir manşetine
serhat bulut bulut yıldızlara dokunur
ya da kurur yolunda düşen esma, ikbal kalmaz
kasvet çoğalır, kenger kurur, bukle görünmez
yamaçlarında yalnızlığın yuvası, dağ kaplanı ölür kayalarında
işte insan yüreği böyle, karanlık yanı başka şiire

İnsan var ki yavrusunun yuvasından kaçışına düşer
emzirdiği geçmişine kilitlenir
insan var ki duyulmayan bir inziva
hasreti zehirli kuşak, mistikli hikaye, teslimiyetçi sefalet
insan var ki sevdada bereketli kıpırdanış, kahredici burcu
bolluğun iğneli oyası, çarşıda gülen iğfal
İnsanım senin sokağını kim böyle döşer
zambakların renginde, dostluğun parmak izinde
işte insan yüreği böyle, karanlık yanı başka şiire

HÜZÜNLE SAÇINI ÖREN KIZA GÖMÜLDÜM

Hüzünle saçını ören kıza gömüldüm
acısını tarayarak dururdu aynanın karşısında
sesin tohumu sokağa değdiğinde, kırmızıya dokunurdu
gazetede bir türlü eskimeyen bilmeceleri çözerdi
darağacın falına bakan haberleri okurdu

Meğer sevdiği ölmüş yenilerek yılların kum fırtınasında
tabutunun başına birikmiş bizim içimizde
yaşanmayan zaman hiçbir şeyi geri vermez
belki biraz acı çekme, biraz yüreğe sıkılan hıçkırık
onun için ağlarken bile güzeldi kadınlar
Zaman yolculuğumuzda akarsu akıp gider
hüzünle saçını ören kıza gömüldüm

Susar mezarlık, gözyaşını döker arkadaşları
yalnız mezar taşında ölüm tarihi
ölmek o kadar çok anlamsız ki
hep herken girer şarkımıza
bazen delgeçin açtığı delikten de anlamsız
hüzünle saçını ören kıza gömüldüm

2017

In de verzamelbundel “Heimwee naar huiswerk” is het werk van Ali Şerik opgenomen

SPREEKBEURT OP EEN BASISSCHOOL

Op de basisschool houdt een kind
een spreekbeurt over de vrede
Eigenaardig voor een kind van tien
dat geen oorlog heeft meegemaakt
Heel voorzichtig zegt het
dat vrede liefde is
Een volwassene zal dit als een cliché beschouwen
ook in de oorlog is er liefde
er wordt volop gevreeën met de bezetters
Het kind zegt
in de oorlog sterven ook konijnen
Blijkbaar houdt dit kind veel van dit soort dieren
Dat zal een volwassene niet denken
die zal eerder zeggen
in de oorlog sterven ook kinderen
Het kind fluistert
er zullen huizen worden verwoest
waarin je niet meer kunt slapen
Een volwassene denkt eerder
waar moeten ze al die ontheemden opvangen
het liefst in de buurlanden
De volwassene weet
dat hij geen buurland heeft dat nu in oorlog is
Het kind laat een landkaart zien
waar de oorlog op dit moment zijn bommen laat vallen
Een volwassene is er meer in geïnteresseerd
welke partij zijn steun verdient
Dan eindigt de spreekbeurt
Een volwassene zal deze spreekbeurt als waardeloos beschouwen
maar toch krijgt het kind een voldoende
omdat de juf bang is om de vrede een onvoldoende te geven

Anneke Schollaardt neemt gedichten van Ali Şerik in haar kunstwerk

Anneke Schollaardt heeft de eerste twee regels van mij gedicht op genomen in haar kunstwerk wat ze voor de Vereniging voor Penning Kunst, “Jaarpenning 2017” heeft gemaakt.

Wie ben ik

Ik zit verscholen in de schoonheid
waaruit wij allen zijn geboren.
Met jou wil ik op reis
om al mijn gevoelens te ontdekken,
hoe mooi en tragisch ze ook mogen zijn.

