Ali Şerik

2019

Dichters zijn getuigen van hun tijd

4 april 2019

Ali Ṣerik kwam als zevenjarig jochie met zijn vader naar Nederland. Zijn vader was gastarbeider in de textielindustrie in Twente. Maar omdat zijn zoon in zijn ogen te snel verwesterde, stuurde hij hem op twaalfjarige leeftijd terug naar Turkije. Daar woonde Ali tot z’n vijftiende op het platteland bij een tante in een dorp zonder elektriciteit en zonder stromend water in de huizen. Daarna nog een jaar in Ankara bij een oom.

Terug in Nederland vlogen z’n vriendjes van vroeger uit en was zijn opleiding gebroken. Ook het Nederlands was hij net zo snel vergeten als hij het eerder had geleerd. ‘Taal is niet persoonsgebonden’ zegt hij daarover. Hij gaat werken en schrijft in het Turks. Drie bundels verschijnen in Turkije.

Pas als hij kinderen krijgt –hij verhuist voor de liefde naar Amersfoort- schrijft hij in het Nederlands. Eerst gedichten bij interviews met personen, toen bij foto’s en daarna een eerste bundel Door bloeiend heimwee, gevolgd door De hartslagen van de mus. En in 2018, bij uitgeverij Lipardi in Utrecht: De stem die baart.

Marten Janse sprak bij hem thuis over taal en cultuur.

Je bent drie keer verplant. Waar wortel jij?

Ja, eerst in Oldenzaal, toen weer in Turkije en nu uiteindelijk in Amersfoort. De eerste keer was makkelijk. Ik was jong en liep gewoon met anderen mee. Maar de tweede keer was anders. Daar waren ook zoveel minder voorzieningen, je moest buiten naar de wc. Ik heb daar wel, na twee jaar, de tv zien komen. Dat was heel bijzonder. We zaten met veertig mensen op de grond in de huiskamer. De accu’s werden van de tractoren gehaald en zo konden we twee uur televisiekijken. Dat is wel een van mijn mooiste herinneringen uit die tijd!

Ik ben wel kritisch naar de Turkse samenleving gaan kijken, ik was er zes jaar weggeweest en kende bijvoorbeeld de televisie al van hier. Omgekeerd gebeurde hetzelfde. Ik was net opgewarmd in Turkije toen ik weer terugkwam. Mijn opleiding was natuurlijk onderbroken en mijn Nederlands was verwaterd. Taal heeft geen band met de drager. Ik had geen zin om te schakelen. Ik was zestien en wilde gewoon geld verdienen.

Dat klinkt weinig poëtisch. Hoe kom je van daar bij het dichten?

Ik was beïnvloed door de volksdichters van Turkije. In sommige liederen zie je de opstand, de rebelsheid. Krachtige taal waarvan je tranen in de ogen krijgt. Vijf/zes eeuwen oud uit de tijd van het Ottomaanse rijk, uit de tijd van veel opstanden. Luister hier bijvoorbeeld eens naar: De kreet is van de sultan, maar de bergen zijn van ons.

Ik schreef deze en andere liedteksten op, als vijftien-/zestienjarige. Zo ben ik begonnen. Dat was mijn inspiratiebron. Het was 1980, in Turkije was een staatsgreep, ik was links geëngageerd. Ik was solidair met de armen en met journalisten die in de gevangenis werden gegooid. En ik publiceerde in Turkije.

Maar toen kreeg ik kinderen. Zij spreken geen Turks. En ik woon hier, dus ik bedacht dat ik nog wel solidair kon zijn, maar dat dat ook in het Nederlands mag. Ik heb mijzelf de opdracht gegeven om het jaar 2000 vast te leggen in foto’s en gedichten. Een mooi project om de multiculturele samenleving te laten zien waarvan ik getuige ben. Een tijdsdocument.

Daarna heb ik mijn eerste dichtbundel in het Nederlands geschreven.

EEN WANDELING
WACHT

Niet alleen de bomen lijken op dit land,
de bloemen doen dat ook, het gras lijkt op dit land
de dakpannen niet te vergeten.

Vooral het gesprek over kinderen lijkt op dit land
hoe vrouwen gehaast fietsen, mannen mopperen
over politiek. Wat in het bijzonder op dit land lijkt
zijn de warme woonkamers. Door het raam
naar buiten kijken, thuis of in de trein.
Almaar op zoek naar iets nieuws.

Wat eveneens op dit mooie land lijkt
zijn oude mensen die graag door willen gaan,
het moeilijk vinden om te stoppen.
Bang zijn voor een vreemde, ook al komt die
van de andere kant van het land.

Ook de grachten en het water dat golft
in de wind. Maar het meest lijkt dit land op
de duinen waar een wandeling wacht
op een wandelaar.

(Uit: De stem die baart, 2018)

Ken je ook Nederlandse dichters?

Jazeker! Ik ben fan van Rutger Kopland, lees ook Ilja Pfeiffer graag, Ingmar Heytze en Marsman. Maar het liefst lees ik verzamelbundels. Je stapt dan van de ene wereld in de andere, heerlijk vind ik dat.

Ik zit in drie poëziekringen, één in Utrecht en twee in Amersfoort. Daar leer ik veel van, bijvoorbeeld dat een kraai ook een naam is voor een doodgraver. En een knaapje een kleerhanger. Een ander voorbeeld is de kraanvogel: in Turkije is dat de boodschapper van de liefde. En brood bijvoorbeeld, als je geen brood bezit, zit je in Turkije enorm in de ellende. Veel meer nog dan hier in Nederland.

Ik zit ook bij Taalpodium Zeist, een vereniging van meer dan honderd leden die samen een blad uitbrengen.

Waar komt jouw inspiratie vandaan?

Ik lees het in de krant of hoor het op de radio en dan sla ik het op. Of ik zie het ergens… Later komt er een moment dat ik het dan opeens kan gebruiken. Zo zag ik een schotelkerkhof in Mosul, allemaal schotelontvangers die in beslag waren genomen en op een plek gedumpt. Mensen hun oren en ogen afgenomen… Of het bericht over Italiaanse vissers die geen vis meer eten omdat er zoveel vluchtelingen verdronken zijn in de Middellandse Zee. Ik zag een foto van een meisje in het water en dacht even dat het mijn dochters waren die met armen en benen wijd dreven en naar de vissen keken. Pas toen ik het onderschrift las, begreep ik dat het een drenkeling was. In mijn gedicht koppelde ik dat aan het verhaal van die Italiaanse vissers.

Waarom schrijf je?

Om emotioneel tot rust te komen. Ik denk dat als ik zou stoppen met schrijven, ik in mijn hart blind word. Het is meer dan een uitlaatklep. Een dichter is een getuige van zijn tijd. Ik hoorde van een wereldwijde enquête onder mensen naar hun mooiste wensen. En in Mongolië was er een man die wenste dat zijn paarden nooit honger zouden hebben. Dat vond ik zo mooi! Geen onhaalbare wensen over wereldvrede of uitbannen van ziektes, maar gewoon iets waar je zelf aan kunt werken, eerlijk en oprecht.

Ik wilde ook schrijven over de moord op de journalist in de ambassade van Saudi-Arabië. Onbegrijpelijk dat dat vandaag de dag nog kan. Maar ik wilde niet met de vinger wijzen of belerend doen. Toen ik de verloofde voor me zag die buiten stond te wachten, bedacht ik dat het over kwijtraken moest gaan. En zo heb ik het geschreven: Vier voorbeelden hoe je iemand kwijtraakt.

VIER VOORBEELDEN
HOE JE IEMAND
KWIJTRAAKT

Voorbeeld 1
Je dochter van vier trekt het laken over je gezicht
rent naar mama en zegt, papa is kwijt.
Ze gaan gillend alle kamers langs op zoek naar jou.
Dan word je gevonden, je dochter omhelst je,
je krijgt een kus van je vrouw.
Gevonden worden is geweldig.

Voorbeeld 2
Je gaat het Saudische consulaat in Istanbul binnen
je aanstaande vrouw wacht op de stoep.
Je komt nooit meer naar buiten.
Veel later word je in tassen naar buiten gedragen.
Iemand pakt een schop,
iemand wil niet dat zijn schoenen vies worden.
Ondanks alles, gevonden worden is geweldig.

Voorbeeld 3
Je vader is dement, eigenwijzer dan daarvoor.
Hij is ontglipt aan je aandacht,
de deur stond open en het regende kou.
Je gaat de weg op kijkt langs alle straten,
er gaan vragen door je hoofd die daar niet horen.
Eindelijk belt iemand dat hij thuis wordt gebracht.
Gevonden worden is geweldig.

Voorbeeld 4
Het is winter en tegen het eind van het nacht,
je bent zo bezopen dat je amper kan nadenken.
Een traditie, pissen in de gracht na elk kroegbezoek
jammer dat er geen dikke ijslaag op ligt.
In de middag kijkt je vriend of je al wakker bent
hij ontdekt de leegte die je hebt achtergelaten.
Mensen moeten nog overtuigd worden,
zodat duikers naar je gaan zoeken.
Ondanks alles, gevonden worden is geweldig.

(ongepubliceerd)

Hoe reageren mensen op je poëzie?

Ik hoor van mensen dat het hen wel raakt, dat ze het mooi vinden. Dat vind ik positief. Maar meestal zeggen de mensen niets. Alleen als je ze heel goed kent dat zeggen ze wat. Maar daarom zit ik ook bij die kringen, want daar krijg ik feedback en ook nog op m’n donder als het nodig is. Ik vind het ook leuk om een opdracht te krijgen. De opdrachten zijn niet altijd fijn, maar het dwingt je om je rivierbed te verlaten en een ander pad op te gaan. Daar leer ik van.

Ik probeer ook op een andere manier te schrijven. In het eerste deel van mijn bundel bijvoorbeeld, zitten gewelddadige beelden van een man die z’n been afhakt, een terrorist, en nog meer. Ik hoef niet ver te zoeken naar die beelden zolang in Iran nog mensen opgehangen worden, een spektakel waar tienduizenden op afkomen. En zolang in Afghanistan en Pakistan nog vrouwen gestenigd worden. De werkelijkheid is dichtbij.

In Nederland werden heksen verbrand, althans mensen waarvan gedacht werd dat ze heksen waren. Er was toen weinig informatie. Nu is alle informatie beschikbaar, dus doen we dat niet meer. Ik begrijp niet dat mensen zo langzaam vooruitgaan. Daarom moeten we over die zaken schrijven, dat zijn we verplicht. Niet te soft, niet alleen over ons eigen gevoel, maar ook over wat daarbuiten is. Ik vind, als de dichter in de spiegel kijkt, moet hij ook de achterkant van de spiegel zien en daarover schrijven.

Is dat jouw missie?

Mensen, wereldwijd, zijn voor vijfennegentig procent hetzelfde, maar wij kijken alleen naar de verschillen en gebruiken die om elkaar af te stoten. Dat vind ik zo jammer. We moeten de mensen bijbrengen dat er een omslag nodig is.

DE MAN DIE
ZIJN BEEN
TROOST

Midden op het plein slaat een man met een steen
op zijn bovenbeen. Voorbijgangers verzamelen zich
om hem heen, om te zien hoe de spijkerbroek
scheurt en de huid openbarst. Een dunne straal bloed
stroomt op de kasseien, daarna zien ze hoe
de spieren scheuren. De man blijft maar slaan,
de steen hakt nu op zijn bot. Sprakeloos, gefascineerd
wordt er gekeken door steeds meer stervelingen.
De man gaat zitten, staan gaat niet meer.
Hij blijft slaan met de steen die nu helemaal bebloed is.
Een dierlijke lust ontstaat door dit schouwspel,
diep in het vlees van de toeschouwers,
bij het zien van een steniging of als iemand
met een hijskraan wordt ophangen. Lachend
en tandenknarsend van pijn, blijft de man bonken
op het bot. Een toeschouwer krijgt een stijve,
stopt zijn hand in zijn broek en begint te masturberen.
Uiteindelijk verbrijzelt de man zijn bot. Nu slaat hij
op het laatste stuk vlees dat nog vast zit, eindelijk
lukt het de man om zijn been van zijn lichaam
te scheiden. Opgewonden betasten vrouwen
hun borsten en vagina’s, kijkend naar de man
die zijn been in zijn armen neemt en troost.

(Uit: De stem die baart, 2018)

Ali Şerik – De stem die baart

27 maart 2019

Het woord dat bloot is

door Herbert Mouwen

De stem die baart van de Amersfoortse dichter Ali Şerik is zijn derde dichtbundel in het Nederlands. Hiervoor verschenen drie bundels in het Turks, zijn moedertaal. Het is een markante bundel geworden met een diversiteit aan actuele onderwerpen. Scherpe observaties, direct taalgebruik en een hoge toegankelijkheid van zijn gedichten zijn kenmerkend voor zijn anekdotische manier van schrijven. De dichtbundel is verdeeld in drie afdelingen, die achtereenvolgens de titels ‘Alles is zo mooi’, ‘Dagelijks brood’ en ‘Brood voor de ziel’ meegekregen hebben. Vrijwel alle gedichten zijn opgebouwd uit strofen, die in lengte met elkaar overeenkomen. Het herhalen van openingszinnen van de strofen wordt enkele malen al dan niet in varianten toegepast. Soms is het herhaalde gebruik van de gebiedende wijs, waarin de dichter zich streng tot de lezer richt, het bepalende structuurelement van een gedicht. Eindrijm en metrum ontbreken in Şerik poëzie, het taalgebruik is zakelijk, soms beschouwend. Bij wijze van voorwoord en nawoord zijn twee gedichten van Hanneke Verbeek opgenomen die betrekking hebben op het dichterschap van Ali Şerik. In haar ‘Haan op plat vlak’ lees ik: ‘maar hij, de snoeshaan / in dit kakelhok / krabt diepte open’.

Het gedicht ‘De parade van de geboorteakte’ gaat over eenzaamheid en heeft een cynische ondertoon. De inhoud van de openingszin is nietsontziend, daarna maakt de dichter duidelijk dat al die praatprogramma’s op de televisie slechts lege gesprekken opleveren. Het ‘lijk’ dat ‘wacht’ is er in ieder geval niet mee geholpen. De eerste strofe luidt aldus:

Op het zitmeubel wacht al maanden een lijk.
De televisie staat aan. Heel wat dialogen
zijn de revue gepasseerd. Niemand bouwt
meer zandkastelen voor de golven.

Wat bijzonder is aan de poëzie van Şerik is het pamfletachtige karakter van de meeste gedichten, met name in de eerste en tweede afdeling van de bundel. De dichter lijkt er niet op uit te zijn fraaie gedichten te schrijven, die rijkelijk voorzien zijn van symboliek en metaforen. Hij wil situaties aan de orde stellen die hem opvallen, persoonlijk raken en in veel gevallen irriteren. De lezer herkent ogenblikkelijk het onderwerp dat hij aanroert en voelt zich daar al heel vlug ongemakkelijk bij. Herkenning en het gevoel oproepen dat ook jij als lezer in gebreke bent gebleven en aan de bestaan van de wantoestand niets gedaan hebt, zijn de poëtische wapens die hij inzet. Zelden heb ik de eenzaamheid in een moderne samenleving zo krachtig verwoord gezien als in de derde strofe van ‘De parade van de geboorteakte’:

Waren de huizen maar niet zo goed
geïsoleerd. Je hoort niet wanneer iemand doodgaat.
Alleen het gefluister van geesten.

De zorg voor een verantwoord energiegebruik in relatie tot de vereenzaming. Voor de dichter is er een causaal verband tussen beide. Hij koppelt de isolatie van huizen aan de vereenzaming en – hoe kan het ook anders? – hij geeft de voorkeur aan de opvatting dat niemand in eenzaamheid mag sterven. Na het lezen van het gedicht werd me het wrange karakter van de titel ‘De parade van de geboorteakte’ echt duidelijk. Je krijgt zoals iedereen een papiertje bij je geboorte en de rest van je leven loop je de kans alleen op de wereld te zijn en te blijven. De afsluitende strofe is het summum van eenzaamheid:

De parade van de geboorteakte is ten einde,
geen getuige te vinden die het verleden overdraagt
aan de geschiedenis, toekomst was tijdelijk.

Het gedicht als pamflet. Voor Şerik is een pamflet een tekst die geschreven is naar aanleiding van een bepaalde gebeurtenis, waarin niet alleen de lezer geïnformeerd wordt, maar ook de dichter stelling neemt ten opzichte van die gebeurtenis. Soms draait het niet om een concrete gebeurtenis, maar om een niet direct waarneembaar verschijnsel dat al langer aan de gang is. Onderwerpen die in zijn pamfletachtige gedichten langskomen zijn verwarde mensen, terrorisme, het plegen van een aanslag, persvrijheid, pyromanie, leiderschap, straatprostitutie, armoede, Mosul en de gesneuvelde soldaat. Daarnaast zijn er de alledaagse onderwerpen (‘Dagelijks brood’), zoals de natuur, de jaargetijden, de liefde, vrouwen, de dood, de tijd, het kind, verjaardagen, vriendschap en het verleden. Vanuit het gezichtspunt van de dichter is het gedicht ‘Kleine vrouwen’ generaliserend, maar tegelijkertijd o zo aandoenlijk (‘Kleine vrouwen hebben kleine tranen / maar hun tranen zijn diep.’) en met liefde en openhartigheid geschreven: ‘Maar hun benen zijn sterk / om hun bezopen mannen naar huis te dragen.’ En altijd komt het motief van je een vreemde voelen in het land waar je nu woont bovendrijven. ‘In de auto’ opent met de veelzeggende versregel ‘Ik rij door een streek die mij vreemd is.’ En het gedicht ‘Framboos op het ijs’ bevat de zin ‘Vriendschap is het vruchtvlees van onze soort’. Als lezer herken je bovenstaande thema’s moeiteloos, maar elke keer word je verrast door het openlijke karakter en de onverwachte invalshoeken van zijn gedichten. Opmerkelijk is daarbij dat Şerik van de hak op de tak springt met het aanbieden van zijn thema’s. De variatie van onderwerpen is groot. Ik wil – wellicht ten overvloede – benadrukken dat het bij Şerik gaat om het gedicht-als-pamflet en niet om een pamflet in de vorm van een gedicht. Ali Şerik is bovenal dichter.