Als een blad verzamel ik de tijd.
Uit het vuur van het verlangen
valt de hemel neer op je schouders,
langzaam open ik mijn ogen.

Raak mijn lichaam
voel hoe het trilt met de wind.
Open de poort van mijn ziel
raak mijn lippen
proef het zout van mijn tranen.

Raak elke dag opnieuw het water.
Hoor mijn stem druppelen op je huid
een muur die voor de laatste keer omvalt
in de rivier die onze aanwezigheid wegspoelt.

(Deze gedicht is de tweede versie van het gedicht dat in 2009 is geschreven voor het project kunstvaarroute Amersfoort.)

Stadsverlichting Deventer, Kunst met een boodschap in Museum Geert Groote Huis, Deventer

Gedicht dat geschreven is voor het project ‘Stadsverlichting”

In het jaar van de haan

Wat te doen als het licht van de avond wordt afgenomen.
Ook het licht in het huis. Er is nog stroom voldoende
in het stopcontact, maar de lamp doet het niet.
Televisie springt aan, alleen maar geluid.
Nog nooit lag een stad in het donker zo wakker.

Wat te doen als het licht van de straat
wordt afgenomen, de maan er ook niet is.
Je luistert, je hoort het gezoem van de lantarens.
Zelfs de auto’s doen het, maar geen enkele lamp brandt.
Je wilt met een kaars in je auto in het donker rijden,
zodat tegenliggers je toch kunnen zien.
Ook de kaars brandt zonder licht en de bijenwas smelt.

Wat te doen als het licht van de sterren wordt afgenomen.
Zaklampen doen het niet, telefoons zonder licht,
een beller aan de andere kant schreeuwt.
Is bij jullie de zon al op. Wat te doen
als er geen licht meer is. Geen licht,
geen licht in het donker. Je zal maar wonen
in Palmyra in het jaar van de haan.

Gedicht van Ali Şerik is opgenomen in de verzamenbundel van Vereniging Taalpodium

Gedicht van Ali Şerik is opgenomen in de verzamenbundel van Vereniging Taalpodium.

Als het zo ver is

De rivier stroomt waarheen hij moet
meeuwen zwemmen in de lucht
vissen vliegen over de kade
wolken drijven in de woestijn

stilte is alleen aanwezig als iemand haar waarneemt
als iemand haar laat wankelen met geluid
maar het geluid is ook de stilte
de stilte ook de storm voor het geluid

uiteindelijk blijft niets over
as wordt as
stof wordt stof
de kikkers verdwijnen in de bek van de reiger

uiteindelijk sterft de berg
gras zingt het zeemanslied
in de wolk van droogte een biddende valk
een kind tekent op de wand van de golven

niets blijft over
ook de zon zal vergaan
als het donker wordt
dan zal ik je kussen.

2016

“Dichterbij de Essentie” jubileum is het gedicht van Ali Şerik opgenomen

Fotogroep de Essentie bestaat 40 jaar. Met dichters van Vereniging Taalpodium is een jubileumtentoonstelling vormgegeven waarin foto’s worden geflankeerd door een daarop geïnspireerd gedicht.

Daarnaast zal zowel fotowerk uit de begintijd van De Essentie (voorheen fotoclub Zeist-West) als recenter werk worden getoond.

De tentoonstelling ‘Dichterbij de Essentie 2’ is te zien in het Kunstenhuis Zeist, Egelinglaan 2b, 3650TC Zeist van 1 februari t/m 4 maart 2016.

(door Betty Bos)

Deze gedicht is gemaakt door Ali Şerik op de foto van Betty Bos

OVER
DE HEUVEL

Verlaten en verdwaalde wegen, waar het gevoel
je bekruipt dat er iets ontbreekt. Bij elke stap
wil je verder over de volgende heuvel, tot er weer
een heuvel tevoorschijn komt, waarachter
de weg verdwijnt. In je brein open je een verhaal,
onder de steen van je leven.

Hoe langer je doorloopt over de knarsende
kiezelstenen, hoe zinvoller de wandeling.
Vanuit de horizon waait schoonheid
over het stugge gras naar je toe.
Tijdens zo’n wandeling in oktober
zie je hoe herfst plaats maakt voor sneeuw,
die vanaf de bergen langzaam neerdaalt,
zich uitstrekt over het nog warme landschap.

Op zulke wegen wordt je bagage een slinger,
je kind een vuurtoren en jij de boot in de nevel.
Uitkijken naar iets nieuws wordt doorkneed,
zwijgen draait zijn schroeven aan. Patrijzen vliegen
ineens in de lucht, terwijl leegte opgesloten zit.
In zo'n streek voel je dat pijn haar ogen sluit.
Alleen op zulke plaatsen staat de tijd stil,
aan je innerlijke hemel vliegen alleen kraanvogels.

2015

Een animatiefilm gemaakt op een gedicht van Ali Şerik

(door Tirza Sprong)

YouTube link

Verhalen over de stad (Amersfoort) worden gemaakt door Eemhuis (Bibliotheek) en Clipjesfabriek

YouTube link

Project van Orkest Wilskracht, “Denkend aan Holland”

Gedicht van Ali Şerik met de opdracht van het Orkest Wilskracht “Denken aan Holland”

Gedicht van Ali Şerik is opgenomen in de verzamenbundel van Vereniging Taalpodium

DE NAAM VAN DE ASIELZOEKER

Hij pakte een stuk karton
begon erop te tekenen met een viltstift
Eerst verschenen kleine bergen die op heuvels leken
een zon, je kon niet zien of hij onderging of opkwam
Toen verscheen een rivier aan de linkerzijde
als een slinger kwam zij van de bergen naar beneden
Aan de rechterkant tekende hij huizen
huizen met platte daken
met veel te grote deuren en ramen
zulke vredige dorpen heb ik veel gezien
Hij tekende kinderen, wel twintig kleine poppen
schapen als wandelende wolken
Ik zag een tedere glimlach op zijn lippen
mijn dorp, zei hij met trots
Hij keek er enkele minuten naar
sloot zijn ogen
Toen hij ze opende, opende verdriet haar venster
Helikopters cirkelden boven de horizon
huizen begonnen te branden
pantservoertuigen staken de rivier over
Hij tekende soldaten
ze leken op zwarte kogels met armen en voeten
Na vijftien minuten was de koffiepauze om
wij moesten aan het werk
Zo gaat het nu eenmaal in een fabriek
de tekening belandde in de kartonbak
Acht maanden heb ik met hem gewerkt, elf jaar geleden
Wat was ook alweer de naam van die jongeman
een man die nog te jong was om volwassen te worden

2013

Zeist viert vrede: Vrede van Utrecht 300 jaar

In 2013 is het 300 jaar geleden dat de Vrede van Utrecht werd gesloten: een wereldomspannend vredesverdrag. Dit wordt een jaar lang gevierd met een groot internationaal programma vol feest, kunst en cultuur in de regio. Ook Slot Zeist doet mee!

Op 11 april van het jaar 1713 vond in de stad Utrecht een historische gebeurtenis van wereldformaat plaats, namelijk de ondertekening van de Vrede van Utrecht. Na ruim 2 eeuwen aan oorlogen tussen de Europese grootmachten, die plaatsvonden in Europa en zelfs ver daarbuiten, kwam er eindelijk rust en vrede. Tot dit moment werd vrede altijd bepaald door de uitkomst van veldslagen, maar dit was altijd van korte duur. Om een echte langdurige vrede te kunnen krijgen was het van groot belang dat er geen duidelijke verliezers waren. Om dit te realiseren kwamen afgezanten van alle betrokken landen in Utrecht bijeen. Na anderhalf jaar onderhandelen werd hier de Vrede van Utrecht ondertekend. Hier ligt de bakermat van de moderne Europese diplomatie.