De gedichten van de laatste afdeling zijn geïnspireerd door en gebaseerd op een aantal kunstwerken. De titel van deze afdeling is veelzeggend: ‘Brood voor de ziel’. De dichter noemt aan het begin van de afdeling een tiental namen van de kunstenaars, niet van de werken zelf. De precieze koppeling tussen gedicht en kunstwerk blijft daarom onduidelijk. Het is mogelijk om deze poëzie bij het lezen als autonoom te beschouwen, maar enkele van deze gedichten bevatten veel verwijzingen naar zaken buiten de tekst van het gedicht, zoals ‘Tussen hoofdweg en gebouw staat een stenen / kunstwerk.’, ‘Daar staat hij dan, als de gemetselde muur / van een ruïne’ en ‘Daar staat ze dan, uit tin en koper gegoten’. Het lezen ervan leidt mij af, want ik wil graag de inspiratiebron weten om een vergelijking te kunnen maken. De tegenstelling in het gedicht ‘Schaal met vissen’ is fraai. De eerste strofe:

Een vrouw met kind loopt ergens naar toe,
van de markt naar haar huis, naar de buren,
naar iemand die haar na aan het hart ligt. Zulke dingen
doen vrouwen dagelijks. In haar hand een hand,
haar eigen kind of een kind van iemand anders.
Hoelang je ook naar vrouwen kijkt,
op een gegeven moment verdwijnen ze
om de hoek van een straat, door een deur,
in een winkel, achter de horizon. Ergens waar de regenboog
verdwijnt of weer tevoorschijn komt.

Na de eerste vijf versregels, waarin het bewegend beeld van een lopende ‘vrouw met kind’ wordt gepresenteerd, gaat de tijdsduur van het kijken een rol spelen. De observatie is nauwkeurig: eerst het lopen, daarin hoe het ‘hand aan hand’-beeld van de vrouw eruit ziet en van wie het kind kan zijn, daarna de overweging van het uiteindelijk verdwijnen van de ‘vrouw met kind’ als je lang blijft kijken. Na deze strofe wordt in de tweede strofe in de eerste drie versregels een andere type vrouw tegenover de ‘vrouw met kind’ gezet:

Maar er zijn weinig vrouwen die op hun hoofd
een schaal met vissen dragen, hun vruchtbaarheid
zo openlijk aan iedereen laten zien.

De schaal met vissen als vruchtbaarheidssymbool, de vis als verwijzing naar de vrouw die verleidt of te verleiden is. Ook aan de verwijzing naar het Ichthus-motief en het Bijbelse verhaal van de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging valt niet te ontkomen. In deze prozaïsche gedichten valt heel wat te ontdekken. Wanneer aan dit gedicht een tekst of een beeld (prent, schilderij) ten grondslag ligt, zou ik graag weten welke tekst of welk beeld dat is.

De taal die Şerik hanteert in De stem die baart is ontdaan van versieringen. In het poëticale gedicht ‘Als een woord / daar is’ verwoordt hij dat aldus: ‘Het woord dat bloot is / heeft dorst in zijn schaduw’. Het hele gedicht is een weergave van de persoonlijke betekenis die de dichter geeft aan het woord en welke functie het kan krijgen in een gedicht. In dit gedicht komt een grote afwisseling van typen woorden langs. Zo zijn er woorden van zorgen, nostalgie, vriendschap, thuis, een kind, vlam en bloot zijn. In de laatste strofe maakt hij duidelijk dat hij een authentiek – maar wel alledaags! – woordgebruik in de gedichten wil hanteren, want ‘Het woord dat niet gelezen wordt / zondert zich af / het woord dat geronseld is / blaast zichzelf op in een gedicht.’ Bovendien is de houding van deze dichter bijzonder, omdat hij absoluut geen blad voor de mond neemt. Beter nog, hij neemt helemaal niets voor de mond. Hij zorgt ervoor dat de lezer zijn gedichten goed verstaat, dat deze zijn stem goed hoort. De stem van Ali Şerik spreekt volkomen vrijuit, zonder scrupules en klinkt welluidend. Die stem baart poëzie, brengt gedichten ter wereld en die zijn de moeite van het lezen waard.

De Mensenbieb

23 maart 2019, van 13:00 tot 15:00 | de Bibliotheek het Eemhuis — Espressobar De Draak

De Mensenbieb is een bibliotheek van mensen. Bij ons ‘leent’ u levende boeken. De boeken zijn mensen die u mogelijk in uw omgeving niet vaak of nooit spreekt. Dit keer zijn er mensen te leen die in een ander land geboren zijn of die nu in een ander land wonen. Kom ze in het Eemhuis "lezen"!

Denk bij de te lenen boeken aan iemand die heel anders is dan uzelf, of anders in het leven staat. Dit keer zijn de te lenen boeken mensen uit een ander land en Nederlanders die lang in een ander land gewoond en gewerkt hebben/ nog werken. Worden zij wel eens anders benaderd, buitengesloten of gediscrimineerd door wie ze zijn? Wat voor gebruiken nemen zij mee? En hoe is het om in een land te leven met andere tradities? Zijn er bijvoorbeeld andere normen en waarden? U mag de "boeken" alles vragen. lk gesprek duurt maximaal 20 minuten. Meld u vijf minuten voor aanvang van het gesprek.

Kom langs en stel je vragen!
oa aan Simone Korkus, Ali Şerik en anderen.

Nieuws van de Haarlemse Dichtlijn

Open podium met Ali Serik

Ali Şerik is onze gast. Zijn nieuwste bundel, De stem die baart, is niet onopgemerkt gebleven. De exotische beeldenrijkdom van deze Turkse dichter met Twentse tongval, wil getuigen van deze tijd, misstanden aan de kaak stellen en mensen met elkaar verbinden.

Dit is zo'n dichter voor wie je zeker naar Bar Wolkers wilt komen op dinsdagavond 26 maart om 19.45 uur (als je koffie wilt; aanvang programma: 20.00 uur precies). Zet plaats, datum en tijd met hoofdletters in je agenda!

Mocht je vooraf met ons mee willen eten -gezellig!- meld je dan aan bij Lieneke, onze podiummanager. Bij haar kun je je ook opgeven als je wilt optreden met je poëzie op het open podium. Mail naar podia@haarlemsedichtlijn.nl.

Onze singer/songwriter van de avond is Kim Nanninga. Zij was eerder bij ons te gast in november 2016. En dat was een groot succes!

Gluren bij de buren

Één van de vele gedichten die Ali Şerik voordroeg

Vier voorbeelden hoe je iemand kwijtraakt

Voorbeeld 1
Je dochter van vier trekt het laken over je gezicht
rent naar mama en zegt, papa is kwijt.
Ze gaan gillend alle kamers langs op zoek naar jou.
Dan word je gevonden, je dochter omhelst je,
je krijgt een kus van je vrouw.
Gevonden worden is geweldig.

Voorbeeld 2
Je gaat het Saudische consulaat in Istanbul binnen
je aanstaande vrouw wacht op de stoep.
Je komt nooit meer naar buiten.
Veel later word je in tassen naar buiten gedragen.
Iemand pakt een schop,
iemand wil niet dat zijn schoenen vies worden.
Ondanks alles, gevonden worden is geweldig.

Voorbeeld 3
Je vader is dement, eigenwijzer dan daarvoor.
Hij is ontglipt aan je aandacht,
de deur stond open en het regende kou.
Je gaat de weg op kijkt langs alle straten,
er gaan vragen door je hoofd die daar niet horen.
Eindelijk belt iemand dat hij thuis wordt gebracht.
Gevonden worden is geweldig.

Voorbeeld 4
Het is winter en tegen het eind van het nacht,
je bent zo bezopen dat je amper kan nadenken.
Een traditie, pissen in de gracht na elk kroegbezoek
jammer dat er geen dikke ijslaag op ligt.
In de middag kijkt je vriend of je al wakker bent
hij ontdekt de leegte die je hebt achtergelaten.
Mensen moeten nog overtuigd worden,
zodat duikers naar je gaan zoeken.
Ondanks alles, gevonden worden is geweldig.

2e editie Poëzie Festival Laren

Marathon van het Korte gedicht. Op zaterdagavond 2 februari van 18.30- 22.00 uur zal een groot aantal dichters tijdens de ‘Marathon van het Korte Gedicht’ gedichten voordragen uit de bundel ‘Kortweg 3’. Te midden van de boeken van de bibliotheek en de expositie Kunst en Poëzie zal met aandacht geluisterd worden. Tussendoor is er genoeg ruimte om gezellig een drankje te drinken en bij te praten in de foyer van het Brinkhuis. De muzikanten van Babak-O-Doestan zorgen voor een bijzondere muzikale invulling. Ook op deze avond is iedereen van harte welkom! Bibliotheek/Brinkhuis Laren. Brink 29. Vrij entree.

Dichters die meededen. Tsead Bruinja, Minke Maat, Annamamed Myatiev, Antoinetty van de Brink, Willem van Toorn, Ineke Holzhaus, Cora de Vos, Babak Amiri, Nafiss Nia, Victor Vroomkoning, Kelly Breemen, Jos Schellart, Maartje Jaquet, Mimoun Essahraoui, Vicky Breemen, Mare Groen, Jos van Hest, Ali Şerik, Babette van Helsdingen, Ben de Veth, Willem van Spronsen, Gerard Wortel, Gerard Beentjes.

Twee gedichten van Ali Şerik die opgenomen zijn in het mooie boekje “doosje tussentijd”

Wie ben jij, vraagt de duif,
die op de balkonleuning zit.
Het weer is plakkerig,
mijn dorst vraagt bier.
De duif herhaalt zijn vraag,
alsof ik hier net kom wonen.
Ik ben een Turkse tortel, zeg ik.
Hij lacht zich krom. En zegt
spring eens van het balkon.

Ik zoek al dagen naar mij,
weet niet waar ik mij kan vinden
ben ik groot of klein,
woon ik in een kopje
of verberg ik mij in een vaas.
Ben ik een vrouw of een man,
drink ik wijn voor het slapen?
Wat het ook mag zijn, mag ik
even bij jullie op koffiebezoek.

Tentoonstelling-stil-de-tijd van Krijnie Beyen

27 januari t/m 14 april 2019

Geen tijd hebben – dat is een van de fundamentele ervaringen van onze tijd. Joke J. Hermsen nam dit verschijnsel kritisch onder de loep in haar boek Stil de tijd. Zij bracht een onderscheid aan tussen kloktijd en innerlijke tijd. Zij verkende het belang van rust, verveling, aandacht en wachten; ervaringen die sinds de Oudheid als belangrijke voorwaarden voor het denken en de creativiteit werden beschouwd, maar in het huidige tijdsgewricht minder waardering krijgen.

Stil de tijd – vraagt aandacht voor een moment, een half uur of uur waarin we door meditatie de tijd even stilzetten. Daarmee creëren we ruimte en stilte zodat we ons kunnen verbinden met de eeuwige beweging – de energie die zich steeds weer vernieuwd en ons keer op keer weer nieuw zicht geeft op wie we zijn en waar we staan.

In de tentoonstelling Stil de tijd hebben 3 beeldend kunstenaars, een geluidskunstenaar en 2 dichters zich verdiept in de tijds- en stilte-ervaring en hun werk. Zij ontmoetten elkaar, verbonden zich met hun innerlijke tijd door meditatie en onderzochten door opstellingen hun relatie met tijd, stilte en ruimte.

Deelnemnde kunstnaars en dichters Jolanthe Lalkens, Jan Kees Helms, Ron Jagers, Herko van Eerden, Ger Bos, Ali Şerik en Krijnie Beyen

Gedicht van Ali Şerik met het kunstwerk van Krijnie Beyen

Verpakt in stilte

Haal de storm uit je brein
hoe verborgen ook,
pleeg geen plagiaat van verlangens
open de herhaalde stilte van angst.
Wordt geen vijver die droogvalt,
met vissen in de modder
die naar lucht happen.

Krassen onder het vernis,
gedachten die niet wegspoelen,
zoektochten met splinters.
Elk huis kijkt naar buiten
kijkt naar de straat
naar de hemel boven zijn dak.
In zoekgeraakte cadeaus
verbergen zich kussen van heel vroeger.

Neem plaats op een kruk, stoel, bank
of gewoon op de grond.
Ergens blijft de schemering
de hele dag hangen.
Laat de verroeste
sleutels vallen.
Laat je vinden door iemand,
het leven laat nooit
al zijn vreugde tegelijk zien.

Door het oog van de tijd

Kon ik maar slapen in de tijd
in hem wonen
met mijn katten om mij heen.
Kon ik maar in de tijd slapen
dromen
naar de aarde kijken.
Gewoon kijken
zonder enige ernst.
Kon ik maar kijken
naar de aarde
zonder dat iemand het wist.
Kon ik maar aan niets denken
misschien alleen aan jou
toen wij nog naast elkaar lagen
en in slaap vielen.

De stille tijd

Laat alle glazen staan.
Sluit je ogen, trek de kleren uit
die strak om je lichaam zitten.
Adem diep in, wees een huis
dat door zijn deuren en vensters
naar binnen kijkt.

Voel hoe moe je handen zijn,
lichaam vol geschiedenis.

Je gedachten zijn vogels
die alle kanten opvliegen.
Elke keer vang je ze
de afstand die ze afleggen
wordt korter
tot jaren hun vleugels knotten.

Haal diep adem en ontspan
laat geen antwoord een knaapje vinden.
Waar stilte en tijd in elkaar schuiven
uit verschillende puzzeldozen.

Open dan je ogen
loop naar iemand die je niet kent.
Kijk in zijn ogen om te vinden
wat jij zoekt in de oneindige ruimte van rust
die je weerloos meedraagt
voor al je kleine verdriet.

De tijd nemen

Aan de oostkant van de rivier
stapelt een meisje stenen op elkaar.
De eerste steen begraaft ze deels in de grond.
De tweede steen die zij uitkiest is grijs.
De derde steen zoekt zij zorgvuldig
tussen zwarte stenen met wit pigment
zoektocht naar versluierd afdrukken van lichamen.
De vierde steen is bruin, de kleur van schors
van witte paardenkastanje.
Zij zoekt de vijfde steen,
die wat rond is.
De balans van rond is het moeilijkst te bepalen,
zulke stenen lijken op de ziel.
Je weet zelden aan welke kant die neer valt
hoe diep de barst naar binnen kan zijn.
Ze legt de steen bovenop de vierde steen.
De wind komt aan de westkant op, bladen trillen.
Nu pakt zij een platte witte steen
met de vorm van een wieg
zet die voorzichtig op de bovenste.
De steen wankelt, maar blijft staan.
De bries fluistert langs de stilte.

Lopen door de tijd

Ik sta voor een tuin van een verlaten boerderij.
Er is een zee van onkruid,
geen structuur, geen kleurpatronen, geen houvast,
een ooit zo verzorgde tuin is uit handen gevallen.
Ik klim over het roestige hek, loop de tuin in.
Langzaam ontdek ik kleuren
van muurhavikskruid, akkerdistel, akkerwinde
verborgen in het groen,
zoals het leven zich verbergt tussen het leven.

Voor het eerst zie ik schoonheid
van wat bestempeld was als wild gewas,
gevormd door drie architecten: zon, wind en regen
herkenbare sporen van geur en pollen.
Voor het eerst herken ik orde
die ver van mij staat.
Het fluisteren van planten is hier,
wat mij toegang biedt
de moed laat vinden om iets uit te gummen,
om een lege pagina te openen.
Zelfs het gras van één meter hoog
deelt de innerlijk rust van de Hollandse aarde.

Interview: Nieuwe bundel van betrokken dichter Ali Şerik

(door Leo Mesman)

“We zijn allemaal getuigen. Een dichter is getuige van zijn tijd.”
“Het papier is mijn geheugen. Ik babbel niet veel, ik schrijf liever alles op.”
“Als ik in het Turks dicht, ben ik Turk. Als ik in het Nederlands dicht, ben ik Nederlander.”

Drie karakteristieke uitspraken van dichter Ali Şerik. Ik noteerde ze tijdens het interview dat presentator Jaap Lemereis met hem had op de drukbezochte presentatie van Ali’s nieuwste en derde dichtbundel De stem die baart op 16 december 2018 in de Amersfoortse Bibliotheek Het Eemhuis. Ik heb op mijn poëzieblog al diverse malen aandacht geschonken aan het dichtwerk van Şerik. (Tik zijn naam in het zoekvenster en je vindt de berichten in kwestie.)

Ik beschouw Ali Şerik als een dichter pur sang, zoals je die maar zelden tegenkomt. Ook de nieuwe bundel is weer een rijk gevuld boekwerk van 95 bladzijden, uitgebracht door de Utrechtse uitgeverij Lipari. (Jammer van de kleine imperfecties hier en daar in de verder zo verzorgde tekst.) Vooral in het eerste deel met de cynisch klinkende titel ALLES IS ZO MOOI staan gedichten met heftige beelden, die van de lezer een stevige maag vergen. Maar hierna volgt een overvloed aan tedere en liefdevolle poëzie in deze bundel. Alle, meestal lange, gedichten van Ali worden gekenmerkt door de verrassende, bloemrijke en soms bizarre beeldentaal die deze dichter zo eigen is. In de meeste gedichten laat hij zich kennen als een maatschappelijk betrokken en bevlogen dichter en als een niets verbloemende en alerte ‘getuige van onze tijd’.