Om de Vrede van Utrecht te vieren is in Slot Zeist een bijzondere expositie te zien. Er worden reproducties van historische etsen en schilderijen getoond maar ook van het ondertekende verdrag van de vrede van Utrecht. Daarnaast is werk te zien van 30 kunstenaars uit Zeist en omgeving die zich door deze historische gebeurtenis hebben laten inspireren; dit zijn Ans Arends, Marleen B. Berg, Riejanne Boeschoten, Ada Cathcart-Benting, Afke Dam, Greet van Dijk, Dick Donker, Fiona Drewes, Marly Freij, Elzelien Jansen, Wied en Diederik Heijning, Pascal Hustings, Cisca Jager, Sonia Karimi, Rina van Kilsdonk, Juliette Kleinhans, Jeanette Mennes, Erica Nussbaum, Linda Otterman, Toos van Poppel, Monique Schep, Maarten Schepers, Paula Stok, Peter Vermeulen, Willem van der Vlies, Annemarie Voets, Jeltje Waagenaar, Anneliek van Wijnen en Debby Frigge - Van Zon.

Dichters uit de regio Utrecht hebben zich laten inspireren door de kunstwerken en bij elk kunstwerk een gedicht geschreven. Dit zijn Titia Beukema, Hanneke Verbeek, Geerten van Gelder, Fred Penninga, Peter Schotman, Jaap Schoo, Angela Raanhuis, Lambertha Souman, Kees van Domselaar, Maarten Beemster, Leo Mesman, Huub van Doorn, Charlotte Lehmann, Peter Herdingh, Herman van Tongerloo, Gerard Beentjes, Catharina Boer, Shanna de Ruijter, Laura Reedijk, Juvu de Ruijter, Henjo Hekman, Ali Şerik, Jolanda Oudijk, Jaap Lemereis, Mia Wittop Koning, Marlies Souren, Andre Heijnekamp, Marianne van Asperen en Marja Hanko - van Woudenberg. 

Tijdens de opening was Ali Şerik één van de vijf dichters die zijn gedicht mag voordragen voor een publiek van 380 personen.

(door Willem van de Vlies)

Deze gedicht is geschreven door Ali Şerik naar aanleiding van de foto van Willem van de Vlies

ALLEEN JIJ ZAL MIJ HOREN BLOND MEISJE

Vannacht sluip ik stilletjes jullie huis binnen
steel het gepiep van de trap
Ik kom kijken hoe vredig jij slaapt
zonder aarzelen loop ik naar de slaapkamer van je ouders
om hun gesnurk te stelen
In de badkamer zal ik het druppelen van de kraan ontvreemden
zodat je ouders het geluid van water niet kunnen horen
als ze zich de volgende ochtend gaan wassen
Vannacht kom ik langs
in mijn ene hand een lantaarn
in de andere hand een zak waarin ik geluid kan stoppen
Ik zal alle klanken uit jullie huis stelen
die vastzitten aan het plafond, aan de tafel, op de vloer
Ik zal met de stoelen gaan schuiven
met mijn vuist tegen de ramen bonzen
de deuren dicht slaan
de deksels van de pannen gebruiken als bekkens
Al het geluid dat vrijkomt in het huis zal ik meenemen
Alleen jij zal de volgende ochtend nog alles kunnen horen
je ouders zullen noodgedwongen naar buiten rennen
wat ik achterlaat voor hen is het geschreeuw van de wanhoop
Dan zal ik zeggen:
Zo voelt het als je door oorlog
je huis en haard verlaat
hoe goed en snel je ook inpakt
het geluid van je huis kan je nooit meenemen
Maar je ouders zullen ook mij niet kunnen horen
Dan zullen wij hand in hand naar de Utrecht gaan
om alle geluid in de zak weer vrij te laten

Doorbloeiend Heimwee dichtbundel van Ali Şerik

(door Leo Mesman)

Ik ken Ali Şerik als een bescheiden man, maar als dichter strooit hij zonder schroom kwistig met woorden en beelden. In 1962 in Turkije geboren, kwam hij als 7-jarig zoontje van een arbeidsmigrant naar Nederland. Serik verkeert nu in de unieke positie dat hij zowel in het Nederlands als het Turks gedichten schrijft en publiceert. Hij heeft drie gedichtenbundels uitgebracht bij uitgeverij Broy in Istanboel. In april 2011 kwam bij internetuitgeverij Free Musketeers zijn laatste Nederlandstalige bundel Doorbloeiend Heimwee uit, met 38 gedichten. Ook verschenen zijn gedichten in de tweejaarlijkse verzamelbundels van de vereniging Taalpodium.

In het tijdschrift Schreef van deze vereniging (juli 2012), typeert Jaap Lemereis de gedichten in Doorbloeiend Heimwee als volgt: "Soms zijn ze heel direct en rechtlijnig, soms barok en allegorisch, soms sprookjesachtig. Ali's gedichten zijn verhalend, maar altijd uitgesproken poëtisch en beeldrijk. Je komt daardoor in een andere sfeer en leert anders kijken naar wat om je heen of in het nieuws gebeurt. Die andere sfeer ontstaat door de beeldenrijkdom die de dichter weet op te roepen. Daar schemert een oosterse verteltrant doorheen, fascinerend anders dan de vaak al te nuchtere puur Hollandse blik. De specifieke vertel- en dichttrant doorbreekt de ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid van veel beelden (...) Veel gedichten zijn maatschappijkritisch, echter zonder de poëzie los te laten. Integendeel. Maar de dichter verfraait of verdoezelt niets. Hij laat zien. De beschreven werkelijkheid wordt daardoor nog beklemmender.(...) Maar behalve maatschappijkritisch schrijft Ali Serik ook mythisch en sprookjesachtig. Het bijzondere is dat dat bij hem geen tegenstelling is. Voorwerpen en dieren spreken de mens toe. (...) Een aantal gedichten gaat over het migrant-zijn en de ontworteling die dat met zich meebrengt, maar wie goed leest kan zien dat dit (ook) verder gaat. Ali's zoektocht leidt ook tot de vraag: 'Wie leeft er nog meer in dit lichaam?' Het gaat om de mens zonder huis, zonder basis, naakter dan naakt. Heimwee naar jezelf zijn, naar mens zijn."

Ter illustratie het volgende gedicht:

NIET VOLDAAN

Ik trek eerst mijn jas uit, was tot nu toe mijzelf
dan mijn trui, hemd, sokken en mijn onderbroek
dit is niet genoeg, ik moet verder gaan
Scheer mijn grijze haren tot onder het heimwee
vragen breken open, antwoorden vallen weg
Zwijgzaam kijkt mijn moeder achterom
Scheer mijn oksels, borst, schaamhaar
zelfs mijn ballen laat ik niet onbestraft
Mijn ogen zijn donkerbruin als een tatoeage in het blonde dilemma
met mijn wijsvinger haal ik ze er één voor één uit
Ben niet tevreden, niet voldaan van het aanspoelen
luister naar mijn stem, ik speur een messcherp dialect
snij het weg met de stiletto van naaktmodellen
Nog steeds val ik uit de grazende kudde, vervloekte vreemdeling
er is een burgeroorlog tussen mijn verleden en heden
nog steeds vallen de sterren over de aardverschuiving
nog steeds trilt mijn hand in mijn schuilplaats
Mijn getinte huid verraadt mijn gehucht als een blinde vlek
langzaam doe ik mijn lichtbruine huid uit
samenschrapend alle aarzelingen, de hemel is van bloed
Loop als een slaapwandelaar in mijn eierschaal, loochenaar
van mijn eigen terreur, van mijn eigen vernedering
Nu lachen ze mij weer uit met hun blauwe ogen, met hun onbegrip
in hun blauwe glazenbol, ik de vervloekte bastaard
omdat ik weer zo anders ben, zo teder bevlekt

Wat zou het mooi zijn om Ali Şerik zelf, met zijn licht Twentse accent, zijn gedichten te horen voordragen op het podium van de volgende Utrechtse Nacht van de Poëzie in 2014, terug in de vertrouwde grote zaal van wat dan het "Muziekpaleis TivoliVredenburg" zal heten.