Ter illustratie, citeer ik twee mooie korte gedichten uit De stem die baart: een soort ode aan Nederland en een liefdesvers.

EEN WANDELING WACHT

Niet alleen de bomen lijken op dit land,
de bloemen doen dat ook, het gras lijkt op dit land
de dakpannen niet te vergeten.
Vooral het gesprek over kinderen lijkt op dit land
hoe vrouwen gehaast fietsen, mannen mopperen
over politiek. Wat in het bijzonder op dit land lijkt
zijn de warme woonkamers. Door het raam
naar buiten kijken, thuis of in de trein.
Almaar op zoek naar iets nieuws.
Wat eveneens op dit mooie land lijkt
zijn oude mensen die graag door willen gaan,
het moeilijk vinden om te stoppen.
Bang zijn voor een vreemde, ook al komt die
van de andere kant van het land.
Ook de grachten en het water dat golft
in de wind. Maar het meest lijkt dit land op
de duinen waar een wandeling wacht
op een wandelaar.

WATERLELIE

Vanmorgen liep ik langs het water,
het was stil, in de verte gezang van vogels.
Op het water weerkaatsten lichte wolken.
Nadat ik wat treurwilgen had gepasseerd door het gras,
zag ik tientallen waterlelies nog in hun knoppen.
Slechts één had haar witte bloem geopend,
ik moest zo aan jou denken.

Wil je meer weten wat deze bijzondere dichter bezielt en hoe je aan zijn nieuwste bundel kunt komen? Lees dan het verhelderende interview dat redacteur Peter le Nobel van Nationale Boekenblog.nl met hem had.

2018

Interview: Ali Şerik vertraagt de waarneming in een op hol geslagen wereld.

(door Peter le Nobel)

Ali Şerik wil als dichter vooral het waarnemen vertragen, zo blijkt na lezing van zijn nieuwe bundel ‘De stem die baart.’ Deze begint met bloederige, wrede gedichten, maar gaandeweg komt ook de typische, vertellende lyriek van Şerik terug, waarbij de observator de lezer vooral wil laten ervaren.

“We kunnen uiteindelijk altijd de mooie kant van ons laten zien”, zegt Şerik, “maar we hebben ook een donkere zijde. We gaan soms slecht met elkaar om, zoals door te pesten op de werkvloer, door elkaar welbewust pijn te doen. Zo laat ik in een gedicht een man en een vrouw elkaar opeten. De donkere kant van de mens zie je niet alleen in de wereldpolitiek terug, maar ook in de relatie tussen mensen. Dat wilde ik gruwelijk en nauwkeurig weergeven, omdat we continu in die situatie geraken. Dit verschijnsel is van alle tijden. We proberen steeds nieuwe manieren uit te vinden om het uit te leggen, weer te geven.”

“Ik heb ook een gedicht geschreven waarin iemand zichzelf opereert. Ik kwam erop toen ik 30 jaar was getrouwd en de tijd overzag. Drie decennia terug haalde mijn vrouw de recepten bij vrienden op, en nu bekijkt ze die via YouTube. Dat is natuurlijk een gigantische vooruitgang: de hele wereldkeuken heb je tot je beschikking, maar het menselijk contact, de menselijke waarden, heb je buitengesloten. In dat gedicht heb ik geprobeerd dat over te brengen.”

‘Het gedicht brengt innerlijke rust terwijl de kaders in je hersens losbarsten’

“Wreedheid is van alle tijden, maar de moderne mens, door de kunstmatige intelligentie, zijn we op dit moment bezig om een nieuwe weg in te slaan. Door het onderwijs, door de structuur van onze samenleving, kunnen we heel veel informatie verwerken, terwijl we tegelijkertijd onszelf proberen te begrijpen in de wereld om ons heen. We zijn zo bezig om de toekomst te veranderen, dat we een nieuwe psyché moeten hebben en de innerlijke rust moeten vinden. Uiteindelijk is dat de kracht van het gedicht: je krijgt innerlijke rust terwijl kaders in je hersens losbarsten.”

‘Ik probeer de dingen een nieuw leven te geven’

“Ik probeer te schrijven wat mij dagelijks bezighoudt. Ik ben niet iemand die graag praat over problemen, maar die liever van zich afschrijft. Ik ben een waarnemer. Het persoonlijke probeer ik daarom altijd te vermijden, maar uiteindelijk kom je daar niet onderuit.”

Op het blauwe water

Op het blauwe water van de zee drijft
een meisje van vier. Haar gezicht naar de vissen.
Armen uit elkaar, benen gespreid,
om haar evenwicht niet te verliezen.

Ze herinnert mij aan mijn dochters,
aan de Egeïsche Zee. Ik moet dichtbij
onder een parasol zitten,
lees een boek of geniet van het uitzicht.

De tekst onder de foto haalt me uit mijn droom.
Het bericht gaat over bootvluchtelingen.
De donkerbruine huid van het meisje
is gebleekt door zeewater.
Gebleekt door de zee is ze zo lichtbruin geworden
als mijn dochters toen zij op die leeftijd
zomers lang op het strand met schelpen speelden.

Nu zijn mijn dochters jonge vrouwen geworden.
Dit meisje zal geen jonge vrouw worden.
Dode kinderen groeien immers niet.
Dit meisje dobbert al tweeëntwintig uur in de stroming.
Het wrak dat ze een boot noemden ligt op de bodem.
De Italiaanse vissers eten geen vis meer, als ze een vis
opensnijden, horen ze de hulpkreten
van de verdronken vluchtelingen.

“Het beeld van het meisje heb ik van een foto in de krant. Maar ik herinner me ook van de zomerse beelden van mijn dochters, die op hun buik in het water naar de vissen keken. Dat beeld van dat verdronken meisje heeft mij zo diep geraakt! De Italiaanse vissers wilden geen vis meer eten, omdat die de lichamen hebben aangevreten. Ik had het gevoel dat ik er iets mee moest doen. Wat ben ik blij dat we in een veilig land wonen. Mijn kinderen zal zoiets niet overkomen.”

“Ik probeer altijd die dingen weer te geven die we niet mogen vergeten. Ik vind dat we die een nieuw leven moeten geven.”

In 2012 en 2013 heeft hij ruim een jaar lang op vrijdag het wekelijkse gedicht voor de Nationale Boekenblog geschreven. Wekelijks een gedicht schrijven bleek een goede leerschool voor hem. “Door die deadline werd ik scherper in het zoeken van onderwerpen en werd ik gedwongen om nauwkeuriger te kijken in een kortere tijd.” Niet snel daarna kwam zijn Nederlandstalig debuut ‘Doorbloeiend heimwee’ uit, vervolgens ‘Hartslagen van de mus’. ‘De stem die baart’ is zijn derde Nederlandstalige bundel.

21ste Poëzieslag Festina Lente Amsterdam

Ali Şerik windt de 2de voorronde van de 21ste editie van Poëzieslag Festina Lente Amsterdam.

Één van de gedichten wat Ali Şerik voordroeg.

DE STAD SLAAPT
MET ZIJN PYROMAAN

Slaap zacht alle daken van het noorden,
de pyromaan slaapt. Hij droomt vannacht van de vuurzee
die over de stad wordt gezaaid. Hij is de rijstplanter
die tot zijn knieën in het water staat. Droomt over
Keizer Nero die zijn Rome in brand steekt,
napalmbommen boven de Vietcong, brandpijlen van
Gengis Khan die een stad laat knielen voor zijn leger.

Slaap zacht alle daken van het zuiden,
de pyromaan slaapt. Hij speelt niet met een doos vol lucifers
die hij één voor één aansteekt. Rent niet het bos in om daar
het vuur te bewonderen dat als sterretjes opstijgt,
deze nacht houdt hij zijn oerinstinct in bedwang. Hoe graag
laat hij zijn pupillen verdrinken in de warmte van verbazing
bij elke vlam, telkens moet hij naar boven zwemmen om niet
onder te gaan in de gloeiende as

Slaap zacht alle daken van het oosten,
de pyromaan slaapt. Hij zoekt niet alleen de krotten
waarop de daken staan, steekt niet alleen de roestende auto’s
voor jullie deuren in brand, slaap zacht lekkende plafonds,
verrotte schuttingen, ramen die niet goed sluiten. Slaap zacht
verroeste glijbaan, verwaarloosde toekomst. Slaap zacht
krekels van wanhoop die gehoord willen worden.

Slaap zacht alle daken van het westen,
de pyromaan slaapt. Deze nacht heb je niets te vrezen,
de muren zijn stevig, de knechten dapper, de toekomst lacht
je tegemoet. Slaap zacht wijk van rijkdom, deze pyromaan
hoef je niet te vrezen. Hij wil een vlammenzee waar
geen enkel schip doorheen kan varen, kanonnen en kruitvaten
die vanzelf ontbranden. Slaap zacht beschaving, geweten
met scherpe tanden. Slaap zacht rijkdom van de galg.

Tekening gemaakt door Gemma Oosterhof op een gedicht van Ali Şerik

Door: De PodiumPrent van de maand mei 2018 is gemaakt bij het prachtige gedicht 'Bruggen' van Door: Gemma Oosterhof. De PodiumPrent van de maand mei 2018 is gemaakt bij het prachtige gedicht 'Bruggen' van Ali Şerik. Wat een schrijf talent hebben wij toch in omstreken Amersfoort. (Tekst uit de facebook van Gemma Oosterhof)

BRUGGEN

Men kan niet tweemaal in
dezelfde rivier stappen,
Heraclitus

Wat op rivieren niet past, zijn bruggen
hoe goed ze ook opgaan in het landschap
hoe mooi ze ook gekleurd zijn
door roest.

Ook al raast de trein naar Parijs
met geliefden die niet kunnen wachten
om daar te vrijen
bruggen horen niet over rivieren.

Rivieren houden niet van bruggen
ze houden van mannen die zonder vrees
het water doorwaden
om naar de overkant te komen.

Mannen zijn moedig en zo onwetend
ze denken dat ze maar één keer
in hetzelfde water kunnen stappen.

Ze weten niet dat een rivier
met steeds hetzelfde water
vrouwen laat verdrinken.

Wat op rivieren niet past, zijn bruggen
hoe goed ze ook opgaan in het landschap
hoe mooi ze ook gekleurd zijn
door roest.

Gedicht van Ali Şerik is opgenomen op de CD van Johan Meijer

Geïnspireerd door het schilderij van zijn broer met allerlei vormen van vervoer en een leeg bord, het lied van de Belgische zanger Willem Vermandere over De Snelweg van de Vlaamse kust naar het meer van Asow op de grens van de Oekraïne en Rusland, milieuproblemen en de individualisering van onze maatschappij en geraakt door het leed van vluchtelingen – zo is er een cd ontstaan die deze op het eerste gezicht onsamenhangende aspecten van ons dagelijks leven bij elkaar brengt. Ook een gedicht van Ali Şerik is opgenomen op de CD…

Gedichten van Ali Şerik zijn vertaald in het Duits en Engels

DIE FEHLER, DIE ICH GEERBT HABE

Auch du wirst Fehler erben, mein Sohn:
meine Fehler
und die Fehler deiner Vorfahren
An dem Tag, an dem du geboren worden bist
als du einen Namen bekommen hast
hast du eine Geschichte geerbt
wie ein Fluss so klar, dass du darin die Kiesel sehen kannst
manchmal so trübe, dass du dich nicht traust, ihn zu überqueren
Bei deiner Geburt hat die Wahrheit
Fesseln um deine dünne, zarte Handgelenke gelegt
Fehler werden über Grasflächen wehen
mit den Wellen des Meeres anschwemmen
wo du auch bist, fliehen ist unmöglich
auch wenn dutzende Jahre vergehen
auch wenn der Fluss sein Flussbett
schon dutzende Male verlegt
Auch du wirst Fehler erben, mein Sohn
so erbte ich einen Genozid auf die Armenier
so erbte ich ein Blutbad auf Intellektuelle
so erbte ich Unwissenheit
so erbte ich Verachtung für die Zigeuner
So erbte ich auch eine Zukunft
auch die gehört zum Erbe
eine Zukunft mit Sonne, mit Freude, mit Liebe
und all diese tollen Menschen um mich herum.

(vertaalt door Diete Oudesluijs)

From Ali Şerik
THE VOICE THAT GIVES BIRTH

THE MAN WHO IS COMFORTING HIS LEG

In the middle of the marketplace a man hits
with a stone his upper leg. Passengers gather
around him, to see how his jeans
split and the skin bursts open. A thin jet of blood
runs into the cobblestones, next they see how
the muscles are torn. The man goes on hitting,
the stone now minces his bone. Speechless, fascinated ever more mortals keep on looking.
The man sits down, to stand is no more possible.
He goes on hitting with the stone which now is completely blood stained. An animal lust arises by this stone, deep into the flesh of the onlookers,
at the sight of a lapidation or when someone
is hung from a crane. Laughing and
gnashing-biting from the pain, the man keeps on banging the bone. An onlooker gets a hard-on,
puts his hand in his trousers and begins to masturbate.
Finally, the man pulverizes his bone. Now he hits
the last bit of flesh that is still attached, in the end
the man succeeds in separating his leg
from his body. Excited the women fondle
their breasts and vaginas, looking at the man
who takes the leg in his arms and comforts it.

(English translation by Paul Mercken)

FISH FLY OVER THE DAM

The river steams to where it must
Seagulls are flying through the air
Fish fly over the dam
Deserts float under the clouds.

Silence is only present when perceived
if someone lets it stagger from sound.
Sound is silence as well
the silence the storm before the sound.

Finally nothing remains.
Ash becomes ash,
dust becomes dust.
The frogs disappear into the bill of the heron.

Finally the mountain dies.
Grass sings the seamen’s song.
In the dawn of dryness a praying falcon.
A child draws on the wall of the city.

Nothing remains
Even the sun will perish,
if it gets dark
I shall kiss you.

(English translation by Paul Mercken)

THE CONFUSED NEIGHBOUR

The neighbour is a confused man. He puts his finger
on the sore spot. Sells all his belongings,
to help refugees.
Finds himself again in the street, does not know to
where he must go. Tells everybody
that he has been kidnapped by aliens.
He torches himself or wants to blow himself up,
in dark days of unhappiness.
Smirches the curb with pig’s blood.
When the icebox is empty runs to the shop
eats his groceries in front of the shelves,
stands in front of the till without money. He thinks
he will get visitors from the hereafter,
speaks with the dead who come to tea.
When he wakes up at night he goes naked
to the neighbours, asks them whether they have one Hhavanna for him. He is not bothered by his psychoses, he says. The neighbour is a confused man.
Tells me whether I could act a bit normal.

(English translation by Paul Mercken)

Hollanda'da yaşayan türkiyeli şairler Şiir Antolojisinde Ali Şerik’in şiirler

YORGUN SULAR

Kuşların ve çiçeklerin adlarını teker teker unuturum
artık kesik bacağı taşıyan bir vücut gibi büyüyor kent ve hasta kalbim
dolaşmak istiyor ağustos ortasında bozkırda savrulan kuru bir ot gibi
Betona, taşa, asfalta hapis ediyorum duygularımın yeşilliğini
kurtulmak sanki mümkün değil bu gelişen cilt yarasından
Büyüyen bir dünyaya, küçülen sevgime
kına yakıyorum, zehirliyorum her akşam vakti
gözlerime damlayan samansarsını

Cep telefonlarıyla ziyaret ediyorum
hastanın ziyaretçi bekleyen acılarını
Adlarını ayıklayamıyorum patikaların
vazgeçiyorum koşmaktan, uzaklaşan
dostlukları kuru bir gül gibi asıyorum güneşin altına
Her sabah unutulmak üzere olan
yaşanmamış bir gün intihar eder etimde
kuşların gri kanatlarının altında
Çiçekler kırmızı rengini yitirir
öfkenin karamsarlığında
çoğalan yalnızlığım, tespih ipini koparır kardeşliğin
Unutmak için meydanlarda haykıran sessizliği
hayvanat bahçesindeki hayvanları salarım
kentin içine, ölümlerinden kaçsın diye, benden önce

Günlerdir yürüyorum hiçbir yere varmamak için
uçuruma yuvarlanan bir yolcu aracın sürücüsüyüm sanki
acılar içinde bakıyorum damarımdan damlayana
Orman yangının ilk kıvılcımlarını sarmış
arkadaşlığın külleşen duygularını, şu an
söyleyecek hiçbir anlamlı sözcük yok
olmaz da zaten, artık hep kendim için konuşuyorum
Yakılacak hesaplarım var, duvak duvak tutuşturmak
istiyorum elbisemin içinde unutulan bedenimin zaman dilimini

Duygularım sanki dağdan yuvarlanan koca bir kaya
aşındırıyor kemiklerimi; köle olduğumu
düşünmeye çalışıyorum, emeğinden, böbreğinden başka
pazarlayacak hiçbir şeyi olmayan
Fakat emeğin rengini unuttum, kokusunu da, tadını da
içindeki işçiliğin tasasını da, öfkesini de
Göle yüzme bilmeyen biri gibi atıyorum kendimi
yatağın üstüne, bitkinim; boğulurum diye bir irkilme
yorganın altında, nefes almak için çırpınmaktayım
avucumun içinde pelte gibi gökyüzü
Vücudumu sıtmalara bırakan, katılaşan, yoğunlaşan cinayetler
geri dönmek için kırar grevlerdeki halay zincirini
Gün hasret, kanadını açan kuşların kente yapacağı saldırıya

DÖNÜP BAKTIM DIŞARI

Aynanın karşısına geçip
üstümdeki yeleği çıkartır gibi
öfkeyi çıkardım yüreğimden
Pencereye yaklaşıp baktım dünyaya
dünya hiç değişmemişti
Tekrar yaklaştım aynaya
yüreğimdeki acıyı çıkardım
üstümden kazak çıkartır gibi
Dönüp baktım dışarı
her şey yerli yerinde duruyordu
Bu sever yüreğimdeki sevgiyi çıkartım
merakla koştum aynı pencereye
güneş her zaman ki gibi
aynı görkemiyle orada duruyordu
ısıtıyordu yeryüzünü
Düşüncemi şapkamı çıkartır gibi
çıkardım beynimden
Aynanın karşısından ayrılmadan
başımı çevirip baktım dışarı
Uzaklarda bir şahin uçuyordu
her zaman ki gibi muhteşem ve tek başına
Sonra kapı açıldı
aynanın önünde kalırken
rüzgâr ilk adımın attı içeri
sesin pencereden esip uzaklaştı

İNSAN YÜREĞİ

Engin bir deniz yüreği insan, alabildiğine berrak
içinde levrek, denizkızı, kaplumbağalar yüzer
dalgası can verir otlara, yıldızlara; güneşle beslenir maviliği
soframıza sunar bereketini, fırtına sırtlarken tekneleri
denizatları kıyıdan kıyıya köpüklerinde koşturur
ara sıra uçan balık uzanır denize dokunan gökyüzüne
yüzünü vurur derya perçinleşmiş sahile
işte insan yüreği böyle, karanlık yanı başka şiire

Engin bir orman yüreği insan, kuşanmış yeşilleri
el elde, tohum tohumda döllenir
bir pençe uzanır böğürtlene, geyik izine
bilemem kaç yıldan beri ismini duymadığım çiçek
bey çiçeğini açar, ölümsüzlüğe meydan okurcasına
ormanın gizli yerinde, tenha yerinde yaşamın
işte insan yüreği böyle, karanlık yanı başka şiire

Berrak bir dağ yüreği insan, tanrıların koltuğu oraya kurulur
soğuk suyunda yıkanır efsun
sütunundan kartal uçar, dağ keçileri yerleşir manşetine
serhat bulut bulut yıldızlara dokunur
ya da kurur yolunda düşen esma, ikbal kalmaz
kasvet çoğalır, kenger kurur, bukle görünmez
yamaçlarında yalnızlığın yuvası, dağ kaplanı ölür kayalarında
işte insan yüreği böyle, karanlık yanı başka şiire

İnsan var ki yavrusunun yuvasından kaçışına düşer
emzirdiği geçmişine kilitlenir
insan var ki duyulmayan bir inziva
hasreti zehirli kuşak, mistikli hikaye, teslimiyetçi sefalet
insan var ki sevdada bereketli kıpırdanış, kahredici burcu
bolluğun iğneli oyası, çarşıda gülen iğfal
İnsanım senin sokağını kim böyle döşer
zambakların renginde, dostluğun parmak izinde
işte insan yüreği böyle, karanlık yanı başka şiire

HÜZÜNLE SAÇINI ÖREN KIZA GÖMÜLDÜM

Hüzünle saçını ören kıza gömüldüm
acısını tarayarak dururdu aynanın karşısında
sesin tohumu sokağa değdiğinde, kırmızıya dokunurdu
gazetede bir türlü eskimeyen bilmeceleri çözerdi
darağacın falına bakan haberleri okurdu

Meğer sevdiği ölmüş yenilerek yılların kum fırtınasında
tabutunun başına birikmiş bizim içimizde
yaşanmayan zaman hiçbir şeyi geri vermez
belki biraz acı çekme, biraz yüreğe sıkılan hıçkırık
onun için ağlarken bile güzeldi kadınlar
Zaman yolculuğumuzda akarsu akıp gider
hüzünle saçını ören kıza gömüldüm

Susar mezarlık, gözyaşını döker arkadaşları
yalnız mezar taşında ölüm tarihi
ölmek o kadar çok anlamsız ki
hep herken girer şarkımıza
bazen delgeçin açtığı delikten de anlamsız
hüzünle saçını ören kıza gömüldüm

2017

In de verzamelbundel “Heimwee naar huiswerk” is het werk van Ali Şerik opgenomen

SPREEKBEURT OP EEN BASISSCHOOL

Op de basisschool houdt een kind
een spreekbeurt over de vrede
Eigenaardig voor een kind van tien
dat geen oorlog heeft meegemaakt
Heel voorzichtig zegt het
dat vrede liefde is
Een volwassene zal dit als een cliché beschouwen
ook in de oorlog is er liefde
er wordt volop gevreeën met de bezetters
Het kind zegt
in de oorlog sterven ook konijnen
Blijkbaar houdt dit kind veel van dit soort dieren
Dat zal een volwassene niet denken
die zal eerder zeggen
in de oorlog sterven ook kinderen
Het kind fluistert
er zullen huizen worden verwoest
waarin je niet meer kunt slapen
Een volwassene denkt eerder
waar moeten ze al die ontheemden opvangen
het liefst in de buurlanden
De volwassene weet
dat hij geen buurland heeft dat nu in oorlog is
Het kind laat een landkaart zien
waar de oorlog op dit moment zijn bommen laat vallen
Een volwassene is er meer in geïnteresseerd
welke partij zijn steun verdient
Dan eindigt de spreekbeurt
Een volwassene zal deze spreekbeurt als waardeloos beschouwen
maar toch krijgt het kind een voldoende
omdat de juf bang is om de vrede een onvoldoende te geven

Anneke Schollaardt neemt gedichten van Ali Şerik in haar kunstwerk

Anneke Schollaardt heeft de eerste twee regels van mij gedicht op genomen in haar kunstwerk wat ze voor de Vereniging voor Penning Kunst, “Jaarpenning 2017” heeft gemaakt.

Wie ben ik

Ik zit verscholen in de schoonheid
waaruit wij allen zijn geboren.
Met jou wil ik op reis
om al mijn gevoelens te ontdekken,
hoe mooi en tragisch ze ook mogen zijn.

Als een blad verzamel ik de tijd.
Uit het vuur van het verlangen
valt de hemel neer op je schouders,
langzaam open ik mijn ogen.

Raak mijn lichaam
voel hoe het trilt met de wind.
Open de poort van mijn ziel
raak mijn lippen
proef het zout van mijn tranen.

Raak elke dag opnieuw het water.
Hoor mijn stem druppelen op je huid
een muur die voor de laatste keer omvalt
in de rivier die onze aanwezigheid wegspoelt.

(Deze gedicht is de tweede versie van het gedicht dat in 2009 is geschreven voor het project kunstvaarroute Amersfoort.)

Stadsverlichting Deventer, Kunst met een boodschap in Museum Geert Groote Huis, Deventer

Gedicht dat geschreven is voor het project ‘Stadsverlichting”

In het jaar van de haan

Wat te doen als het licht van de avond wordt afgenomen.
Ook het licht in het huis. Er is nog stroom voldoende
in het stopcontact, maar de lamp doet het niet.
Televisie springt aan, alleen maar geluid.
Nog nooit lag een stad in het donker zo wakker.

Wat te doen als het licht van de straat
wordt afgenomen, de maan er ook niet is.
Je luistert, je hoort het gezoem van de lantarens.
Zelfs de auto’s doen het, maar geen enkele lamp brandt.
Je wilt met een kaars in je auto in het donker rijden,
zodat tegenliggers je toch kunnen zien.
Ook de kaars brandt zonder licht en de bijenwas smelt.

Wat te doen als het licht van de sterren wordt afgenomen.
Zaklampen doen het niet, telefoons zonder licht,
een beller aan de andere kant schreeuwt.
Is bij jullie de zon al op. Wat te doen
als er geen licht meer is. Geen licht,
geen licht in het donker. Je zal maar wonen
in Palmyra in het jaar van de haan.

Gedicht van Ali Şerik is opgenomen in de verzamenbundel van Vereniging Taalpodium

Gedicht van Ali Şerik is opgenomen in de verzamenbundel van Vereniging Taalpodium.

Als het zo ver is

De rivier stroomt waarheen hij moet
meeuwen zwemmen in de lucht
vissen vliegen over de kade
wolken drijven in de woestijn

stilte is alleen aanwezig als iemand haar waarneemt
als iemand haar laat wankelen met geluid
maar het geluid is ook de stilte
de stilte ook de storm voor het geluid

uiteindelijk blijft niets over
as wordt as
stof wordt stof
de kikkers verdwijnen in de bek van de reiger

uiteindelijk sterft de berg
gras zingt het zeemanslied
in de wolk van droogte een biddende valk
een kind tekent op de wand van de golven

niets blijft over
ook de zon zal vergaan
als het donker wordt
dan zal ik je kussen.

2016

“Dichterbij de Essentie” jubileum is het gedicht van Ali Şerik opgenomen

Fotogroep de Essentie bestaat 40 jaar. Met dichters van Vereniging Taalpodium is een jubileumtentoonstelling vormgegeven waarin foto’s worden geflankeerd door een daarop geïnspireerd gedicht.

Daarnaast zal zowel fotowerk uit de begintijd van De Essentie (voorheen fotoclub Zeist-West) als recenter werk worden getoond.

De tentoonstelling ‘Dichterbij de Essentie 2’ is te zien in het Kunstenhuis Zeist, Egelinglaan 2b, 3650TC Zeist van 1 februari t/m 4 maart 2016.

(door Betty Bos)

Deze gedicht is gemaakt door Ali Şerik op de foto van Betty Bos

OVER
DE HEUVEL

Verlaten en verdwaalde wegen, waar het gevoel
je bekruipt dat er iets ontbreekt. Bij elke stap
wil je verder over de volgende heuvel, tot er weer
een heuvel tevoorschijn komt, waarachter
de weg verdwijnt. In je brein open je een verhaal,
onder de steen van je leven.

Hoe langer je doorloopt over de knarsende
kiezelstenen, hoe zinvoller de wandeling.
Vanuit de horizon waait schoonheid
over het stugge gras naar je toe.
Tijdens zo’n wandeling in oktober
zie je hoe herfst plaats maakt voor sneeuw,
die vanaf de bergen langzaam neerdaalt,
zich uitstrekt over het nog warme landschap.

Op zulke wegen wordt je bagage een slinger,
je kind een vuurtoren en jij de boot in de nevel.
Uitkijken naar iets nieuws wordt doorkneed,
zwijgen draait zijn schroeven aan. Patrijzen vliegen
ineens in de lucht, terwijl leegte opgesloten zit.
In zo'n streek voel je dat pijn haar ogen sluit.
Alleen op zulke plaatsen staat de tijd stil,
aan je innerlijke hemel vliegen alleen kraanvogels.

Bibliotheek Eemland in Amersfoort heeft het gedicht "De naam van de asielzoeker" van Ali Şerik in 2016 vertaald in het Arabische

اسم اللاجئ
اخذ قطعة من الورق المقوى
و بدأ يرسم عليها بقلم لباد
ظهرت في الاول جبالا صغيرة تشبه التلال 
و شمسا، وكان لا يمكنك ان تقول انها على الغروب ام على الاشراق
ظهر على الجانب الايسر نهرا يتمايل كالارجوحة
بين الجبال و على الجانب الايمن
رسم بيوتا و منازل ذات اسقف مسطحة 
و ابوابا و نوافد كبيرة
قد رايت كثيرا مثل هذه القرى الهادئة
رسم كذاك اطفلا و عشرون دمى صغيرة
و اغنم تتجول كالسحاب
رأيت ابتسامةرفيقة على شفتيه و قال فخورا هذه قريتي
تأمل بضع دقائق فيها
غمض عينيه
و لما فتحهما فتح الحزن نوافده
طائرات الحرب تحلق على الافق
بيوت تحترق و دبابات تعبر النهر
رسم جنودا كالرصاص الاسود ذا ادرعة و اقدام
انتهت الاستراحة
بعد خمسة عشر دقيقة
كان علينا ان نستمر في العمل
هكذا تسير الامور في المصنع
القي الرسم في سلة الورق
ثمانية اشهر اشتغلت معه
منذ احدى عشر عاما
لم اتذكر اسم ذلك الشاب
الذي لا زال في ربيع عمره ليصير رجلا بالغا.

2015

Een animatiefilm gemaakt op een gedicht van Ali Şerik

(door Tirza Sprong)

YouTube link

Verhalen over de stad (Amersfoort) worden gemaakt door Eemhuis (Bibliotheek) en Clipjesfabriek

YouTube link

Project van Orkest Wilskracht, “Denkend aan Holland”

Gedicht van Ali Şerik met de opdracht van het Orkest Wilskracht “Denken aan Holland”

Gedicht van Ali Şerik is opgenomen in de verzamenbundel van Vereniging Taalpodium

DE NAAM VAN DE ASIELZOEKER

Hij pakte een stuk karton
begon erop te tekenen met een viltstift
Eerst verschenen kleine bergen die op heuvels leken
een zon, je kon niet zien of hij onderging of opkwam
Toen verscheen een rivier aan de linkerzijde
als een slinger kwam zij van de bergen naar beneden
Aan de rechterkant tekende hij huizen
huizen met platte daken
met veel te grote deuren en ramen
zulke vredige dorpen heb ik veel gezien
Hij tekende kinderen, wel twintig kleine poppen
schapen als wandelende wolken
Ik zag een tedere glimlach op zijn lippen
mijn dorp, zei hij met trots
Hij keek er enkele minuten naar
sloot zijn ogen
Toen hij ze opende, opende verdriet haar venster
Helikopters cirkelden boven de horizon
huizen begonnen te branden
pantservoertuigen staken de rivier over
Hij tekende soldaten
ze leken op zwarte kogels met armen en voeten
Na vijftien minuten was de koffiepauze om
wij moesten aan het werk
Zo gaat het nu eenmaal in een fabriek
de tekening belandde in de kartonbak
Acht maanden heb ik met hem gewerkt, elf jaar geleden
Wat was ook alweer de naam van die jongeman
een man die nog te jong was om volwassen te worden

2013

Zeist viert vrede: Vrede van Utrecht 300 jaar

In 2013 is het 300 jaar geleden dat de Vrede van Utrecht werd gesloten: een wereldomspannend vredesverdrag. Dit wordt een jaar lang gevierd met een groot internationaal programma vol feest, kunst en cultuur in de regio. Ook Slot Zeist doet mee!

Op 11 april van het jaar 1713 vond in de stad Utrecht een historische gebeurtenis van wereldformaat plaats, namelijk de ondertekening van de Vrede van Utrecht. Na ruim 2 eeuwen aan oorlogen tussen de Europese grootmachten, die plaatsvonden in Europa en zelfs ver daarbuiten, kwam er eindelijk rust en vrede. Tot dit moment werd vrede altijd bepaald door de uitkomst van veldslagen, maar dit was altijd van korte duur. Om een echte langdurige vrede te kunnen krijgen was het van groot belang dat er geen duidelijke verliezers waren. Om dit te realiseren kwamen afgezanten van alle betrokken landen in Utrecht bijeen. Na anderhalf jaar onderhandelen werd hier de Vrede van Utrecht ondertekend. Hier ligt de bakermat van de moderne Europese diplomatie.

Om de Vrede van Utrecht te vieren is in Slot Zeist een bijzondere expositie te zien. Er worden reproducties van historische etsen en schilderijen getoond maar ook van het ondertekende verdrag van de vrede van Utrecht. Daarnaast is werk te zien van 30 kunstenaars uit Zeist en omgeving die zich door deze historische gebeurtenis hebben laten inspireren; dit zijn Ans Arends, Marleen B. Berg, Riejanne Boeschoten, Ada Cathcart-Benting, Afke Dam, Greet van Dijk, Dick Donker, Fiona Drewes, Marly Freij, Elzelien Jansen, Wied en Diederik Heijning, Pascal Hustings, Cisca Jager, Sonia Karimi, Rina van Kilsdonk, Juliette Kleinhans, Jeanette Mennes, Erica Nussbaum, Linda Otterman, Toos van Poppel, Monique Schep, Maarten Schepers, Paula Stok, Peter Vermeulen, Willem van der Vlies, Annemarie Voets, Jeltje Waagenaar, Anneliek van Wijnen en Debby Frigge - Van Zon.

Dichters uit de regio Utrecht hebben zich laten inspireren door de kunstwerken en bij elk kunstwerk een gedicht geschreven. Dit zijn Titia Beukema, Hanneke Verbeek, Geerten van Gelder, Fred Penninga, Peter Schotman, Jaap Schoo, Angela Raanhuis, Lambertha Souman, Kees van Domselaar, Maarten Beemster, Leo Mesman, Huub van Doorn, Charlotte Lehmann, Peter Herdingh, Herman van Tongerloo, Gerard Beentjes, Catharina Boer, Shanna de Ruijter, Laura Reedijk, Juvu de Ruijter, Henjo Hekman, Ali Şerik, Jolanda Oudijk, Jaap Lemereis, Mia Wittop Koning, Marlies Souren, Andre Heijnekamp, Marianne van Asperen en Marja Hanko - van Woudenberg. 

Tijdens de opening was Ali Şerik één van de vijf dichters die zijn gedicht mag voordragen voor een publiek van 380 personen.