Maar eerst en vooral zou het mooi zijn als veel poëzieliefhebbers zijn dichtbundel zouden aanschaffen, om bijvoorbeeld ook het hilarische en toch naar de keel grijpende gedicht We kregen een geit cadeau te kunnen lezen.

Gedicht van Ali Şerik is opgenomen in de verzamenbundel van Vereniging Taalpodium

WIJ KREGEN EEN GEIT CADEAU

Wij kregen een geit cadeau
wat moeten wij met een geit dacht ik
een lelijk beest met een sik
om te grazen lieten wij haar in de tuin
eerst at ze het gras op, daarna de schuur, de schutting
waar is het mes, schreeuwde ik
wij moeten dat beest slachten
maak je geen zorgen zei mijn vrouw
het is maar een mager geitje
toen at het beest de voorgevel van het huis
waar is het mes, schreeuwde ik nogmaals
het is tegen de wet, zei mijn vrouw
om een geit te slachten in je huis
het dak van het huis was intussen verdwenen
wij moeten aan de wet gehoorzamen
zei mijn vrouw terwijl ze toekeek
hoe haar garderobe verdween in de bek van het monster
ik werd wanhopig, belde enkele vrienden
ook zij hadden een geit cadeau gekregen
het is ons lot zeiden de stemmen aan de andere kant
mijn hele huis was verdwenen in dat monster
nu loopt dat beest naar mijn auto
laat het beest met rust, zei mijn vrouw
wat hebben wij aan een auto
als wij geen huis meer hebben
toen liep de geit naar mijn vrouw
ze schreeuwde van angst om hulp
op de grond lag alleen nog het mes

2012

“Doorbloeiend heimwee”: zwangere gedichten van Ali Serik

(door Jaap Lemereis)

(Jaap Lemereis)

“Doorbloeiend heimwee”: zwangere gedichten van Ali Serik

Wat dacht je van zinnen als:

er is een burgeroorlog tussen mijn verleden en heden

Of:

Bij de bushalte staan vijf mensen teruggedrongen
Een tijd vol conflicten regent op hen neer
Als vreemden uit andere talen wachten ze op de bus

Of wat dacht je van het gezonken schip waarop “de geschiedenis van de bemanning nog heen en weer rent” En van de dreigende sfeer in een woonkamer waarin alles klaarstaat voor een maaltijd, maar niemand aanwezig is. Er is iets gebeurd, maar wat? De dichter noteert:

Ik kan niet in details treden
Daarvoor zijn mijn gedachten niet geschikt

Die dichter is Ali Şerik, langzamerhand een bekend Taalpodiumlid. Behalve in het Turks dicht hij gelukkig ook in het Nederlands. Gelukkig, omdat dit veel krachtige en bijzondere gedichten oplevert. Daarvan zijn er 38 te vinden in zijn bundel “Doorbloeiend heimwee”, intussen alweer een jaar geleden verschenen.

Die gedichten bevatten veel meer dan alleen maar mooie zinnen en scenes. Ali schrijft stevige en zeer beeldende poëzie. Meestal gebruikt hij daarbij veel woorden. “Daar ben ik niet bang voor” heeft hij mij verteld. Met recht, want hij weet die woorden uitstekend en op een geheel eigen manier te gebruiken. Ook de lezer hoeft er niet bang voor te zijn, die wordt vanzelf meegenomen en gefascineerd.

De gedichten in “Doorbloeiend heimwee” zijn typerend voor Ali’s werk. Soms zijn ze heel direct en rechtlijnig, soms barok en allegorisch, soms sprookjesachtig. Ali’s gedichten zijn verhalend, maar altijd uitgesproken poëtisch en beeldrijk. Je komt daardoor terecht in een andere sfeer en leert anders kijken naar wat om je heen of in het nieuws gebeurt. Die andere sfeer ontstaat door de beeldenrijkdom die Ali weet op te roepen. Daar schemert een oosterse verteltrant doorheen, fascinerend anders dan de vaak al te nuchtere puur Hollandse blik.