(door Willem van de Vlies)

Deze gedicht is geschreven door Ali Şerik naar aanleiding van de foto van Willem van de Vlies

ALLEEN JIJ ZAL MIJ HOREN BLOND MEISJE

Vannacht sluip ik stilletjes jullie huis binnen
steel het gepiep van de trap
Ik kom kijken hoe vredig jij slaapt
zonder aarzelen loop ik naar de slaapkamer van je ouders
om hun gesnurk te stelen
In de badkamer zal ik het druppelen van de kraan ontvreemden
zodat je ouders het geluid van water niet kunnen horen
als ze zich de volgende ochtend gaan wassen
Vannacht kom ik langs
in mijn ene hand een lantaarn
in de andere hand een zak waarin ik geluid kan stoppen
Ik zal alle klanken uit jullie huis stelen
die vastzitten aan het plafond, aan de tafel, op de vloer
Ik zal met de stoelen gaan schuiven
met mijn vuist tegen de ramen bonzen
de deuren dicht slaan
de deksels van de pannen gebruiken als bekkens
Al het geluid dat vrijkomt in het huis zal ik meenemen
Alleen jij zal de volgende ochtend nog alles kunnen horen
je ouders zullen noodgedwongen naar buiten rennen
wat ik achterlaat voor hen is het geschreeuw van de wanhoop
Dan zal ik zeggen:
Zo voelt het als je door oorlog
je huis en haard verlaat
hoe goed en snel je ook inpakt
het geluid van je huis kan je nooit meenemen
Maar je ouders zullen ook mij niet kunnen horen
Dan zullen wij hand in hand naar de Utrecht gaan
om alle geluid in de zak weer vrij te laten

Doorbloeiend Heimwee dichtbundel van Ali Şerik

(door Leo Mesman)

Ik ken Ali Şerik als een bescheiden man, maar als dichter strooit hij zonder schroom kwistig met woorden en beelden. In 1962 in Turkije geboren, kwam hij als 7-jarig zoontje van een arbeidsmigrant naar Nederland. Serik verkeert nu in de unieke positie dat hij zowel in het Nederlands als het Turks gedichten schrijft en publiceert. Hij heeft drie gedichtenbundels uitgebracht bij uitgeverij Broy in Istanboel. In april 2011 kwam bij internetuitgeverij Free Musketeers zijn laatste Nederlandstalige bundel Doorbloeiend Heimwee uit, met 38 gedichten. Ook verschenen zijn gedichten in de tweejaarlijkse verzamelbundels van de vereniging Taalpodium.

In het tijdschrift Schreef van deze vereniging (juli 2012), typeert Jaap Lemereis de gedichten in Doorbloeiend Heimwee als volgt: "Soms zijn ze heel direct en rechtlijnig, soms barok en allegorisch, soms sprookjesachtig. Ali's gedichten zijn verhalend, maar altijd uitgesproken poëtisch en beeldrijk. Je komt daardoor in een andere sfeer en leert anders kijken naar wat om je heen of in het nieuws gebeurt. Die andere sfeer ontstaat door de beeldenrijkdom die de dichter weet op te roepen. Daar schemert een oosterse verteltrant doorheen, fascinerend anders dan de vaak al te nuchtere puur Hollandse blik. De specifieke vertel- en dichttrant doorbreekt de ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid van veel beelden (...) Veel gedichten zijn maatschappijkritisch, echter zonder de poëzie los te laten. Integendeel. Maar de dichter verfraait of verdoezelt niets. Hij laat zien. De beschreven werkelijkheid wordt daardoor nog beklemmender.(...) Maar behalve maatschappijkritisch schrijft Ali Serik ook mythisch en sprookjesachtig. Het bijzondere is dat dat bij hem geen tegenstelling is. Voorwerpen en dieren spreken de mens toe. (...) Een aantal gedichten gaat over het migrant-zijn en de ontworteling die dat met zich meebrengt, maar wie goed leest kan zien dat dit (ook) verder gaat. Ali's zoektocht leidt ook tot de vraag: 'Wie leeft er nog meer in dit lichaam?' Het gaat om de mens zonder huis, zonder basis, naakter dan naakt. Heimwee naar jezelf zijn, naar mens zijn."

Ter illustratie het volgende gedicht:

NIET VOLDAAN

Ik trek eerst mijn jas uit, was tot nu toe mijzelf
dan mijn trui, hemd, sokken en mijn onderbroek
dit is niet genoeg, ik moet verder gaan
Scheer mijn grijze haren tot onder het heimwee
vragen breken open, antwoorden vallen weg
Zwijgzaam kijkt mijn moeder achterom
Scheer mijn oksels, borst, schaamhaar
zelfs mijn ballen laat ik niet onbestraft
Mijn ogen zijn donkerbruin als een tatoeage in het blonde dilemma
met mijn wijsvinger haal ik ze er één voor één uit
Ben niet tevreden, niet voldaan van het aanspoelen
luister naar mijn stem, ik speur een messcherp dialect
snij het weg met de stiletto van naaktmodellen
Nog steeds val ik uit de grazende kudde, vervloekte vreemdeling
er is een burgeroorlog tussen mijn verleden en heden
nog steeds vallen de sterren over de aardverschuiving
nog steeds trilt mijn hand in mijn schuilplaats
Mijn getinte huid verraadt mijn gehucht als een blinde vlek
langzaam doe ik mijn lichtbruine huid uit
samenschrapend alle aarzelingen, de hemel is van bloed
Loop als een slaapwandelaar in mijn eierschaal, loochenaar
van mijn eigen terreur, van mijn eigen vernedering
Nu lachen ze mij weer uit met hun blauwe ogen, met hun onbegrip
in hun blauwe glazenbol, ik de vervloekte bastaard
omdat ik weer zo anders ben, zo teder bevlekt

Wat zou het mooi zijn om Ali Şerik zelf, met zijn licht Twentse accent, zijn gedichten te horen voordragen op het podium van de volgende Utrechtse Nacht van de Poëzie in 2014, terug in de vertrouwde grote zaal van wat dan het "Muziekpaleis TivoliVredenburg" zal heten.

Maar eerst en vooral zou het mooi zijn als veel poëzieliefhebbers zijn dichtbundel zouden aanschaffen, om bijvoorbeeld ook het hilarische en toch naar de keel grijpende gedicht We kregen een geit cadeau te kunnen lezen.

Gedicht van Ali Şerik is opgenomen in de verzamenbundel van Vereniging Taalpodium

WIJ KREGEN EEN GEIT CADEAU

Wij kregen een geit cadeau
wat moeten wij met een geit dacht ik
een lelijk beest met een sik
om te grazen lieten wij haar in de tuin
eerst at ze het gras op, daarna de schuur, de schutting
waar is het mes, schreeuwde ik
wij moeten dat beest slachten
maak je geen zorgen zei mijn vrouw
het is maar een mager geitje
toen at het beest de voorgevel van het huis
waar is het mes, schreeuwde ik nogmaals
het is tegen de wet, zei mijn vrouw
om een geit te slachten in je huis
het dak van het huis was intussen verdwenen
wij moeten aan de wet gehoorzamen
zei mijn vrouw terwijl ze toekeek
hoe haar garderobe verdween in de bek van het monster
ik werd wanhopig, belde enkele vrienden
ook zij hadden een geit cadeau gekregen
het is ons lot zeiden de stemmen aan de andere kant
mijn hele huis was verdwenen in dat monster
nu loopt dat beest naar mijn auto
laat het beest met rust, zei mijn vrouw
wat hebben wij aan een auto
als wij geen huis meer hebben
toen liep de geit naar mijn vrouw
ze schreeuwde van angst om hulp
op de grond lag alleen nog het mes

2012

“Doorbloeiend heimwee”: zwangere gedichten van Ali Serik

(door Jaap Lemereis)

(Jaap Lemereis)

“Doorbloeiend heimwee”: zwangere gedichten van Ali Serik

Wat dacht je van zinnen als:

er is een burgeroorlog tussen mijn verleden en heden

Of:

Bij de bushalte staan vijf mensen teruggedrongen
Een tijd vol conflicten regent op hen neer
Als vreemden uit andere talen wachten ze op de bus

Of wat dacht je van het gezonken schip waarop “de geschiedenis van de bemanning nog heen en weer rent” En van de dreigende sfeer in een woonkamer waarin alles klaarstaat voor een maaltijd, maar niemand aanwezig is. Er is iets gebeurd, maar wat? De dichter noteert:

Ik kan niet in details treden
Daarvoor zijn mijn gedachten niet geschikt

Die dichter is Ali Şerik, langzamerhand een bekend Taalpodiumlid. Behalve in het Turks dicht hij gelukkig ook in het Nederlands. Gelukkig, omdat dit veel krachtige en bijzondere gedichten oplevert. Daarvan zijn er 38 te vinden in zijn bundel “Doorbloeiend heimwee”, intussen alweer een jaar geleden verschenen.

Die gedichten bevatten veel meer dan alleen maar mooie zinnen en scenes. Ali schrijft stevige en zeer beeldende poëzie. Meestal gebruikt hij daarbij veel woorden. “Daar ben ik niet bang voor” heeft hij mij verteld. Met recht, want hij weet die woorden uitstekend en op een geheel eigen manier te gebruiken. Ook de lezer hoeft er niet bang voor te zijn, die wordt vanzelf meegenomen en gefascineerd.

De gedichten in “Doorbloeiend heimwee” zijn typerend voor Ali’s werk. Soms zijn ze heel direct en rechtlijnig, soms barok en allegorisch, soms sprookjesachtig. Ali’s gedichten zijn verhalend, maar altijd uitgesproken poëtisch en beeldrijk. Je komt daardoor terecht in een andere sfeer en leert anders kijken naar wat om je heen of in het nieuws gebeurt. Die andere sfeer ontstaat door de beeldenrijkdom die Ali weet op te roepen. Daar schemert een oosterse verteltrant doorheen, fascinerend anders dan de vaak al te nuchtere puur Hollandse blik.

Die specifieke vertel- en dichttrant doorbreekt de ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid van veel beelden.

Vaak neemt Ali alledaagse gebeurtenissen als uitgangspunt. In “Het einde van een kat” beschrijft hij bijvoorbeeld hoe mensen zich gedragen als ze een verongelukte kat zien liggen en hoe fietsers verder fietsen “zonder het stuur van hun emoties los te laten”.

Veel van zijn gedichten zijn maatschappij-kritisch, echter zónder de poëzie los te laten. Integendeel. Maar de dichter verfraait of verdoezelt niets. Hij laat zien. De werkelijkheid de ze beschrijven wordt daardoor nog beklemmender. Een voorbeeld daarvan is “Invasie der enclave” dat beschrijft hoe Afrikanen de Spaanse enclave Melilla in Marokko bestormen, wanhopig op zoek naar een beter bestaan. Het prikkeldraad verscheurt hen. De dichter doet mee- dus ook de lezer als hij/zij daartoe bereid is:

“als een doek wappert mijn zwarte vlees
aan de scherpe afscheiding van de beschaving
... Ik zoek mijn recht om te leven
Met mij als El Negro, mijn tranen zijn donkerder dan mijn huid”

Ali weet te ontroeren en te confronteren tegelijkertijd. In “Wij kregen een geit cadeau” doet hij dat ook nog eens op een zeer hilarische manier. Evengoed is dit gedicht beklemmend en, naar mijn mening, een van de beste in deze bundel.

Maar behalve maatschappij-kritisch schrijft Ali Serik ook mythisch en sprookjesachtig. Het bijzondere is dat dat bij hem geen tegenstelling is. Voorwerpen en dieren spreken de mens toe. In “De reden van stilte” stelt de ik-figuur een vraag aan een blad, een tak, een stoeptegel, een druppel en een draad. Om dan uiteindelijk het antwoord te krijgen van een chagrijnige kever, op zijn vraag waarom niemand zijn deur voor hem opendoet: “je bent toch een mens”.

Tja, die mens. Daar gaat doorbloeiend heimwee volgens mij ook over, zo niet helemaal. Een aantal gedichten gaat over het migrant-zijn en de ontworteling die dat met zich meebrengt. Ali verwoordt daar rake waarnemingen en gevoelens. Zo werkt dat dus…, Maar wie goed leest kan zien dat dit (ook) verder gaat. Ali’s zoektocht leidt ook tot de vraag: “wie leeft er nog meer in dit lichaam?”. Het gaat om de mens zonder huis, zonder basis, naakter dan naakt. Heimwee naar jezelf zijn, naar mens zijn. Lees het gedicht “niet voldaan” er maar op na. De ik-figuur kleedt zich uit, niet alleen zijn kleren, maar ook al zijn haren, zijn huid, zijn stem, zelfs zijn ogen moeten eruit. Is dat om nóg anders te kijken?

Een enkel gedicht is wat al te barok naar mijn smaak. Ik raak dan door samenvoeging van woorden en bijvoeglijke naamwoorden het beeld kwijt. Jammer is ook dat de bundel net iets teveel type- en spelfouten bevat. Hetzij de dichter vergeven, het is al een kunst en verdienste in twee talen zulke poëzie te kunnen schrijven. En Ali’s gedichten zijn zo krachtig dat je er graag overheen leest omdat je gewoonweg wilt weten hoe het verder gaat. Het is wel iets om bij de redactie van een volgende bundel extra op te letten.

“Een gedicht moet zwanger zijn van iets” zei Ali mij ooit. De gedichten van Ali zijn allemaal zwanger. Van beelden, gedachten, onrust, schoonheid, weemoed en heimwee. Lees zelf maar. Ze verdienen wat mij betreft veel meer aandacht en een veel bredere verspreiding dan de kleine oplage van zijn bundel mogelijk maakt.

Kendileri yurt dışında, dilleri yurt içinde

(yazan Nihat Kemal Ateş)

Küçük yaşlarda gurbetin acı tadını yüreğinde hisseden, yaşamın imbiğinde damıta damıta bal devşiren derviş. Hollanda’da kendi köklerini yani Anadolu’yu anlatan, Türkiye’de ise o ağacın dallarını, Hollanda’yı aktaran rafine bir insan, bir şair.

Hollanda ve Türkiye’de gel-gitleri yaşarken sevinci ve kederi yanıbaşında taşıyıp duyumsayan.Bütün toplumsal oluşumların hangi tarihsel koşullarda olgunlaştığını merak eden, araştıran, sorgulayan, çözüm üretmeye çalışan bir halk bilgesi... “Nereye gidecek dünya biz sustukça” diyebilen...

Toplumsal mutluluğu, bireysel mutluluktan önde tutan, paylaşımcı. Bir toplum, mutlu olabiliyorsa, gülmek o zaman yakışır bize diyebilen halk adamı; Ali Şerik. Tarihi öne çıkaran, ön planda tutan, kendinden söz etmeyi sevmeyen...Yanlışlıklardan dersler çıkaran kendini bileyen. Umudunu insandan yana kullanan;”Hiçbir sığınak kalmadı insandan başka” diyebilme erdeminde olan şair.

Heybesinde; çiçekler, kuşlar, sokaklar, evini ve dostlarını hiç öykünmeden taşıyabilen bir yürek işçisi...Yurtsuzluğu yurt edinebilen bir dünya insanı...

Yorgun Sular

Kuşların ve çiçeklerin adlarını teker teker unutturan
Artık kesik bacağı taşıyan bir vücut gibi büyüyor
Kent ve hasta kalbim
Dolaşmak istiyor ağustos ortasında bozkırda savrulan kuru ot gibi
Betona,taşa, asfalta, hapis ediyorum duygularımın yeşilliğini
Kurtulmak sanki mümkün değil, bu gelişen cilt yarasından
Büyüyen bir dünyada küçülen sevgime
Kına yakıyorum, zehirliyorum her akşam vakti
Gözlerime damlayan zamanaşımını
Cep telefonlarıyla ziyaret ediyorum
Hastaların ziyaretçi bekliyen acılarını
Adlarını ayıklayamıyorum patikaların
Vazgeçiyorum koşmaktan, uzaklaşan dostlukları
Kuru bir gül gibi asıyorum güneşin altına
Her sabah unutulmak üzere olan
Yaşanmamış bir gün intihar eder etimde
Kuşların gri kanatlarının altında
Çiçekler kırmızı rengini yitirir öfkemin karamsarlığında
Çoğalan yalnızlığım, tespih ipini koparır kardeşliğin
Unutmak için meydanlarda haykıran sessizliği
Hayvanat bahçesindeki hayvanları salarım
Kentin içine, ölümlerinden kaçsınlar diye, benden önce
Günlerdir yürüyorum hiçbir yere varmamak için
Uçuruma yuvarlanan bir yolcu aracın sürücüsüyüm sanki
Acılar içinde bakıyorum damarımdan damlayana
Orman yangınının ilk kıvılcımlarını sarmış
Arkadaşlığın külleşen duygularını şu an
Söylenecek hiçbir anlamlı sözcük yok
Olmaz da zaten, artık hep kendim için konuşuyorum
Yakılacak hesaplarım var, duvak duvak tutuşturmak istiyorum
Elbisemin içinde unutulan bedenimin zaman
Duygularım sanki dağdan yuvarlanan koca bir kaya
Aşındırıyor kemiklerimi. Köle olduğumu
Düşünmeye çalışıyorum, emeğinden ve böbreğinden başka
Pazarlayacak hiçbirşeyi olmayan
Fakat emeğin rengini unuttum, kokususnu da, tadını da
İçimdeki işçiliğin tasasını da, öfkesini de
Göle, yüzme blmeyen biri gibi atıyorum kendimi
Yatağın üstüne, bitkinim.Boğulurum diye bir irkilme
Yorganın altında nefes almak için çırpınmaktayım
Avucumun içinde pelte gibi gökyüzü
Vücudumu sıtmalara bırakan, katılaşan, yoğunlaşan
Geri dönmek için kırar grevlerdeki halay zincirini
Gün hasret, kanadını açan kuşların kente yapacağı

Bir şair bir kitap. Şair: Ali Şerik. Kitap: Yalan Kuyusu

(yazan Ahmet Sefa)

Hollanda'da yaşayan, duyarlı, üretken, işçi şairlerden ALİ ŞERİK.
Ne güzel. Üretmek, üretkenlik...
Yazanın ürettiğini okuyucuya, piyasaya sunması... O kendine güven, zamanı geldiğinde demirin tavında dövülmesi...
O heyecan, o coşku... İlgi beklemek, ilgi görmek...
Hamilelik sancısı gibidir, sancının doğumla biten hazzı... Çocuk... Çocuk sevgisi, ilgisi gibi... Yeni başlayan, yenilenen yaşam...
Ali Şerik, bu heyecanı, hazzı defalarca yaşayan bir şairimiz... Hollandaca kitaplarının yanısıra üç de Türkçe kitabı olan bir şairimiz...
Benim de geç okuduğum şairlerimizden. İki kitabını satın almıştım imzalı olarak. YALAN KUYUSU kitabını okuduğumda, nasıl kendime haksızlık yapmışım diye kızdım! Hemen okuyanı kendine çeken şiirlerini geç okuyarak, o güzelim şiirlerinin tadını niye geç tatmıştım!
Kısa şiirleri yanında uzun soluklu şiirlerin usta örneklerini gördüğümde sevindim, bir solukta da bitirdim kitabını.
Uzatmadan örneklere geçivereyim...
...
Anılarına çokça dalar YALAN KUYUSU kitabında şair. Hangimiz dalmayız ki?
Bu dalmaları da öyle içten betimler ki...

PARK

Çocukluğumu kıran parka gizlendim
İşte burada karşılandım hayatın acımasız cinsiyetiyle
Kartal kanatlı yetimlik duygusu
Ocakları sönmüş evler doldururdu gece saatinde burayı
bir de gözü kanlı delikanlıların kavgaları
Buraya haftalardır tıraş olmayan sarhoşlar
dünyalarından kaçıp gelirlerdi
ve baygın gözlerle nasıl da sarılırlardı
ördek yürüyüşlü orospuların kalçalarına
Unutulur mu bayrak ve balon satıcıları
...
Şimdi gözlerim böylesi parklarda ıslanır
Burada ellerim kenetlenir boğazına
bir uçurtma gibi ağacın dalına
takılıp kalan çocuk seslerini duydukça
...
İşçidir Ali. Sınıfının ruhunu yansıtır sık sık...

KEDİ

Kedi miyavlıyor sigara molasında
İşçiler yorgunluklarını yakıyorlar sigara dumanında
Mart kedisi gibi dolaşıyor iş kazası
İşçiler oltalarını atıyorlar
yarın ola hayır olaya
Kedi miyavlıyor, tulumun içinde çok dişli işsiz kalma korkusu
...
Kim örebilir işçilerin korkusundan grevi
Kedi miyavlıyor ekmek kutusundaki kırıntılar için
İşçiler tezgahın üstünde asılı suskunluklarını yontarlar
.....
Bir şairin geceyarısını anlatır Ali Şerik...

GECE YARISI

Kanarak hayatın coşkusuna
İçti bardağın içindeki gökyüzünü
Dudağı dokunduğunda kelimelerin meme ucuna
şehvetli bir arzu girer damarlarına
...
Siyasete on iki yaşında girmiş, ortaokulda. Aslında öğrenme, merak, bilinçlenmedir siyasete bulaşması şairin...

BAYKUŞ

...
...
Düşmanlarım vardı on iki yaşında
Düşlerim bile her an saldırıya hazır
korku dolu gözlerle seyrettiğim silüetler
...
O günlerde bulaştım siyasete böyle
...
Ne güzel anlatmış günümüzü, uzun bir şiirinin son dizelerinde...

MURAT

...
Cilalanarak geldi yeni pozlarla özgürlük
soyunduğunda mumyalanmıştı demokrasi
Kendisini unutmaya hazır
kendisini satmaya elverişli cemaat
Sümüklü böcekler inmiyor
içi dışı camide namaz kılan cemaatin sarhoş kokusu
...
Dünyayı tanrıya, paraya, sermayeye bırakan afyonlanmışlara da sözü vardır Ali'nin:

BARDAK

...
Yolunu yitirmiş enkaz kazıyıcıları
dağlara yurt diye seslenen yıldızlar
Her attığım adımda, her döndüğüm kavşakta
yolumu keser dünyayı tanrıya bırakanlar
...
SORULAR şiirinin son dizeleriyle bitireyim: 
...
Zaman kendi ömrünü sayar mı
Yitirmekten korktuğumuz özgürlüğümüzü neden
Neden yağmalatırız neden
...

Ali Şerik schreef wekelijks gedichten voor de Nationaleboekenblog, Maart 2012 tot augustus 2013

Enkele gedichten van Ali Şerik die op de Nationaleboekenblog zijn verschenen.

Het recept voor een gedicht

Men neme als eerste een dichter
dichters zijn hiervoor uitermate geschikt
het maakt niet uit op welk land je ze kweekt
op welke berg je ze plukt
of ze watervrees hebben
bang zijn op reis te gaan
Daarna neem je een pen, potlood, krijt
zelfs een kwast met inkt is bruikbaar
men kan ook uitstekend uit de voeten
met een simpel toetsenbord
Nu houd je de dichter goed vast
schudt hem stevig heen en weer
doopt hem in de bloem van ironie en sarcasme
laat hem een schim van het heelal zien
doet een paar korrels zout op zijn ene schouder
op de andere wat kruiden van menselijke geschiedenis
Daarna zet je de dichter op een stoel
tegen de tafel aangedrukt
doe je de kamer goed op slot
niets van hem mag deze ruimte verlaten
Ga zelf naar buiten bekijk de wereld
er is zo veel te zien, zo veel moois
Keer na een paar uur terug
doe de deur open, vraag naar het gedicht
hij zal het je overhandigen
en in de ogen van de dichter
zul je je tranen zien

De verzamelaar

Ik verzamel oude onbruikbare ideeën
benieuwd hoe ze tot stand kwamen
hoe ze zich ontwikkelden tot illusies
een uitweg zochten door gebarricadeerde fronten
hoe ze zich creëerden door merg en been
als het licht in het universum, als het getal nul
als het ontstaan van het geduld

Ik sprokkel ideeën die niemand meer wil
die  geen toepassing hebben in algebra
geen nut in scheikunde of filosofie
geen enkele waarden hebben voor gisteren
zeker niet voor dat morgen waar de klok naar toe loopt
deze ideeën zijn als schroeilucht na een brand
ik verzamel ze, zoals anderen dode zielen verzamelen

Zoals anderen weggespoelde sporen, verbrande heksen
verdwenen steden, verzonken boten, gestolen schilderijen zoeken
zoek ik hun tekortkomingen, kijk hoe levendig ze waren
pluis hun eenzaamheid uiteen, hun bedaardheid, hun wanhoop
de handen die ze missen, de bochel, hun dofheid vergroot ik uit
ik stop ze in de kist van mijn grootmoeder en luister
naar hun zwaarmoedige geschreeuw, naar hun tere gezang

Zo heb ik al oude onbruikbare ideeën van koningen
van keizers, landheren, bevelhebbers, managers
meestal zijn het door lichte windvlagen overbruisende oplossingen
waarin eigen belang, gekreukte en verkleumde gedachten
zich voor de spiegel uitkleden om zichzelf te bevredigen
ik heb ook oude onbruikbare ideeën van eenvoudige mannen en vrouwen
meestal dienen die om in hun ellende een uitweg te vinden die simpelweg niet bestaat

Laat de waarheid door iemand anders vertellen

Een kinderhand is gauw gevuld
Laat de dag van gisteren door iemand anders vertellen
hij is een rivier zonder oevers om zich aan vast te houden
Laat het zeggen door andere mannen en vrouwen
in steden en parken die ik niet ken
Alsof het hun geschiedenis is en niet het mijne
Laat de verhalen die naar de zee lopen
door anderen uitspreken

Wat heerlijk, het regent
ik wil er doorheen rennen
zonder dat iemand het ziet
Zodat niemand
op de gedachte komt
dat ik in de regen ren

Laat de schaduw door iemand anders meedelen
liefst door iemand die ik nooit zal ontmoeten
met verbazing zal ik op afstand naar hem luisteren
Met een brok in mijn keel, met een onhoorbare vraag
hoe barbaars dingen kunnen zijn
Ik zal de waarheid niet herkennen als mijn verleden
in een onopvallende rij
tijdens de dodenherdenking zal ik zwijgen

2011

Gedicht van Ali Şerik is opgenomen in de verzamenbundel van Vereniging Taalpodium

VOOR DE DEUR

Heimwee stond voor de deur
vroeg of ik terug wilde keren
Ik pakte mijn regenjas
ging de straat op
trok de deur achter me dicht
Mijn vrouw vroeg nog
hoe laat ik terug zou komen
Ik wist niet of ik terug wilde
wacht niet op mij, zei ik

Ik liep zonder slapen
over illusies, over hoop
at eenzaamheid, dronk vredigheid
keek in mijn handen
die met zoveel vrouwen hadden gevreeën
Toen ik daar aankwam
trok heimwee zich terug
in de bergen
in de kardoens
in de kleinbladige olijfwilg
Bij een huis klopte ik aan
mijn vrouw deed open
ze herkende mij niet
ze vroeg naar wie ik op zoek was
Ik zoek mijzelf, zei ik
ik die ooit weggegaan was
Haar man omarmde haar van achteren
trok haar weer naar binnen

2009

KunstVaarroute

Op 17 mei a.s. start voor de 4e keer de kunstmanifestatie Kunst Vaarroute in Amersfoort. Deze manifestatie biedt een combinatie van varen - de stad zien - kunst zien en stadse natuur.

De vaarroutes worden uitgevoerd door Waterlijn, een vrijwilligersorganisatie die met hun boten vanaf april tot november dagelijks honderden mensen door de grachten van Amersfoort vaart.

Voor de KunstVaarRoute is een speciale route uitgezet die de oostelijke en westelijke vaarroute combineert en in het kader van Amersfoort 750 jaar via de Voorde vaart.

De Voorde is de doorwaadbare plek aan de Eem waar Amersfoort zijn bestaansrecht aan ontleend.

Het thema van de KunstVaarRoute 2009 is De schoonheid van het verschil. Een toelichting over dit thema vindt u in de bijlage. Inhoudelijk wil de organisatie van de KunstVaarRoute het Amersfoort (Nederland)

van de toekomst zichtbaar maken. Een toekomst waar plek is voor iedereen, met welke culturele achtergrond dan ook. In de kunstmanifestatie wordt dit thema verbeeldt door koppels kunstenaars, beeldend kunstenaars en dichters, Nederlanders en nieuwe Nederlanders.

Deelnemers aan de KunstVaarRoute 2009:

Beeldend: Balta, Gular Mustafa, Krijnie Beyen, Theo van Delft, Inez de Heer Kloots, Judit Hódos, Michiel Jansen, Adriana Nichting, Quraish, Nedim Kufi, Frans Ottink, Sadik Kwaish Alfraji, Elaine Vis, Anneke Schollaardt

Dichters: Kees van Domselaar, Lans Stroeve, Jos van Hest, Nafiss Nia, Henjo Hekman, Margriet van Bebber, Marlies Somers, Aljandra Slutzky, Wim van Til, Gerard Beentjes, Ali Albazzaz, Bart FM Droog, Massoud Memar, Ali Şerik

Verberg mij

De pijn zit verborgen in de huid
De muren van het veranderen storten in
Met jou op reis zonder terugkeer
om al mijn gevoelens te ontdekken
hoe tragisch en mooi het landschap ook mag zijn

Verzamel als een blad de tijd van het water
Uit het lichaam van het verlangen
valt de hemel neer op je naakte schouder
open langzaam het verschil van schoonheid

Omarm de littekens, de wonden van de tijd
ben ik zo anders, zonder kleren
Gebruik de tranen van de ziel
raak je vingers, je lippen, je borst
proef het zout van het zweet

Raak elke dag opnieuw het water.
hoor, mijn stem druppelt op je huid
verlaat de boot die mij achter laat
de rivier spoelt haar dode bladeren weg

2008

İki kez göçmüş, İki dilli şair: Ali Şerik

(Söyleşen: Atilla İpek, Oda Sanat Dergisi, 1 Haziran 2008)

Hollanda’ya geldiğimde devam ettiğim uyum kursunda, bize Utrecht’in Hollanda’nın ortası olduğunu öğretmişlerdi. Hollanda’nın sosyal ve coğrafi yaşamı hakkında ders veren çok sevecen (ne de olsa Brabant’lıydı) bir hocamız vardı. ‘Utrecht’e bayılırım’ derdi, ‘hele hele istasyonuna, havaalanı gibidir, canlıdır, hareketlidir’. Daha sonraları ben de hep aynı şeyleri hissettim Utrecht için.

Hafta içiydi ve iş çıkışı telaşı istasyonda hissediliyordu. Günde yüzellibin kişinin uğrak yeri olan Hollanda’nın bu en büyük istasyonunda çalışanlar, öğrenciler, turistler, gelenler, gidenler birbirleriyle yarışıyorlardı.

Netekim istasyonun üstteki büyük salonunun 15. peronu civarlarında Ali Şerik’le buluştuk.

Birlikte istasyondan çıkıp şehir merkezine doğru yürürken bir yandan da ‘Merhaba? nasılsınız’la başlayan? hızla senli benli olan sohbetimize koyulmuştuk bile.

Ali Şerik, 1962 Divriği doğumlu, ama daha genç gösteriyor. Babası 1966 yılında Hollanda’ya gelmiş ve 1969’ta Ali Şerik’i Hollanda’ya aldırmış. Altı yıl Hollanda’da kalan Ali 13 yaşındayken tekrar Türkiye’ye gönderilmiş. 1975-79 yıllarında üç yıl Sivas’ta, bir yıl da Ankara’da kalan Ali, Ankara yıllarında edebiyata ve şiire ilgi duymaya başlamış. Fakir Baykurt’un ‘Onbinlerce Kağnı’ okuduğu ilk kitaplardan. Onaltı yaşlarında gelişmeye başlayan bu edebiyat tutkusunu Aziz Nesin, Yaşar Kemal, Aleksandr Puşkinler beslemiş, gaz vermişler.

O yıllardan kendi sitesinde şöyle bahsediliyor:
1974 yaz tatilinin sonunda, bavullar tekrar yerleştirilirken, köylü komşular hediyelik peynir, tarhana, kaymak, bulgur gibi yiyeceklerle doldururken minibüslerine, öğrenir Türkiye’de kalacağını. İşte o zaman anlar tatil giysileri neden bu kadar çok olduğunu. Başka bir köyde, halasının yanında yerleşir. Burada ne televizyon, ne musluktan akan su, nede futbol sahası vardır. İlk haftaları sevmemiş yeni yurdunu, kendisini tekrar gurbette hissetmis. Üzüntüsünü ve kederini yeni arkadaşları, güvercinler dağıtmış. Tekrar sevmeye başlamış küfürleri, geceleri ışıksız tozlu sokakları, su testilerini, traktörleri, kışın damlardan kar sıyırmasını. Sonra Ankara’ya gider dayısının yanına, orada romanla, öykülerle, hikâyelerle tanışır, şiirle tanışır.

1979 yılında Hollanda’ya ikinci göçü gerçekleşmiş Ali Şerik’in. Hem okumaya hem de çalışmaya başlayan Ali Şerik 1982 yılında okulu bırakmış ve tamamen çalışmaya başlamış.

O yıllarda ilk şiirleri Hollanda’da çıkan İlke ve Sesimiz dergilerinde yayınlanmaya başlamış.

1993 yılında ilk şiir kitabı çalışması kendi olanaklarıyla ‘yarım yamalak’ yayınlanır Ali Şerik’in. O ara Hollandaca şiirler de yazmaya başlar. Utrecht’te çıkan ‘Schrijf’ dergisinde çıkar şiirleri. 1999 yılında ilk Hollandaca şiir kitabı çıkar proje kitabı : ‘De Regenboog’. Onun ardından ikinci şiir proje kitabı gelir “Kleuren uit 2000” 2000’den Renkler.

2001 ve 2006 yılları arasında Amersfoortse Courant gazetesinde haftalık köşe yazıları yazar Ali Şerik.

2005 yılı geldiğinde ilk Türkçe şiir kitabı Broy yayınevinden çıkar: ‘Yalan Kuyusu’. Kırk küsür şiir içeren bu kitabı 2006 yılında ikinci Türçe kitap takip eder:’Sevdanın Yırtılan Yeri’. Bu kitap da Broy yayınevinden çıkar. 2007 yılında yine Broy yayınevinden üçüncü kitabı yayımlanır Ali Şerik’in. Bu kitabta 44 şiire Hollandalı Türk fotoğrafçı Gülağa Kazankaya da 44 adet birbirinden şiirsel fotoğrafıyla katkıda bulunur. Bu son kitap okuyucuyu fotoğraf ve şiirler eşliğinde duygu seline katıp sürüklüyor.

Ali Şerik’le Utrecht’in meşhur ‘eski kanallarının’ kıyısında, kalabalık bir sokakta kanala bakan bir masa bulduk ve hemen çöreklendik. Kitaplarından ve projelerinden bahsettik. Hollanda’da diğer etnik azınlıklar bol bol yazar ve kitap çıkarırken biz Türklerin neden geri kaldığından dert yandık.

Hollanda’da Türkçe yazan yazar ve şairlerin genel yakındığı bir konudan Ali Şerik de muzdarip: Yurt dışında yaşıyor olmak. Türkiye’de tanıtım ve okurla iletişim eksikliği çeken ‘gurbetçi’ yazar ve şairler Hollanda’da daha çok tanınıyorlar ama buradaki okur sayısı maalesef çok az. Derdini, sevincini, aşkını, isyanını Türkçe anlatan birinci ve ikinci kuşak belli bir sayıda yazar ve şair çıkarmışken, Hollanda edebiyatına eser kazandırmış (üçüncü kuşak) Türk yazar ve şair bir elin parmaklarını geçmiyor henüz maalesef.