Die specifieke vertel- en dichttrant doorbreekt de ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid van veel beelden.

Vaak neemt Ali alledaagse gebeurtenissen als uitgangspunt. In “Het einde van een kat” beschrijft hij bijvoorbeeld hoe mensen zich gedragen als ze een verongelukte kat zien liggen en hoe fietsers verder fietsen “zonder het stuur van hun emoties los te laten”.

Veel van zijn gedichten zijn maatschappij-kritisch, echter zónder de poëzie los te laten. Integendeel. Maar de dichter verfraait of verdoezelt niets. Hij laat zien. De werkelijkheid de ze beschrijven wordt daardoor nog beklemmender. Een voorbeeld daarvan is “Invasie der enclave” dat beschrijft hoe Afrikanen de Spaanse enclave Melilla in Marokko bestormen, wanhopig op zoek naar een beter bestaan. Het prikkeldraad verscheurt hen. De dichter doet mee- dus ook de lezer als hij/zij daartoe bereid is:

“als een doek wappert mijn zwarte vlees
aan de scherpe afscheiding van de beschaving
... Ik zoek mijn recht om te leven
Met mij als El Negro, mijn tranen zijn donkerder dan mijn huid”

Ali weet te ontroeren en te confronteren tegelijkertijd. In “Wij kregen een geit cadeau” doet hij dat ook nog eens op een zeer hilarische manier. Evengoed is dit gedicht beklemmend en, naar mijn mening, een van de beste in deze bundel.

Maar behalve maatschappij-kritisch schrijft Ali Serik ook mythisch en sprookjesachtig. Het bijzondere is dat dat bij hem geen tegenstelling is. Voorwerpen en dieren spreken de mens toe. In “De reden van stilte” stelt de ik-figuur een vraag aan een blad, een tak, een stoeptegel, een druppel en een draad. Om dan uiteindelijk het antwoord te krijgen van een chagrijnige kever, op zijn vraag waarom niemand zijn deur voor hem opendoet: “je bent toch een mens”.

Tja, die mens. Daar gaat doorbloeiend heimwee volgens mij ook over, zo niet helemaal. Een aantal gedichten gaat over het migrant-zijn en de ontworteling die dat met zich meebrengt. Ali verwoordt daar rake waarnemingen en gevoelens. Zo werkt dat dus…, Maar wie goed leest kan zien dat dit (ook) verder gaat. Ali’s zoektocht leidt ook tot de vraag: “wie leeft er nog meer in dit lichaam?”. Het gaat om de mens zonder huis, zonder basis, naakter dan naakt. Heimwee naar jezelf zijn, naar mens zijn. Lees het gedicht “niet voldaan” er maar op na. De ik-figuur kleedt zich uit, niet alleen zijn kleren, maar ook al zijn haren, zijn huid, zijn stem, zelfs zijn ogen moeten eruit. Is dat om nóg anders te kijken?

Een enkel gedicht is wat al te barok naar mijn smaak. Ik raak dan door samenvoeging van woorden en bijvoeglijke naamwoorden het beeld kwijt. Jammer is ook dat de bundel net iets teveel type- en spelfouten bevat. Hetzij de dichter vergeven, het is al een kunst en verdienste in twee talen zulke poëzie te kunnen schrijven. En Ali’s gedichten zijn zo krachtig dat je er graag overheen leest omdat je gewoonweg wilt weten hoe het verder gaat. Het is wel iets om bij de redactie van een volgende bundel extra op te letten.

“Een gedicht moet zwanger zijn van iets” zei Ali mij ooit. De gedichten van Ali zijn allemaal zwanger. Van beelden, gedachten, onrust, schoonheid, weemoed en heimwee. Lees zelf maar. Ze verdienen wat mij betreft veel meer aandacht en een veel bredere verspreiding dan de kleine oplage van zijn bundel mogelijk maakt.