Ali Şerik’le şiir sohbetimiz Hollanda’daki Türk Edebiyatının sorunları üzerinde bir dertleşmeye dönüştü. Sonra dünyanın dertlerine düştük ki meğer Ali Şerik şu an üzerinde çalıştığı şiir dosyasında da bu konular üzerinde yoğunlaşmış. Gündelik hayatın normallerine dönüşen savaşlar; artık normal karşılar olduğumuz çelişkiler, tezatlar üzerine bizleri düşünmeye ve tekrar hissetmeye yönelten şiirler yazmış Ali Şerik. Kitabın adını da ‘off the record’ fısıldadı. Şu anda kitap ve şiirler üzerinde çalışıyor ve son düzeltmeleri yapıyor. Sanıyorum en kısa zamanda yeni kitabıyla tekrar buluşacak okuruyla. Ali Şerik’le sohbetimiz su gibi akıp gitti. Kalkmalıydık. Utrecht İstasyonunun iş çıkışı kalabalığı geçmişti, şimdi daha bir tenha, daha bir hoştu.

Tekrar buluşmak üzere ayrıldık Ali Şerik’le. Lahey’e giden tren sanki beni beklermiş gibi tehir yapmış ve on dakika once kalkmış olması gerekirken bir dakika sonra kalkacakmış. Trende sakin bir yer bulup oturdum. Aklımda sohbetimizden arda kalan diyaloglarla geçti yolculuk:

Ne zaman Hollandaca yazıyorsun, ne zaman Türkçe?

Özel bir seçim yok. Değişiyor. O gün hangi dil beni daha çok beslemişse, o dilde yazabiliyorum. Duygular ve düşünceler dünyası hangi dille yüreğime, beynime ulaşıyorsa, dizelerde o dille kalemden dökülüyor.

Kendi şiirlerini bir dilden diğerine çeviriyor musun?

Hayır. Kendi şiirini çevirmek daha zor olsa gerek, tekrar yazmak gibi. Tekrar yazıldığında yeni şiir doğuyor, bir çevirmenden daha özgürsün. Ben şiirleri yazdığım dil içinde bırakıyorum.

Etkilendiğin ya da beğendiğin (Türk veya Hollandalı ) şairler kimler?

İsim vermekte zorlanıyorum. Etkilendiğim ve beğendiğim şairler ve şiirler çok. Herkes kendisine yakın olan şairi aramalı ve bulmalı, benliğine ve kalbine neden hitap ettiğini araştırmalı, bakın o zaman sevdiğiniz ve değer verdiğiniz şairler arasında mutlak benimde sevdiğim şairleri bulacaksınız. Örneğin kim sevmez Orhan Veli’yi, Nazım’ı, Can Yücel’i, Enver Gökçe’yi, Ahmet Arif’i, Ataol Behramoğlu’nu, Hasan Hüseyin’i, Gerrit Komrij’i Rutger Kopland’ı, J. Bernlef, Remco Campert’ı saymakla bitmiyor aslında.

Başlangıçta kitaplara ulaşmak, edebiyat üzerinde sohbet edebileceğin dostları bulmak kolay olmasa gerek. Hollanda’da edebiyat ihtiyacını başlangıçta nasıl karşılıyordun? Seni Hollanda’da neler besledi ve şiir ve edebiyattan kopmadın?

Bir zamanlar kitaplara Cumhuriyet Kitap Kulübü aracılığı ile kitaplara ulaştım. Şimdi tatile gittiğimde bavulumun en az yarısı kitap dolu. Ve dergiler ulaşıyor elime. Şiir tartışmalarını özlüyorum, Hollanda’da düzenlenen, azda olsa, edebiyat etkinliklerin hepsine katılama imkânım yok. Bunun için tüm boş zamanı, yorgunluk o gün bedenimi kemirip bitirmediyse, edebiyatla uğraşıyorum. Hayat beni öyle besliyor ki şiir yazmadan edemiyorum. Aslında şiir, düşünen bir insan olarak var olmamı sağlıyor. Anayoldan ayrılıp ara sokaklara girmemi teşvik etmekte.

Edebiyat dışında bir alanda çalışıyorsun. Günlük hayatında şiirin yeri ne? İş arkadaşların senin şairliğine nasıl bakıyor mesela?

Günlük hayatımda şiir beni ayakta tutan, beni yaşamaya zorlayan en önemli yaşam kaynağı. Sanki şiirle nefes alıyorum. Abartmıyorum. Düşünmeyi ve sağduyulu olmayı şiir sayesinde unutmadım. İkimiz birbirimize omuz vermiş, dolaşıyoruz bu ülkede, her zorluğa omuz verircesine. Karım gibi özlemlerime, acılarıma, kederlerime sahip çıkıyor.

Edebiyat bu gün bizim insanların hayatlarında bir ihtiyaç olarak uzaklaştı, bundan dolayı sohbet ve tartışma imkânlarını yaşadığım çevrede yakalama olasılığı sıfır denecek kadar az.

Çevremde kimse şiirlerime ilgilenmiyor, belki böylesi daha iyi.

Köşe yazılarında hangi konuları işliyordun? çevrende ve iş arkadaşlarından nasıl tepkiler alıyordun? Yazdıkların üzerinde seninle konuşmak ya da tartışmak isteyen oluyor muydu?

En güzel tepkiyi oğlumdan aldım, daha doğrusu öğretmeninden. O zaman oğlum ortaokul son sınıftaydı. Kaldığım kente genç bir delikanlı, güpegündüz çarşının merkezinde cinayet kurbanı oldu. Genç yaşta gözlerini yumdu hayata. Makalemde bu konuyu işlemiştim. Ortaokuldaki öğretmen derse başlamadan önce makaleyi okuyup, bu vahim olayı, sohbet havasında çocuklarla işlemiş. Köşe yazılarımda genelde insanların güncel yaşamlarını ve kente yaşanan sosyal, kültürel ve siyasal çarpıklıkları işliyordum.

Hollandaca şiir kitabı hazırlıkları var mı?

Evet, fakat ne zaman biter bilmiyorum.

Mutluluğun Gülümsemesi'nin yayınlanması üzerine Ali Şerik ile söyleşi

(Söyleşen: İbrahim Eroğlu)

Broy Yayınları arasından çıkan ‘Sevdanın Yırtılan Yeri’ ve ‘Yalan Kuyusu’adlı şiir kitaplarınızdan sonra; şimdi de, yine aynı yayınevinden ‘Mutluluğun Gülümsemesi(*)’ adlı bir şiir kitabınız çıktı. Bu vesile ile bize kendinizi tanıtır mısınız?

Sivas’ın Divriği kazasına bağlı küçük bir köyde, bundan 45 yıl önce dünyaya geldim. Yoksulluk bizim oranın insanını genç yaşta gurbete zorlamış. Önce Divriği’deki maden ocağında çalışmışlar, peşinden yolları Ankara, İstanbul’a uzanmış. Buda yetmemiş Almanya’ya, Belçika’ya ve Hollanda’ya kadar ayrılıklarını, acıların, hasretlerini getirmişler.

Bana gelince; gurbete çıkan çocuklar arasında sanırım ilk sırayı almaktayım. Bundan 38 yıl önce Hollanda’ya işçi ailesi olarak geldim. Erken ayrıldım memleketten, toprak daha yeni beslemeye başlamıştı çocuk kimliğimi. Töre ve örflerle yeni tanışmaya başlamıştım ki, ayrıldım ağırbaşlı ve yoksul yaşamdan.

Hollanda’da elektrikle, musluktan akan suyla, televizyonla ve yabancı olma duygusuyla tanıştım. 1975’de dört yıllığına Türkiye’ye geri döndüm. Tekrar tanıştım Anadolu’yla. İlk öykü kitabım olan, Fakir Baykurt’un Onbinlerce Kağnı’sını aldım. Peşinden Nazım Hikmet, Hasan Hüseyin, A. Kadir, Kemal Özer gibi nice şairlerin kitapları izledi. İlk şiirlerimi o yıllarda yazmaya başladım. Şiirler ilk önce Hollanda’da yayınlanan Türkçe dergilerde çıktı, sonra Türkiye’ye sıçradı. Hollandaca şiirlerde yazmaktayım, ‘Schreef’ adlı dergide yayınlanmakta bunlar. Kısacası: şairim, dört çocuk babası ve ekmeğini işçilikle sağlayan biriyim, yanı şair ve işçiyim anlayacağımız.

Uzun bir süre önce “Regenboog” (Gökkuşağı) adlı bir şiir kitabınızı Hollandaca yayınlamıştınız. O kitapta çeşitli kişilerin anlattığı öyküleri şiirleştirmiştiniz. “Mutluluğun Gülümsemesi”ndeki şiirler, Gülağa Kazankaya’nın fotoğraflarına yazdığınız şiirlerden oluşuyor. Bu bağlamda, bize Ali Şerik’in şiirinin beslendiği kaynaklar hakkında bilgi verir misiniz?

Şiirlerimi besleyen kaynakların başını insan çeker. İnsana olan bağım çocuk yaşta başladı. Yetmişli yılların başında Hollanda’da Türkçe yayın yapan radyo yoktu, babam ve annem Almanya’dan akşamları yarım saat yayın yapan Köln radyosunu dinlerlerdi. Bir akşam vakti Deniz Gezmiş’in idam edildiğini duyunca oturma odasına derin bir sessizlik çöktü ve annem sessiz sessiz ağlamaya başlamıştı. Oysa annem ne Deniz Gezmiş’in hakkında bir şey okumuş ne de mücadelesi hakkında bilgisi vardı. Tek bildiği insandan yana olan tavrıydı. İnsanin insanca yaşama, düşünme, özgür olma hakkına sahip olması için canını vermesiydi.

Bu insan kaynağı sanırım annemin gözyaşlarından bana bulaştı. Bundan dolayı şiirlerimde insan manzarasının, kederi, hüznü, acısı, ve sevinci eksik değil.

Artık yüksek sanayileşmiş toplumlarda tek kültürden söz etmek mümkün değil, yaşadığım kentte bakarsam, doksanı aşkın kültür bir arada yaşamakta. Çok renkli toplum olmasına rağmen, özgür düşünce bakımdan rengini yitiren bir toplum da olmaya başladı. Sanayiye hizmet etmeyen tüm düşüncelerin muslukları da kırılmak üzere. Aynı anda bu kültüler üzerinde yoğun bir asimilasyon saldırısı var. İnsan burada manevi baskının içinde, kimi buna karşı mücadele etmekte, kimi de teslim olmakta. Benim işim o duyguları, düşünceleri, rüyaları, vatan hasretini, sınıf mücadelesini dile getirmek. İnsanlar ve ülkeler arasındaki sınırları kırmaya çabası deyin.

“Mutluluğun Gülümsemesi” okura “Mutluluğun resmi”ni çağrıştırıyor. “Her Adım Gençlik”başlıklı şiirinizi; “ah bir de dönüp baksa hayranına, bırakın şiiri, bir de roman okusa” dizesiyle noktalıyorsunuz. Sözcüklerle mutluluğun resmini mi yapıyorsunuz?

Mutluluğun resmin yapmak sanırım mümkün değil, kuşkusuz hepimizin mutluluğun tanığı olmuşuzdur ve sürekli oluyoruz da. Fakat düşünen insan için mutluluğun uzunluğu gittikçe kısalıyor. Evin içinde yüreğiniz gülerken, televizyonda ya da gazetede okuduğunuz bir haber karabasan gibi çöker yüreğinize. Dışarı çıkarsınız sakın bir gezinti için, etrafınızda koşan, stresli, tedirgin, bunalımlı, namlunun ağzındaymış gibi insanlarla karşılaşırsınız. İnsanlarla sohbet etmeye kalkarsanız, konuşulan konu; para, içki, borsa, kadın kız ayakları gibi konular yolunuzu keser. Bunun yanında Hollanda’da yabancı olmamın ezikliği, Hollanda devleti ve medyanın yabancı düşmanlığın körükleyen politikasında mutluluğun resmini ve şiirini yazmak pek mümkün de değil. Bu gün Hollanda’da yabancı düşmanlığı, burada bizim gibi yaşayan yabancıların arasında da çoğalmakta. Türkler Fazlı’ları hor görmekte, Fazlı’lar Suriname’ları horlamakta, İran’dan gelen Afrikalıya biraz düşman. Hollandalı da bu topraklar içinde yaşayan her yabancıya biraz önyargılı ve kuşkuyla bakmakta. Buna rağmen mutluluğun insanların birliğinde ve kardeşliğinde yattığında hâlâ inanmaktayım, ıssız bir adada yaşamayı her zaman ret ettim.

BOP çerçevesinde 22 ülkenin sınırlarının yeniden çizileceği artık bir sır değil. Dört yanı hüzünle çevrili ülkemiz ‘sınırları değiştirilecek 22 ülke’ arasında yer alıyor. Siz, bir ozan duyarlılığıyla “mayınları ilk önce içimize gömer savaş” hatırlatmasını yaptıktan sonra “Herkesin bir teknesi olmalı koca okyanusta batırmak için” diyor ve başka bir şiirinizde ekliyorsunuz: “Barış Elbet Mümkün”

“Yeni bir Haçlı Seferi”nden söz edenler; “3. Dünya Savaşı”kavramını telaffuz etmeye başladılar bile. Buna rağmen, barış ‘hâlâ’ mümkün mü?

Barış elbet mümkün. Şunu da unutmamak gerek; barışında bir mücadelesi ve savaşı var ve olmalıda. Bugün dünya yeni bir sermaye saldırısını içinde, bu saldırı içinde duyarlı bireyleri örgütsel hayattan koparma çalışması hızlı bir tempoda gelişmekte.

Bu gün Hollanda ordusu Afganistan’da aktif ve orada Hollanda sermayenin temsilciğini yapmakta. Taliban’la savaş adı altında Amerika’yla pastayı bölüşme çabası her gün daha da netleşiyor. Filistin sorunu, Irak sorunu ve kendi yaşamımızın bir parçası olan Kürt sorunları çözmedikçe barış uzakta olacak kuşkusuz. Savaşı ret etmek ve barışa evet demek yine kitlelerin elinde. Artık sınırlar daha çok insanların kafaların içinde yaşamakta. Ülkeler arasında işçiler, memurlar ve emekçiler aynı barışın mücadelesini vermedikleri takdirde savaşın dumanları eksik olmayacak okuduğumuz haberlerde. Aynı anda dünyadaki sol hareket kendisini yenilemeli ve ‘3. Dünya Savaşı’ kavramını telaffuz edenlere karşı yeni bir gövde oluşturmaları gerekli. Savaşın ortasında olmamıza rağmen, son olarak şunu söylemek isterim; nerede umudunu yitirmeyen insan varda, orada barış hâlâ mümkün. Bunu yapabilmek için rahat, güvenilir, sıcak, rizikosuz yaşamımızı ara sıra bir kenara yitmeye hazır mıyız?

2007

Şiirde tarihin izleri

(Söyleşen: İlat Yeni̇doğan)

(Eski Broy dergisi)

Şiir ortamına ilk yapıtınız Yalan Kuyusu’yla1 güçlü bir katılımı örneklediniz. Daha ilk şiirlerinizdeki şu dizeler etkileyiciydi: Zamanı geldiğinde yaşlılık ses çıkartamadan / dağılacak kentin son sokaklarında ( s. 7, Korku). Hemen ardından, şiirinizin itici gücünü vurgulayan bir son dize: Ve hep peşimizde olacak tarih. Yaşamınızda ve genel olarak, insan yaşamında tarih bu kadar belirgin mi?

Kendi yaşamıma baktığımda tarih sürekli bir gölge gibi peşimden koştu. Bunu daha geniş açıklamak için biraz kendimden söz etmem gerekecek… Yedi yaşındayken bir işçi ailesi çocuğu olarak Hollanda’ya geldim. Çocuk yaşta gurbetin acı tadı damağıma bulaştı. O yaşta çevremdekilere, doğduğum toprakları öğrendiğim yeni dilde anlatmak zorunda kaldım. Altı yıl sonra 1975’te dört yıllığına geri döndüm memlekete. Bu sefer de Hollanda’yı anlattım meraklı insanlara. 1979’dan itibaren hiç ayrılmadım Hollanda’dan. Bu git gel arasında iki ayrı dünya insanlarının sevinç ve kederlerine genç yaşta ortak oldum; onları anlamaya çalıştım. Hep merak ettim, hangi tarihsel koşullar altında toplumların oluştuğunu.

Bugün Avrupalı gençlerin, bunun içinde Avrupa’da yaşayan Türkiyeli gençler de var, tarih bilgileri büyük bir erozyona uğramıştır. Yalnız şu anın plan ve projelerini yaşamaktalar. İkinci Dünya Savaşı’nın ne zaman başlayıp bittiğini bilenlerin sayıları sürekli azalmakta. Ülkesinin geçmişini bilmeyen gençlik daha tez ırkçı ve yabancı düşmanlığına sarılıyor. Hollanda’da çok kültürlü bir toplum yaratmanın yolları tıkanmış, tüm devlet kurumları ve medya tek tip Batı insanını yaratmanın peşinde. Dünyanın neresinde olursak olalım, tarihini eksik veya yanlış öğrenenler, zamanı geldiğinde bunun bedelini ödemek zorunda kalacaklar. İnsan kendisinin ve ülkesinin tarihini, hatta dünyanın tarihini bilmediği an attığı her adım eksik ve yarım kalacaktır.

Çok sıcak, içten ve yalın söyleyişler buluyorum sık sık… Bakarken yurdum unutulan sokaklarına / bir kahve fincanın içinde, sığındım eski bir dosta( s.12, Tohum) dizesinde yurt özlemini ve yurdun yadırganışını dile getiriyorsunuz. Yurtseverlik ve ulusallık olgusunu çok tartışıldığı şu sıralarda bu dizenin sizdeki fışkırmasını anlatır mısınız?

Ben aslında yurtsuz bir insanim, ömrümün büyük bölümünü Hollanda’da geçirdim. Öyle görünüyor ki buna daha nice yıllar eklenecek. Yaşadığım toplumdaki kimi insanların bana hep, “Yurdumda ne işin var, ülkene artık geri dön!”dercesine baktıklarını gördüm. Tatilde doğduğum topraklara geldiğimde beni bir Almancı olarak değerlendirildim; nedense Türkiye’de de yabancıyım. Her insan doğduğu, yetiştiği, yaşlandığı topraklara vatanım, yurdum deme hakkına sahip. Çağdaş insanın sınırları zaman ilerledikçe azalmakta… Dünyaya bakan gözler arasında binlerce kilometre olmasına rağmen, aynı dünya sorunları çıkıyor karşımıza, gittikçe aynı düşünce ve duyguları paylaşıyoruz. Bazen kendi kendime soruyorum: Yurtsuz insan toprağa nasıl sahip çıkar?.. Bana gelince: İçimde Anadolu’ya hep derin özlem taşıdım.

Pek çok kez, aynı dizede bireyselliği olduğu kadar toplumsal çıkmazı da vurguluyorsunuz: Hangi soruya cevap bulabilirim ki / cevaplar sarılmışken susmaya (s. 15, Oda) örneğinde olduğu gibi… Yine şu dizeler, Yalan Kuyusu’ndaki yüzlerce benzeri arasından aynı örtüşmeyi yansıttığı düşüncesiyle seçtiklerim.Yeleğimin içinde her gün biri intihar eder (s. 17, Zaman)…, Kim örebilir işçilerin korkusundan grevi (s. 20, Kedi)…, Kar resim gibi titremeden durur / bulutun ve şarkının arasında (s. 22, Cevap)…, Sabaha karşı / dünya kendi eşkıyalığı ile uyandı / Bir horoz öttü sabahtan önce karakolun önünde (s. 30, Günlerde)…, Okunmadan yakılacak mektupları kim yazar (s. 36, Mektup)…, Şimdi hangi kelimelerle ve nasıl öpmeliyim konuşan insanı / dudaklarımı yakmadan (s. 50, Kelime İşçisi)…, Ve unutmak ufak adımlarıyla takılır peşimize (s. 56, Unutmak)… Soru şu: Bireyin açmazları toplumsal olanla aynı sarmalda mı yer alır hep?

Bireyin kendi kabuğuna çekilip tüm sorunlarını çözeceğine inanmıyorum. Birey kendi mücadelesini verdiği sırada toplumsal mücadelede oluşan zincire de katılmalı, başka insanlarla el tutuşmalı. Önümüzdeki engellerin, açmazların, nerede olursak olalım, görüyoruz ki birbiriyle organik bağ var. Önemli olan bu organik bağın gücünü, onu doğuran koşulları ve engelleri saptamak. Hollanda işçi sınıfı ile Türkiye işçi sınıfı arasında birçok organik bağ var. Bir örnek: Küresel ısınma toplumda herkesin kapısını çalan bireysel sorun olmuştur. Gözlerimizi ve kulaklarımızı tıkarsak, sorunlarımızı sırf bugün için çözmeyi düşünür de yarınları umursamazsak geçici bireysel çözüm belki mümkün olabilir. Fakat bireyin kalıcı mutluluğu insanın yanı başkasının ve de herkesin mutluluğundan geçer. Huzur içinde yaşamamız ancak etrafımızdaki insanlar huzur içinde yaşadığında gerçekleşir… Birey, sorunlarını çözebilmek için uçurumları aşarak tek basına tek başına en büyük dağın doruğuna tırmanabilir, ama aşağıya indiğinde hiçbir şeyin değişmediğini görmekten daha acı ne vardır?

kinci kitabınızda2 şiirsel gövdenin içerik ve biçim yönünde genişlemesini izliyoruz. Bu arada Seyyit Nezir, Sevdanın Yırtılan Yeri kitabınızı değerlendirirken “yanlışından kaçmayan şair” diyor sizin için… Bu niteleme hakkında siz ne düşünüyorsunuz?

Aslında hakkımda konuşmayı pek sevmen, bunu başkalarına bırakmayı yeğlerim. Ama özeleştirilerden de kaçmam. Her geçen gün yeni şeyleri öğrenmeye özen gösteririm, tabii işçiliğim ve sıkıntılarım buna izin verirse. Hayatımda herkes gibi yanlışlıklarım da oldu, yaptıklarıma gülüp geçmedim, gizlemedim de. Bu yanlışlıkları hep yanımda taşıdım, sürekli onlardan bir şeyler öğrenmeye çalıştım. Şu kanıya vardım: Yalnızca doğruları yaptığını sananlar ve bir de onları alkışlayanlar varsa, bir gün alkışların büyüsüne kapılıp doğrunun yolunda engel olup çıkarlar… Dünyaya bakan penceremi sürekli açık tuttum, ama ne zaman kapatmak gerektiğini de öğrendim. Fırtına koptuğunda pencereyi ara sıra açık tutmanın da gerektiğini, hatta güneşli bir havada kısa bir süre için kapatmanın bir sakıncası olmadığını öğrendim. İnsan ancak son nefesinde verdikten sonra hatalarından kurtulur… Buna karşın yeni yanlışlıklarımı engellemeye çalışmaktayım, sokakta koşan bir çocuk gibi.

Şairin işi imge avcılığıdır, okuyucuysa dize avlar. Altını çizdiğim dizelerden birkaçını daha anımsatarak dize işçiliğine gelmek istiyorum. Kendi öfkem çıktın karşıma, aklın gömüldüğü toprağı çapaladı (s. 27, Aynı Sevincin Çayı İçilir)…, Sana hiçbir türkü söylemedi mutsuzluğum (s. 65, Kalkmaz Ara Sokaktan)…, çürüyerek beden hiçbir hatıra geride yalnızlık çekmeyecek (s. 82, Yeryüzü Güzelliklere Hazır)…, Bir imgeyi yakaladıktan sonra mı şiiri kuruyorsunuz, şiire çalışıyorken önünüze çıkan imgeyle mi yöneltiyorsunuz.

İmgeyi yakaladıktan sonra şiiri kuruyorum. İlk imge, şiirin yolunu ve kaderini belirler. Hangi duraklara, yolculuklara, acılara, hüzünlere uğrayacağını bilir. Sonra önüme başka imgeler çıkar, ilk kez dizginlenen bir at gibi. Bir terzi gibi biçip ölçerim, kesip kısaltırım, yeniden kesip uzatırım şiirin kollarını. Bir Bakmışsın olmamış, yeniden sökersin dikişleri. İlk imge binanın temeli gibi çatının ağırlığını ve genişliğini bilir. İmge avcılığına çıktığımda sırt çantamı çiçeklerle, kuşlarla, sokağımla, evimle, sevdiklerimle hatta sevmediklerimle doldururum. Silahım kimi zaman sevdadır, özlemdir; kimi zaman da acıdır kederdir.

Günümüzde görsellik her türlü iletişim için vazgeçilmez oldu. Siz de şiirinize görsel olanaklarla destekleme gereksinimini duymuş olmalısınız. Nitekim Gülağa Kazankaya’nın fotoğraflarıyla birlikte okura sunulan Mutluluğun Gülümsemesi3 üçüncü Türkçe şiir kitabınız oldu, okurla buluştu. Şiirsel imgenin, şiir sözdiziminin görsel dayanışmaya gereksinmesi var mı? Yoksa bu aynı zamanda bir karşıçıkış mı? Uzaktan uzağa, Nazım’ın sen mutluluğun resmini yapabilir misin abidin dizlerine de gönderme var gibi… Peki niye fotoğraf?

Önce fotoğraflar vardı sonra onlardan esinlenerek şiirler döküldü kâğıda. Fotoğraflar olmasaydı Mutluluğun Gülümsemesi yazılmayacaktı. Şiiri yazmakta bir tıkanıklık anlamında değil, şiirin görsel dayanışmaya aslında ihtiyacı yok. Bu bir sanatsal deneme girişimi. Değişik sanat dallarının birleşimlerini de bir zenginlik olarak görüyorum. Burada Gülağa Kazankaya’nın yakaladığı görüntüleri kendi dünyama özümseyerek bende yarattığı imgelerle yeniden canlandırdım. Her fotoğraf, yaşamımda kesitler gibi bir bir kendileri için yer buldu.Fotoğrafa baktıkça beni anlatan, dünyamı canlandıran resimler olduğunu anladım. O cansız görüntüler şiirde yeniden canlandılar. Fotoğrafları şiir kitabında yer almasaydı, sanırım okura fotoğrafla şiirin evliliğini somut olarak gösteremezdim. Şiirler fotoğrafın karşısında sorgulanamazdı. Fotoğrafla olan çalışma başta kendi sınırlarımı da genişletmek için güzel bir deneyim oldu.

Başarılı olup olmadığıma şiir severler karar vermeli.

Herhangi bir güne ilişkin izlemler, zaman ve yaşam kırıntıları yer alıyor kitaba adını veren şiirde: dinlenir yeleğinde birinin tebessümü / karbon kağıdı ufacık öfkesini bırakır süngerin üstüne (s. 9, Mutluluğun Gülümsemesi) Ne diyorsunuz, sözcüklerle resim çizme çabası mı? Çocukluğumdaki arkadaşları tanımadım, gözlerinde yüzümü görünce (s. 11, Adları Eskisinden Daha İnce)…, Tatil ve hafta sonunda gizlice o manzaraları çıkartırdım ceketimin iç cebinden ( s. 25, Öfke de Bir Gün Göçer)…, Yitirme korkusuyla omurgamı asıyorum hücrenin tavanına (s. 93, Telörgünün Ortasında) vb yüzlerce dizenin hep tek satıra sığmayan uzunluğu her dizede bir resim tamamlama çabasının mı bir sonucu?

Bu uzun dizeler aslında resmi tamamlama çabası değil, bu uzun dizeler kendimi tamamlama çabası. Sokakta yürürsünüz ve tanımadık bir yerden gelen nefis koku sizi alıp götürür unutulan zamanlarda yenilen mükemmel bir yemeğin anısına. Ya da küçük bir oyuncak görürsünüz, çocukken öylesi bir oyuncakla oynadığınızı anımsarsınız ve birkaç saniyeliğine geri dönersiniz o güzel günlere.

Fotoğraflara baktıkça çocukluk arkadaşlarımı hatırladım, artık hiçbirini tanımıyorum. Ya da dere kenarında çay kaynatmalarımızı, belki o dere çoktan kuruyup gitti. Böylece daha pek çok örneği sıralayabilirim, ama buna gerek yok sanırım. Her okur kendisini arasın şiirlerin ve fotoğrafların içinde… Fotoğraflar benim dünyamdaki gökkuşağını, bulutları, eziklikleri, yoksullukları, yalnızlıkları tekrar uyandırdı. Dünyamdan çıkıp şiirleri yazmaya çalıştım, çünkü şiir yazıldıkça kendimi buldum dizelerin içinde. Şiirler yazıldıkça beni terk ettiler.

Sonuçta şöyle bir yargıya varabilir miyiz?: Şiiriniz Türkiye’deki sıcak şiir tartışmalarının dışında duruyor, ama onlardan büsbütün kopuk da değil. Bir tür teğet çiziyor. Bu sonucun yaşamınızla bağlantılı olduğunu da söylenebilir mi?

Bu sonucun elbette yaşamımla bağlantısı var. Hollanda’da yaşıyor orada çalışıyorum. Buradaki politik gündem Türkiye’dekinden farklı: yabancı düşmanlığı, ırkçılık, asimilasyon, kaybolan sosyal haklar… Türkiye’deki tartışmaları yakından izleme olanağına her zaman sahip değilim. Aynı zaman Hollandaca şiir kitaplarım da var. Buna karşın ekmek kavgası zamanımın çoğunu süpürüp götürmekte. Şu an şiir tartışmalarının dışındayım; ama tartışmaları izlemiyorum anlamına da gelmez bu.

Hollanda’da yapılması gereken ilk iş, şiir tartışmasını bir an önce başlatmak, yaşatmak, can vermek olmalı. Bugün Hollanda’da şiir konuşulmadan, tartışmadan yazılmakta, şiir kitapları basılmakta. Bir eleştirmenimiz bile yok.

1 Yalan Kuyusu, Ali Şerik, Broy Yayınları, Mart 2005 2 Sevdamın Yırtılan Yeri, Ali Şerik, Broy Yayınları Mayıs 2006 3 Mutluluğun Gülümsemesi, Ali Şerik, Broy Yayınları 2007

Gedicht van Ali Şerik is opgenomen in de verzamenbundel van Vereniging Taalpodium

NIET VOLDAAN

Ik trek eerst mijn jas uit
dan mijn trui, hemd, sokken en mijn onderbroek
dit is niet genoeg, ik moet verder gaan
Scheer mijn zwarte haren op mijn hoofd tot onder de wortels
Vragen breken open, antwoorden vallen weg
Zwijgzaam kijkt mijn moeder naar achteren
Scheer mijn oksels, borst, schaamhaar
zelfs mijn ballen vergeet ik niet
Mijn ogen zijn donkerbruin
met mijn wijsvinger haal ik ze er één voor één uit
Ben niet tevreden, niet voldaan met het aanspoelen
luister naar mijn stem, ik bespeur een dialect
snij het weg met een stiletto
Nog steeds val ik uit de grazende kudde
nog steeds vallen de sterren over de oever
nog seeds trilt mijn hand in de lucht
Mijn getinte hand verraadt mijn gehucht
langzaam doe ik mijn lichtbruine huid uit
loop als een volbloed in mijn schaduw
Nu lachen ze mij weer uit met hun blauwe ogen
omdat ik weer zo anders ben

2006

Columns Amersfoortse Courant 2001-2006

Twee voorbeelden van zijn columns

2005

Kunst vaarroute Amersfoort

Ter gelegenheid van de Kunstvaarroute schreef Ali Serik een gedicht bij een beeldend kunstwerk van Margarethe Broers. Het zelfde, voor ander kunstwerken werd gedaan door dichters Marlies Somers, Sieger Baljon, Gerard Beentjes, Catharina Blaauwendraad, Eva Cox, Henjo Hekman, Paul Janssen, Fethi Killi, Joz Knoop, Wichhard Maassen, Elly Mense, Fred Papenhove, Fred Penninga, Patty Scholten, Ali Şerik, Wim van Til, Mieke Vermeulen en Guido van der Wolk. Diana Ozon, De andere kunstenaars waren: Ron Jagers,Ger de Joode, Michiel Jansen, Adriana Nichting, Lucia Fransen, Nora Baetens, Lourise Hessen, Mirjam Wind, Barbara Blasing, Lia Koster, Anna van Suchtelen, Cornelia Nauta, Theo van der Hoeven, Jolanda Meulendijks, Krijnie Beyen, Corrie van der Vendel, Ellen Faber.

Kunstwerk van Margarethe Broeres

Vestiging

Op de onzichtbare waterlijn
waar de hemel begint
en waar het water eindigt
hangt mijn schaduw
als een hemelblauwe spiegel
vogels vliegen doorheen met mijn twijfels

Op de sluimerende waterlijn
waar het water begint
en waar de hemel eindigt
hangt mijn schaduw
dansend zonder nat te worden
de vissen bestormen mijn vesting

Op de verborgen waterlijn
waar het verlangen begint
en waar de schoonheid van angst eindigt
hangen mijn torens met draken
tussen hemel en water branden mijn laatste kaarsen
veroverd door de gulzige ogen van de kijker

Gedicht van Ali Şerik is opgenomen in de verzamenbundel van Vereniging Taalpodium

Gedicht van Ali Şerik is opgenomen in de verzamenbundel van Vereniging Taalpodium.

DIE DAG

een zwarte zangeres op het podium
met haar stem
buigt nederig voor haar publiek
het publiek, buigt terug
een staande ovatie

wat een mooie foto zal dit zijn
in het album van de eeuw

maar de fotograaf
heeft het te druk op het slagveld
met klaagliederen van moeders

zodoende zal er geen foto zijn van deze avond
de zangeres zal uiteindelijk sterven
het publiek
voor haar en na haar
haar volgen

alleen het applaus
zal men terug kunnen vinden in de verre toekomst
als men deze dag opgraaft

2001

Kleuren uit 2000

Project naar aanleiding van foto’s zijn gedichten geschreven

(Foto’s: Gülağa Kazankaya)

Vrijheid

Vrijheid heeft geen recept,
zo nodig kun je het veroveren,
soms gaat het gepaard met geweld,
en nooit met een eenvoudige glimlach.

Vrijheid kun je niet bezitten,
je kunt het wel verder geven,
greep heb je er niet op,
toch is het te voelen als liefde.

Vrijheid is soms een mank paard,
in sommige landen strafbare lectuur, of,
zingen in je eigen verboden taal in een donkere cel,
vrijheid is het territorium van het grote gevoel.

Vrijheid is in het bos lopen in bikini,
zonnebaden in je dagelijkse kleren,
de schreeuw van de sterren in je stem horen,
vechten voor je cultuur en die van je voorgeslacht omverwerpen.

1999

De regenboog

In een periode van bijna één jaar interviewde Ali Şerik 78 mensen van 19 verschillende nationaliteiten. Een aantal van de interviews werd omgezet in gedichten.

Twee werelden in een plastic tas

Snel meid, schooltijd,
doe je hoofddoek om,
trek je lange jas aan,
pak de plastic tas,
waar is je schooltas,
je etui met je lippenstift,
snel, de trein vertrekt,
kijk niet te veel naar hoe je loopt,
instappen,
net op tijd,
nu naar de wc,
deze is bezet,
snel naar een andere,
de tijd dringt,
er in,
hoofddoek af,
jas uit,
plastic tas open,
waar is je lippenstift,
je mascara,
shit,
snel je trui in je broek,
buik inhouden,
je borsten vooruit,
uitstappen,
en naar school,
tot vanavond.